zondag 27 juli 2014

Nieuw papier

Het zijn dolle tijden. Het voorbije halve jaar heb ik een huis gekocht, een roman geschreven, mijn haar laten knippen. Aan mensen die mijn haar bekijken en zeggen dat ik mijn haar heb laten knippen, verklaar ik: ‘Ik speel binnenkort mee in het toneelstuk De poedel en de man. Ik speel een van de twee hoofdrollen.’ De roman zal ik gedeeltelijk voorlezen tijdens God is klein geschapen. Het huis staat op het platteland. Bij wijze van afscheid schreef ik een brief aan mijn bovenbuurman in het oostblok. Hij was een van de betrokken buren in de rechtszaak maar diende geen klacht tegen mij in, dat had volgens hem geen zin omdat ik schizofreen ben. ‘Beste buurman,’ schreef ik hem, ‘nog even en ik moet ex-buurman zeggen, ik zal dan koeien in plaats van kalvers als buren hebben. Mijn vriendin en ik gaan ons verbeteren, zoals dat heet, maar een paar klanken uit het swingende oostblok zal ik toch missen. Daarom wil ik je vragen of jij je geweldige niesgeluid voor me kunt opnemen. Wanneer de stilte van het platteland me neurotisch dreigt te maken, zal ik jouw aanvallen door het huis laten knallen. Aldus zal ik ook nooit vergeten waar ik vandaan kom: ik mag dan wel verhuisd zijn, jouw genies zal me er altijd aan herinneren dat ik een schizofreen ben die niet te hoog van de toren moet blazen. Je mag de opname in mijn brievenbus steken, samen met de rekening.’ Toen ik naar beneden liep om de brief in de bus van de buurman te steken, kwam ik zijn vrouw tegen. Een vrouw zo beige dat zelfs een kledingfabrikant met als slogan ‘United Colors of Beige’ er triestig van zou worden. Ik liep terug naar boven en gooide de brief bij het oud papier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten