Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

dinsdag 25 juli 2023

Liefde hoefde het nooit te worden. Brief aan een kruimeldief

Beste Rudy, 

L.H. Wiener heeft geschreven: ‘Uitgevers zijn als vijanden, je kunt niet zonder ze.’ Jij bent mijn vierde uitgever. Ik had het liever anders gezien, maar ik ben een enemy hopper. 
    2 augustus 2021 mailde redacteur M. mij: ‘Intussen hebben zowel Rudy als ik De wegwijzers mogen weg gelezen en we vinden het beiden behoorlijk geniaal.’ Volgde een dol getoeter met de loftrompet, eindigend met ‘inhoudelijk en structureel zit het vernuftig in elkaar’. 
    Kortom, uitgeverij Vrijdag wilde mijn roman graag uitgeven. 
    Bijna twee jaar later moet ik besluiten dat jullie mij en m’n ‘behoorlijk geniale’ boek voornamelijk geschoffeerd hebben.
    Dat je als schrijver tegen een belediging moet kunnen, wist ik al langer. Gewoonlijk gaat aan de belediging evenwel geen lofzang vooraf. 
    Herman de Coninck heeft over Jeroen Brouwers geschreven dat die van zijn uitgever niks minder dan liefde verwachtte. De Coninck zelf verwachtte van zijn uitgever dat hij een kaft om zijn boek deed. Liefde krijg ik thuis al genoeg, maar het mag iets meer dan een kaft zijn. 
    Eerste schoffering. Het voorschot.
    De wegwijzers zou aanvankelijk verschijnen bij Lebowski. Mijn redacteur daar, Roel van Diepen, had zich sedert de lente van 2020 met het manuscript beziggehouden. Een contract was er nog niet, een voorschot had ik dus ook nog niet gekregen. Na het plotselinge vertrek van uitgever Oscar van Gelderen vertrokken ook drijvende krachten Jasper Henderson en Roel van Diepen bij Lebowski, waarna ik besloot op zoek te gaan naar een Vlaamse uitgever. Toen ik voor het eerst aan jullie tafel zat, was er aan het ‘vernuftig in elkaar zittende’ manuscript niet heel veel werk meer. Daarom – en omdat jullie eigenlijk niet aan voorschotten deden maar voor mij bereid waren in de buidel te tasten – nam ik genoegen met een voorschot van 500, na belastingaftrek 462,5 euro. Met twee vingertoppen kun je ook in de buidel tasten, jullie tastten met precisie, zo kon ik toen nog meesmuilend denken.
    Maar een paar maanden later dacht ik: jullie hadden dieper moeten tasten.
    Alle stadia in het tot stand komen van een boek zijn plezierig, tot het stadium der drukproeven aanbreekt, dan wordt het werken. Ik beschouw het als mijn taak om alle proeven volledig door te nemen; er zijn schrijvers die dat vertikken en dan schrikken als hun uitgever de vormgeving blindelings overgelaten heeft aan een aap met een schaar en een Prittstift, zie de rampzalige uitgaven van Borgerhoff en Lamberigts. In de eerste drukproef staan sowieso zetfouten. Correcties veroorzaken vaak nieuwe fouten. Zo kun je een tijdje bezig blijven. Als je voor de derde keer door dat hele kutboek gaat, moet je je kunnen optrekken aan de wetenschap dat er een mooi voorschot op je bankrekening staat. Je wilt niet zitten denken aan het loon dat de vormgever op dat ogenblik verdient en het kleingeld dat jij krijgt voor het corrigeren van zijn fouten.
    Ook op de zetfouten in het leesfragment op de Vrijdag-site diende ik jullie te wijzen. De aanhef van mijn roman was daar zo nonchalant neergegooid, dat ik aan de betrokken medewerkster L. schreef: ‘Met al de foute insprongen die mensen in mijn teksten hebben toegelaten, zou ik voor de paralympische discipline mankstapspringen kunnen pleiten.’ Nee, een van mijn beste formuleringen was het niet, en ik excuseerde mij bij L., die het fragment aanpaste. Jij stuurde me nog een poging tot ironie als antwoord op mijn aanmerking. Zo’n leesfragment is een visitekaartje. Als een tegelzetter jou z’n kaartje geeft en dat oogt als een rommeltje, dan zul jij misschien denken: ach, het is maar een kaartje. Maar ik zou denken dat mijn muur eruit gaat zien als een still van het speelbord uit Blokken.
    Tweede schoffering. Jouw inleiding op de boekpresentatie. 
    Nietszeggendheid, gelukkig in slechts vier, vijf zinnen. Een verplicht nummer van een stiefvader die betere dingen te doen heeft. Langs de kassa passeren en wegwezen.
    Finale schoffering. De jaarafrekening.
    Op de boekpresentatie, 17 maart 2022, werden net geen 70 stuks verkocht. Jij zat aan de kassa, want Standaard Boekhandel had geen zin om boeken te verkopen. Jij ontving aldus, afgerond, 1400 euro.
    28 april ’22 mailde je mij: ‘Er zijn tot nu toe zowat 500 exemplaren verkocht and counting.’ Jouw cursivering; ik zag je met een scheve kop over de toonbank vliegende boeken tellen. Mooi beeld.
    4 juni ’22 mailde je: ‘Er zijn nu 550 exemplaren verkocht.’
    Daarna moet de verkoop stilgevallen zijn, want 10 november ’22 schreef je: ‘Verkoop nu zowat 550 à 570 exemplaren.’ Een tegenvaller, maar het is niet omdat je gestopt bent met drinken dat je de champagne niet kunt laten knallen.
    20 december ’22 meldde je dat ik in de loop van volgend voorjaar een overzicht en betaling van de royalty’s van 2022 tegemoet kon zien. Overzicht én betaling.
    1 juni jl. kondigde je aan dat de royaltystatements een week later dan contractueel voorzien zouden worden afgehandeld, maar dat ‘de verkopen van De wegwijzers mogen weg in 2022 het voorschot nog niet hebben ingelopen, dus zal er geen bijkomend bedrag te ontvangen zijn’.
    Misschien heb je kort na het verzenden van die mail een vreemd geluid gehoord. Dat was het breken van mijn klomp.
    Dat je mij schoffeerde met een voorschot om op te schieten, tot daaraan toe. Maar dat je dacht mij te kunnen wijsmaken dat dat miezerige voorschot nog niet is ingelopen, daar begon ik van te verhulken. Uit mijn scheurende hemdsmouwen groeiden groene boomstammen en zo zou ik op je afgekomen zijn als je in mijn buurt woonde.
    Als jij op de boekpresentatie 1400 euro ontvangt, van welk bedrag niet de gebruikelijke 42% voor de boekhandel afgaat, dan zou het niet fair zijn als ik slechts 10% van dat bedrag kreeg. Fair zou zijn: 10% plus de helft van die 42%, dus ongeveer 430 euro, waarmee ik het voorschot die avond al bijna had terugverdiend. En dan moesten de andere exemplaren van die ‘550 à 570’ nog verkocht worden.
    En het zou mij dunkt ook niet kloppen als van opbrengsten waar geen boekhandel aan te pas is gekomen de later door boekhandels geretourneerde exemplaren afgetrokken werden.
    12 juni bereikten mij de uitzaaiingen van het kwaadaardige gezwel dat jij me meende te kunnen verkopen als een wiskundeknobbel. Waren volgens de afrekening in 2022 verkocht: 181 exemplaren.
    Mijn klomp brak nu op zo’n manier dat hij op weg naar het containerpark verpulverde.
    Drie keer geef je mij een 500+ en dan kom je aankakken met 181. Hoe, in the name of Shakespeare’s butthole, rijm je dat? Waar zijn die ‘550 à 570’ verkochte boeken gebleven? Waarom worden die 70 stuks van de presentatie niet apart vermeld en verrekend? En vind jij het normaal dat er belasting van mijn voorschot afgaat maar dat ik het brutovoorschot moet terugverdienen? Da’s dubbelop.
    Nog die 12de juni zette ik m’n vragen bij de afrekening op mail. Kreeg ik een automatisch antwoord: je was ’m tot de 25ste gesmeerd. Vind je ’t gek dat die timing mij geen toeval leek
    Tien dagen later beliefde het jou verklaringen op mijn mouw te spelden.
    Tussentijdse verkoopcijfers worden gemeld ‘met voorbehoud op definitieve juistheid, immers boeken kunnen dagelijks diverse trajecten van en naar allerhande afnemers kennen’.
    Was dat ginds een vliegtuig? Was het een vogel? Verhip, het was mijn roman die klapwiekend door het zwerk scheerde tijdens een van zijn diverse dagelijkse trajecten!
    Van de opbrengst van de boekpresentatie werd de vergoeding voor de interviewer afgetrokken, zo beweer jij. Maar ik hoorde van die goede man dat hij het op voorhand overeengekomen bedrag voor die avond nooit ontvangen heeft, en waarom zou hij daarover liegen?
    Overigens mailde pers- en promoverantwoordelijke S. mij op 24 januari, dus vóór de presentatie, dat er voor de interviewer een budget van 250 euro beschikbaar was. Ongeacht wat de opbrengst zou zijn, was er budget voorzien. Waarom zou ik, de godverdomde interviewee, dan mee moeten betalen voor dat interview?
    Ik heb het meeste werk in de boekpresentatie gestoken en wat krijg ik ervoor? Nog geen 140 euro. Er kwam 42% vrij maar jij vond het niet billijk om dat met mij te delen, want je benzine moest betaald worden en de 90 aanwezigen mochten op jouw kosten een glas drinken. Jouw kosten mijn reet.
    Allicht hadden wij hier vóór de presentatie afspraken over moeten maken. Ik achtte dat niet nodig omdat ik aannam dat ik mijn deel – geen overdreven deel, lijkt me – wel zou krijgen. Dat was dus een vergissing van me.
    Als ik van de opbrengst van de presentatie een fair stuk had gekregen (31%, 430 euro), dan was daarmee, zelfs als er in 2022 maar 181 boeken werden verkocht, wat ik dus vertik om te geloven, het voorschot terugverdiend en een royaltystroompje op gang gekomen.
    In een brief aan uitgever en ‘ordinaire dief’ Mai Spijkers schreef Arnon Grunberg: ‘Was u nog een gentleman-dief die van de rijken steelt om het onder de armen – dat wil zeggen: zichzelf en zijn familie – te verdelen, ik had ermee kunnen leven. Maar u steelt van armlastige auteurs die als beesten werken om zichzelf en hun extended family te onderhouden. (…) Weet u hoevelen wachten op mijn brood?’
    Jij en ik verhouden ons tot Spijkers en Grunberg zoals garnalen tot scampi’s – ja, ik houd rekening met de onderscheiding die je hebt gekregen – maar jij bent ook een ordinaire dief, een kruimeldief, en ik heb ergens een pistolet zien liggen die ik zou willen kopen. Ik zal ’m aanschaffen van de gages die ik opnieuw aan het verdienen ben als komiek. De comedy is gelukkig nog een sector waar men begrepen heeft dat geld respect en vrijheid is.
    Een jaar of zeven geleden, aan tafel bij mijn toenmalige schoonmoeder, zei de zus van mijn lief tegen mij: ‘Je moet goed zot zijn om een boek te willen schrijven.’
    Haar vriend Jos, een bouwvakker in wie ik twee keer paste, zei: ‘Ik hoor hem nooit klagen over de opbrengst van zijn boeken, dus zo zot zal hij wel niet zijn.’
    ‘Ik klaag niet,’ beaamde ik. 
    ‘Je gaat er dus nog een schrijven?’ vroeg hij.
    ‘Dat denk ik wel, Jos,’ antwoordde ik. ‘Maar het is ook mogelijk dat ik mijn oude beroep weer kies, want eigenlijk ben ik een theepot.’
    Een bouwvakker die lachte om een pointe van Gerard Reve, ook zo zot niet.
    Maar genoeg gelachen. Ik zal wellicht nog een boek schrijven maar het logo van uitgeverij Vrijdag zal er niet op staan, al bood je mij een voorschot van 3000 euro. Met dat bedrag hoopte je ooit een schrijfster van korte verhalen binnen te halen. Zij vertelde mij dit op een terras nadat jij me 462,5 apennootjes had toegeworpen. ‘Wat was dat vreemd geluid?’ vroeg ze. ‘Geen idee,’ zei ik, mijn kapotte klomp wegmoffelend, ‘waarschijnlijk die Hollander daar.’
    Ik verwachtte transparantie van jou. Je bent even transparant als de vleesverrassing van beenhouwerij Crazy Achmed.
    Ga maar iets moois doen met mijn geld. Ik strompel met een nieuwe klomp naar een nieuwe vijand.
    Dag Rudy. Liefde hoefde het nooit te worden. Gelukkig zit er een mooie kaft om mijn boek.

TF

maandag 1 juni 2020

Verschenen: 'De afstand'



 

donderdag 18 juli 2019

God revisited

Houdt God van mij? Een prangende vraag die miljarden stervelingen zich reeds stelden, maar het antwoord is weggelegd voor slechts honderd gelukkigen: de kopers van m'n nieuwe bibliofiele boekje. Het werd met de hand gezet door Gerard Reve-biograaf Nop Maas; Io Cooman maakte het omslagbeeld. Bestellen kan bij mezelf of in de webwinkel van www.hofvanjan.nl.

  

vrijdag 12 mei 2017

Met de deur en een groot stuk van de gevel

Inleiding bij de presentatie van het boek ‘Bella’ van Joost Vandecasteele en Jeroen Los, 9 mei @ The Joker in Antwerpen
 
Joost Vandecasteele, wie kent hem niet? Mijn buurvrouw Rita. 'Buurvrouw Rita,' vroeg ik haar laatst, 'wie is of wat weet je over Joost Vandecasteele?' Haar gezicht sprak boekdelen want door een fout in haar hersens denkt zij dat ze het oeuvre van Kristien Hemmerechts is, zodat ik van de paden die daar lagen wijselijk het hazenpad koos. Ik was vergeten hoe rap een haas kan lopen en met steken in mijn zij hield ik halt bij het slot van deze alinea.
Als de vorige alinea verwarrend overkwam, dan zou dat gerust kunnen liggen aan de hier aanwezige Joost Vandecasteele, een man die verwarring zaait zoals mijn grootvader Achilles ‘Temptation’ Foncke spermatozoïden zaaide. Ooit maakte mijn grootvader reclame voor de spermabank met de slogan ‘Al dertig jaar maak ik kinderen alsof ze voor mezelf zouden zijn’. Kun je nagaan.
De eerste keer dat Joost Vandecasteele met de deur en een groot stuk van de gevel binnenviel in de schertsvertoning die mijn leven was, moet een jaar of twaalf geleden geweest zijn in Leuven, waar wij in de hoedanigheid van staande komiek optraden voor studenten. Met één optreden wist Joost zich voorgoed te installeren in mijn bovenkamer. De enige inheemse komieken die daar tot dan toe in waren geslaagd, waren Urbanus, Gunter Lamoot en mijn grootvader, die tijdens de begrafenis van mijn grootmoeder naar de kist keek, en zei: ‘De vreemdste plek waar ik ooit seks heb gehad, was die keer tussen jouw benen.’
Sinds die avond in Leuven ben ik blij en zelfs een beetje trots dat ik de man Joost Vandecasteele ken. Een man die in de voorbije twaalf jaar met veel gekomen is, en nu komt hij met een luidopboek, een term die allicht koren op de molen is van mensen die beweren dat Joost Vandecasteele niks te verkondigen heeft en dat daarom dan maar zo luid mogelijk doet. Dat is bullshit die uitgekraamd wordt door tv-presentatoren met het charisma van een gele briefkaart en door schrijvers die gefrustreerd zijn omdat hun boeken geen succes hebben, behalve bij mensen die die boeken in de stortbak van hun wc leggen om water te besparen of bij de leden van loopclub De Wijde Boog, die in een wijdere boog om kutboeken lopen dan om een emmer huidplooivocht van Luc Caals. De zes boeken die Joost tot nu toe geschreven heeft, bevatten zoveel geweldige ideeën dat minder getalenteerde schrijvers er zesentwintig boeken mee zouden vullen. En op de zakdoek die dit taalgebied is, bestaan véél minder getalenteerde schrijvers dan Joost. Van die zelfgenoegzame types die naar hun eigen boeken kijken, en zeggen: ‘Zie daar, mijn kinderen.’ Zulke auteurs zouden door een trechter in hun mond een pulp van hun eigen gewichtige oeuvre opgegoten moeten krijgen, om pas negen maanden later verlost te worden middels een schaar die hun dichtgenaaide aars openknipt. Het oeuvre van Joost Vandecasteele daarentegen barst van verzinsels die met de werkelijkheid gemeen hebben dat ze waanzinnig zijn en ongemakkelijk aanvoelen. In de glazen bol die Bella is, bestaan pillen om egoïsme op te wekken, badkamerbegrafenissen en een ironisch lettertype om te voorkomen dat Twitter ontploft na een verkeerd begrepen grap. En dankzij Joost z’n vorige roman Jungle kan ik nooit meer iemand horen claxonneren zonder te denken: ja ja, toeter maar om de penissen uit je kop te krijgen. Joost Vandecasteele is een zegen voor de vakgebieden waarop hij actief is omdat hij zichzelf beloofd heeft nooit meer saai te zijn en die belofte waarmaakt – behalve misschien die ene keer toen hij tijdens een optreden zijn baard blauw verfde met plakkaatverf en twintig minuten tegen een man op de eerste rij stond te schreeuwen: ‘Zie jij een plakkaat aan mijn gezicht hangen?!’ Al zou het ook kunnen dat ik dat zelf was. Hoe dan ook, Joost behoort tot de waarachtige artiesten. Hij is een schrijver die om te beginnen schrijft en niet op café zit te klagen in de trant van: ‘Volgens de cover is mijn laatste boek een Nederlandstalige roman, maar volgens de verkoopcijfers is het een dichtbundel uit Kirgizië, ach, had ik toch maar het escargotskraam van mijn vader overgenomen, waard, is er nog witte wijn?!’ Hij is een schrijver die al bij zijn debuut begrepen had dat spanning niet alleen in thrillers een essentieel element is, waardoor er dankzij het op dat debuut gebaseerde Generatie B eindelijk weer iets spannends op tv was, en niet omdat er een lijk gevonden werd in Denemarken. Joost zal nooit naar zijn boeken kijken en zonder ironie zeggen: ‘Wat zijn er toch mooie kinderen gekomen uit jouw kraantje, pappie!’ Want Joost wil geen mooie boeken maken; het liefst zou hij een vuil omslag zien om de urgente, ontregelende, genadeloos grappige pulpficties die uit zijn hersenpan eten en zich vanuit zijn buik een weg naar buiten vreten. Qua vuiligheid is het omslag van Bella mislukt, en de naam van tekenaar Jeroen Los had even groot op de cover mogen staan als de naam van de schrijver. Verder valt er op het omslag en op alles wat ertussen zit weinig of niks aan te merken, en de neiging is groot om uit deze wonderlijke roman in beelden zinnen te citeren en beelden, euh, uit te beelden, maar aangezien ik voor deze inleiding betaald word in gesigneerde foto’s van Arnon Grunberg, maak ik graag plaats voor de meesters zelve. Lof en dank, Jeroen Los, voor het beeld. Het woord is aan Joost Vandecasteele.

woensdag 6 mei 2015

Boek van een maand

De voortreffelijke Nederlandse schrijver Joubert Pignon, ultieme bediener van mensen met veel tijd om te zeggen dat ze weinig tijd hebben om te lezen, heeft een tweede boek met zeer korte verhalen geschreven. Het is zo'n boek dat je niet kunt lezen zonder erover te praten tegen mensen. Zijn uitgever vermoedde waarschijnlijk al zoiets en nam daarom een evaluatieformulier in het boek op. Ter evaluatie worden zeven vragen gesteld. Er wordt ook gevraagd het evaluatieformulier ingevuld naar de uitgeverij op te sturen. Ik stuurde dit op:

1. Heeft dit boek aan uw verwachting voldaan?
    Ja, ik verwachtte dat het erg goed zou zijn.
2. Waren de opgenomen verhalen goed? Hebt u iets gemist?
    Ja. Nee.
3. Wat vond u van de lengte van de verhalen?
    Prima, niks meer aan doen.
4. Wat vond u van de verdeling humor/ernst?
    Als dit boek een bokaal zoetzure saus was kon het zo over een loempia.
5. Wat vond u de sterke kanten van het boek?
    Joubert Pignon is een prachtig stilist die geweldige zinnen schrijft.
6. Wat kan de auteur verbeteren?
    Hij moet Vlaming worden. Dan is de Vlaamse literatuur gered.
7. Welke opmerkingen wilt u nog kwijt?
    /


Huil maar, ik wens je uitstel toe van Joubert Pignon is verschenen bij Atlas Contact, ook de uitgeverij van o.a. P.F. Thomése.

maandag 27 april 2015

Ter plastische opvoeding van de jeugd

In het jeugdhuis van Wingene vond de laatste God is klein geschapen van dit seizoen plaats. Gunter Lamoot zat in de zaal, als levende illustratie bij de brief aan Kristien Hemmerechts die ik hier voorlas.


Dit meisje had blijkbaar haar huiswerk plastische opvoeding meegebracht.


Herman had voor de gelegenheid Het mooie kotsende meisje nog eens bovengehaald. Dit was het boek dat, kerstavond 1992, de schrijver in mij wakker schudde. De cirkel is rond. Merci, Herman. Nu zal ik je moeten vermoorden.


(Foto's: Cultuurdienst Wingene.)
 
 



maandag 20 april 2015

Met meer naar huis

Gisteren las ik fragmenten voor uit mijn te verschijnen roman God is klein geschapen tijdens Around The Rug in Amsterdam. Dat was fijn om te doen.


Ook fijn was dat ik met meer naar huis ging dan waarmee ik gekomen was. Prima stuff voor the long road home: de cd Ten feet of wind van Port Of Call en het boek Huil maar, ik wens je uitstel toe van Joubert Pignon.

zondag 18 januari 2015

Verschenen

De nieuwe Foncke is verschenen. In de nieuwe Brusselmans.

Herman Brusselmans, Poppy en Eddie en Manon, pag. 440 (klik op de afbeelding om te vergroten)

donderdag 4 december 2014

Geen bijzonder innige deelneming

De uitgeverij van Luc De Vos gaat niet naar de begrafenis van Luc De Vos. De uitgeverij laat een krans bezorgen. Da's geen bijzonder innige deelneming. Bovendien heeft de familie gevraagd geen bloemen of kransen te bezorgen maar geld te storten voor Natuurpunt, waarvan De Vos peter was. Misschien zou De Vos de afwezigheid van zijn uitgeverij gerelativeerd hebben, misschien zou hij geen verwachtingen daaromtrent hebben gehad. Ik moet nu denken aan een omkaderingsprogramma van een WK-voetbalwedstrijd dat uitgezonden werd vanuit een tv-studio waarin een vrouw uit het gastland kookte voor de analisten. Luc De Vos was een van de analisten. Tijdens de rust vroeg gastheer Carl Huybrechts met het oog op de tweede helft: 'Luc, wat verwacht jij nog?' Waarop Luc antwoordde: 'Ik verwacht nog een stukje zalm.' Alles is relatief, Luc De Vos is dood en net als voetbal is God overal. En in een uitgeefhuis in Amsterdam laat men de rouwkledij in de kast liggen tot God een bestsellerauteur tot zich roept. 

maandag 24 november 2014

Jan Arends Party

Vorige vrijdag vond in Amsterdam de Jan Arends Party plaats. Jan Arends was, zoals vriend van de poëzie Wim Helsen 'm noemde, niet de vrolijkste Frans onder de dichters. Veertig jaar geleden stapte hij, twee dagen voor zijn debuutbundel Lunchpauzegedichten verscheen, uit het raam van zijn appartement in Amsterdam. Party on dus. Samen met mijn vriend Iwein Segers was ik van het partijtje. Ik was niet dronken, dus ik weet alles nog. F. Starik zong teksten van Jan Arends alsof Jan Arends André Hazes was; Wim Helsen praatte er tegen Iwein en mij doorheen, wat niemand hem kwalijk leek te nemen. Maartje Wortel las prima het prima verhaal van de vrouw met de twee baarmoeders voor. Uitgever Geert Lubberhuizen, thans rustend in vrede, wekte medelijden en gelach op door te getuigen van de telefoontirades waarmee Arends hem het zand uit de ogen schold. De enige oplossing voor de belaagde uitgever was het geheime telefoonnummer. Presentator Jasper Henderson van uitgeverij Lebowski besloot de Party met de mededeling dat de bar dichtging maar dat de dj wel nog bleef draaien. Het is wel duidelijk dat Lebowski mijn nieuwe uitgeverij moet worden. Toen uitgever Oscar van Gelderen aan Iwein, Wim Helsen en mij een consumptiebon had gegeven, zei Iwein dat we naar huis gingen. Ik gaf mijn consumptiebon aan Wim; Iwein nam de zijne mee naar huis.


Lebowski en De Bezige Bij hebben samen Lunchpauzegedichten, Keefman, Ik had een strohoed en een wandelstok en Roofbloem heruitgegeven, alsook de tweede, herziene druk van de Arends-biografie Angst voor de winter van Nico Keuning. Haal deze boeken in huis en uw huis zal een boeiender plek op aarde zijn.


Wat
geeft dat toch
een angstig gevoel
van vrede
als vader
zijn bijl slijpt.


















woensdag 26 september 2012

X aantal

Met een Omer op een Gents terras zag ik een tram rijden met reclame voor Ben X Aantal Versies, de musical. Cartoon over gemaakt en die staat deze week in een alweer zeer interessante P-magazine. Het fileermes in astrologie en andere zever, een vooruitblik op 14/10, een Zweedse puzzel etc. Wie dat niet interessant vindt is de interessesfeer voorbij. De Zweedse puzzel heb ik deze zomer ontdekt. Zweeds puzzelen dat ik sindsdien doe! Duitse keizer: OTTO. Deel van een haard: ASLA. Neon: NE. De ene Zweedse puzzel is nog niet ingevuld of ik wacht nog even met de volgende. Je moet ook niet overdrijven. Deze zomer heb ik overdreven. Terwijl mijn moeder op reis was logeerde ik in haar huis. Vijf dagen bier en wijn drinken, gitaar spelen en masturberen in het bed waarin ik als teenager voor het eerst lag te sjorren na een aflevering van Joy In Love op Nederland 2. Joy was een Frans meisje dat veel avonturen beleefde in haar bloot vel. Ze had kleine borsten maar dikwijls had ze seks met een meisje met grote borsten. Ik had ook een paar Zweedse puzzels meegenomen naar het huis van mijn moeder, maar die legde ik reeds de eerste dag tussen mijn boterham. Gans het huis afgezocht, maar een Zweedse puzzel woonde daar niet. Toen zag ik onder mijn moeder haar bed een stapel tijdschriften liggen. Ik doorzocht de stapel en vond mij daar godverdomme toch een boek! 500 Zweedse puzzels. Met een Omer binnen handbereik en een stylo in mijn hand installeerde ik mij in de zetel, Bruce Springsteen erbij, mooie zomer op de boerderij. Ik sloeg het boek open, de eerste puzzel was volledig ingevuld. Ik sloeg de bladzijde om, twee ingevulde puzzels. Ik bladerde, alles ingevuld. Op zo'n moment heb je twee mogelijkheden. Of je rolt dat boek op, loopt de straat op en slaat de eerste fietser die je tegenkomt van zijn rijwiel, of je legt heel rustig dat boek bij het oud papier en giet heel veel bier in je mond. Kon niet kiezen, heb het alle twee gedaan. Moraal van het verhaal: twee mensen op een tandem zijn in die zin aangenaam dat je alleen de voorste eraf hoeft te slaan. En ook: geniet, maar Zweeds puzzel met mate. Er moeten immers ook romans gelezen worden. De dag dat we Andy zijn arm afzaagden van Marnix Peeters heb ik zo graag gelezen dat ik het graag nog eens zou lezen. Thans zit ik in de tweede helft van A.H.J. Dautzenbergs Extra tijd. Om deze bewering kracht bij te zetten ga ik er als een loeier in verderlezen.

donderdag 28 juni 2012

Er gebeurde o.a. niets

Laat het reikhalzen een aanvang nemen.














Voor verscheidene voorsmaakjes: http://www.joubertpignon.blogspot.com/

donderdag 15 maart 2012

Prompt geparkeerd

Inleiding bij de presentatie van 'De keuzes van nu' van Lambert-Jan Koops – 14 maart 2012, café The Joker in Antwerpen

Goeienavond. Ik ga mijn tekst aflezen want ik heb thuis een printer.

Mijn oeuvre bestaat uit anderhalf boek en toch mailen mensen mij af en toe hun teksten ter beoordeling. Ik weet niet waarom ze dat doen. Als er ‘goeroe’ op mijn voorhoofd stond, zou ik rondlopen met een frou-frou.
     Het zou nog meevallen als alles wat ik te lezen kreeg van begin tot eind boeiend en goed geschreven was, zoals het manuscript dat ik onlangs van Joubert Pignon mocht lezen. Zijn verhalenbundel Er gebeurde o.a. niets verschijnt in het najaar bij uitgeverij Atlas-Contact.
     Laatst ontving ik een mail met paperclip van een zekere Dieter. Het is niet omdat je teksten bij elkaar worden gehouden door een paperclip, dat ze gevat zijn. Een paar dagen later mailde ik mijn antwoord.

Beste Dieter,
     Twee verhalen en zeven cartoons heb je mij bezorgd, en alles wat ik ervan heb gelezen heeft mij verveeld. Maar omdat ik vermoed dat je een lieve jongen bent en dat je de mensen zult blijven, euh, informeren, zal ik je een tip geven: als je nog eens werk ter beoordeling naar iemand stuurt, vraag je dan eerst af waarom iemand jouw teksten zou lezen als jij ze niet nagelezen hebt. Ik ben twee keer ‘zelf’ tegengekomen ipv ‘zelfs’, ‘vermoeid’ waar het ‘vermoeiend’ moest zijn, etc. Als jij geen moeite doet, waarom zouden je lezers dat dan doen?
     Mensen die mij teksten laten lezen, raad ik meestal aan hun vruchten te onderwerpen aan de Citroën Jumper-test. Dat is dus dat je iets schrijft en dat je je afvraagt: stel dat ik doodgereden word door een Citroën Jumper, wil ik deze tekst dan nalaten? Als jij alles wat je mij hebt gemaild aan die test onderwerpt en je besluit luidt ‘Ja’, dan hoop ik voor je nabestaanden dat je hun ook geld of goeie cd’s en boeken zult nalaten. Of een geheim recept voor een ovenschotel. Je leven is niet voor niks geweest als iemand op je begrafenis naar de kist kijkt, en zegt: ‘Lieve Dieter, wat je deed als auteur-cartoonist konden we niet zo goed volgen, maar je zult verder leven in je ovenschotel.’

Maar genoeg over idioten die hun blog presenteren als ‘De zone van de waarheid’, een opschrift dat zelfs de vrouw van Jef Vermassen te zielig zou vinden voor haar vagina.
     Eergisteren kwam de eerste roman van Lambert-Jan Koops in mijn leven en toen werd mijn leven iets leuker.
     In 2005 maakte ik een geweldig optreden van deze komiek mee. Het was die avond dat ik mijn mening over mensen met een pet lichtjes bijstelde.
     Daarna verdween Koops in de mistbank in mijn kop, want de enige komiek die zich met één optreden voorgoed wist te installeren in mijn bovenkamer was mijn grootvader toen hij tijdens de begrafenis van mijn grootmoeder naar de kist keek, en zei: ‘De vreemdste plek waar ik ooit seks heb gehad, was die keer tussen jouw benen.’
     Eergisteren trad Lambert-Jan Koops uit de mist met De keuzes van nu, een roman die je van a tot z kunt lezen zonder dat de uitvinder van het alfabet zich hoeft om te draaien in zijn graf.
     Lambert-Jan Koops gaat met de Nederlandse taal om zoals Greet Rouffaer met haar lachspieren omgaat: nauwelijks. Aan één woord heeft deze schrijver genoeg om een volledig zelfstandig naamwoord op te roepen. Zo schrijft hij op pagina 79 het woord ‘auto’ en prompt parkeert zich in de lezer zijn kop een vehikel op wielen. Hoevéél wielen zegt Koops er niet bij, maar aan de dwingende manier waarop hij het woord ‘auto’ in de context manoeuvreert, wéét je dat het er vier moeten zijn.
     Bovendien is Lambert-Jan Koops niet te beroerd om ook met zijn minder fantasievolle lezers rekening te houden, en dus noteert hij op pagina 80: ‘Stel je voor, die auto had vier wielen.’
     Kortom, hier is een auteur aan het werk die zijn vak verstaat.
     Dit zijn de tijden waarin iedereen boeken schrijft. Als je dezer dagen een roman wilt kopen die ertoe doet, koop dan eerst Massa van Joost Vandecasteele, dan even niks, en dan De keuzes van nu van Lambert-Jan Koops.

TF

maandag 12 maart 2012

Koops


woensdag 14 december 2011

Pastiche

De eerste die op Annick Vandorpes blog Van boeken en mensen raadt welke schrijver ik aldaar pasticheer, krijgt een gesigneerd exemplaar van de Norman-cartoonbundel Pijntje plús een comedy-dvd met optredens van Gunter Lamoot, Iwein Segers en Timotei Van Het Vonkje.
Ik lijk godverdomme de kerstman wel. Met z’n dikke lul.

woensdag 9 november 2011

Re:

----- Original Message -----
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 7:04 PM
Subject: Re:

Ok, fair enough. Ik kon mij niet inbeelden dat iemand dat blogje ernstig zou nemen maar ik twijfel er niet aan dat je oprecht bent. Ik ga het nog eens lezen.

Al vind ik niet dat onbescheidenheid het exclusieve recht van de groten der aarde is, noch dat ik mezelf overdreven au sérieux neem.

Maar goed, ik snap geloof ik wel wat je bedoelt. Tot de volgende,

Ivo Victoria.

Op 9 nov. 2011 om 18:36 heeft "Tim Foncke" het volgende geschreven:

Hey Ivo,

Ik acht je redelijk hoog, dus ik ging ervan uit dat je over al die vergelijkingen nagedacht hebt. Ik stoorde mij eraan. En dat ik de behoefte voelde onder meer dat op je site te verkondigen, komt door de onbescheidenheid van je bericht Heel goed. waar ik mij ook aan stoorde. Ik bezoek je site ongeveer dagelijks, meestal tot mijn tevredenheid, maar soms erger ik mij aan een onbescheidenheid die niet gepast is. Herman Brusselmans wordt vaak van arrogantie beschuldigd omdat hij zichzelf de beste schrijver van Vlaanderen noemt. Tegen Luk Alloo zei hij daarover gevat: 'Wat moet ik zeggen? Dat ik de derde beste schrijver van Vlaanderen ben?' Over Eddy Merckx zei Brusselmans: 'Iedereen weet dat Merckx de beste wielrenner aller tijden is, maar o wee als Eddy dat zelf zou zeggen.' Mensen als Brusselmans en Merckx mogen met hun hand op tafel slaan als 't over hun prestaties gaat. Jij mag dan wel een tafel aan gort signeren, de manier waarop je daarover schrijft doet mijn tenen krullen. En dan klik ik op reacties.

T.

----- Original Message -----
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 3:50 PM
Subject: Re:

Ha Tim,

als ik een probleem had gehad met uw bijdrage op mijn site, dan had ik hem niet geplaatst of getwitterd. Ik ben niet zo voor democratie op mijn eigen website, maar gelukkig valt het zelden voor dat ik die vorm van censuur moet toepassen en ook in jouw geval zag ik er geen enkele reden toe. Afzeiken leek mij de correcte omschrijving van je comment.

Ik vond het wel opmerkelijk (en ook wel geestig geschreven, dat oor, inderdaad, wat een vondst).

Zelf heb ik nog nooit de behoefte gevoeld een collega mijn mening over zijn werk te geven, tenzij er mij om gevraagd wordt en dan nog doe ik het liever niet, laat staan in het openbaar. Ik weet namelijk wat ik zelf aan dat soort meningen heb: niks. Ik schrijf vanuit mezelf, en ik zou het niet kunnen veranderen al zou ik het willen. Daarom heb ik ook niks aan recensies. Ik ben blij met die goeie recensies, en die twitter en facebook ik ook, in de hoop dat de mensen zich zullen laten verleiden tot het lezen van mijn boek. Maar inhoudelijk kan er ik niks mee, net zomin als met de slechte. Ik heb iets voor ogen en dat probeer ik te realiseren - het waardeoordeel van anderen helpt mij niet verder.

Jij weet zelf wat het is om een roman te schrijven, en ik neem aan dat elk woord en elke zin in De geachten weloverwogen is. Vervolgens komt het uit en gaan er allemaal mensen doen alsof jij er niet over nagedacht hebt, alsof je zelf niet gezien hebt waar je twee jaar lang zo intens mee bent bezig geweest.

Wat moet ik nu zeggen? 'Goh Tim, veel vergelijkingen? Echt? Is mij to-taal niet opgevallen.'

Ik snap dan ook niks van schrijvers die boekenrecensies schrijven, maar dat is weer een ander verhaal.

Kortom. We verschillen van mening. No hard feelings.

Veel groeten uit Amsterdam!
Ivo Victoria.

(deze mag je ook op je blog zetten als je daar een meerwaarde in ziet)

Brief aan Ivo Victoria

Beste Ivo,

Je twittert dat je op je site afgezeken wordt door collega’s. Ik ben een van die collega’s.

Ik ben zo’n half sociaal aangepaste mens die wel de tweets van anderen leest, maar zelf niet op twitter zit. Hetzelfde met facebook. Al post ik soms een link naar mijn blog op een fanpagina omdat de oprichtster van die pagina, een vriendin van mijn vriendin, aan het beheren al snel de brui gaf.

Momenteel heb ik op facebook 159 fans. Ik zou aan het beheren ook wel de brui willen geven, maar ja, dan staan 159 mensen in de kou.

De reactie van die – dé? – David Nolens onder je bericht Heel goed. (2) is inderdaad zuur gezeik en zou ik in jouw plaats aan mijn gat laten roesten. Het zou ook kunnen dat ‘schrijver van niks…’ een soort van nickname is waarmee hij al zijn commentaren afsluit; ik heb van David Nolens nog niks gelezen.

Ik vind mijn commentaar beter. Die oorarts: je moet er maar op komen. In Visser van Rob van Essen vlogen de als-vergelijkingen mij ook om de oren, maar de plot van deze roman sleepte mij in tegenstelling tot die van Gelukkig zijn we machteloos wel mee. Ik vind stijl belangrijker dan plot, maar het is niet omdat je ’r een karrenvracht vergelijkingen tegenaan gooit dat je meteen een goeie stilist bent. Mijn oeuvre bestaat voorlopig uit een cartoonbundel, een handvol moppen en een briefroman, dus ik ga hier geen workshop geven. (Als je nog eens een poging tot sarcasme doet: zo doe je dat dus.) Die blauwe maandag dat ik in Sint-Lukas een filmopleiding volgde, zei Marc Didden tegen mij iets dat ik altijd ben blijven onthouden, hetgeen wel vaker gebeurt als Marc Didden iets zegt. Naar aanleiding van een scène die we voor hem moesten schrijven en die in mijn geval bulkte van de oneliners, merkte hij op dat als je op café twee, drie spitse oneliners op een avond in de kring gooit, je meer indruk maakt dan wanneer je ’r twee per minuut op tafel smijt. Zo denk ik ook over vergelijkingen.

Ik vraag me af of je Gelukkig zijn we machteloos zou hebben geschreven als je geen kinderen had. Ik bedoel dat je dus misschien niet enkel een angst van de mensen hebt beschreven, maar ook een persoonlijke angst. Van vrienden, vaders, weet ik dat ze op een gegeven moment bijna kapot gingen toen ze The road van Cormac McCarthy lazen. Zelf heb ik geen kinderen maar The road greep ook mij aan.

Je weet dat ik je eerste boek bijzonder vond, je tweede niet, ik zou de mensen die erom malen gerust de kost willen geven. Ik kijk uit naar je derde boek.

Hartelijks,
Tim

woensdag 2 november 2011

Tips voor vruchtbare mensen

En toen waren we met 7.000.000.000.

'Een grappig voorleesboek voor stoute kinderen' meldt het achterplat van Meneertje Nee! van Eugene and Louise, de ouders van mijn petekind (1 jaar) en zijn broer (bijna 3), twee prachtige, normale jongens.
In een negatief geladen atmosfeer zit ik hier na te denken over een boek voor kleine en grote mensen die weg kunnen, verdorde kolven aan verdorde maïsstengels, gedoemde vruchten, ontsproten aan schoten waarop altijd een vloek en nooit een boek heeft gerust.
Ouweluitjes en spruitjes ook luidjes zou een luisterboek zijn voor kinderen die niet horen willen en ouders die liever een cd opzetten dan ongehoord naast een gezinslid te zitten.
In de hoofdrollen een jongen en een meisje die niet meer op een normaal volume kunnen praten en geen twee minuten hun mond kunnen houden. Die krijsen als varkens in de eerste fase van salami tot ze hun zin krijgen en dan schateren, tot hun weer iets wordt afgenomen.
In de bijrollen hun ouders, die denken dat ze goed bezig zijn omdat ze het woord 'opvoeding' een keer ingetikt hebben op Google en terechtkwamen op een foto van mensen die dezelfde buggy hadden als hen.

Eugene and Louise signeren Meneertje Nee! op donderdag 3 november op de Boekenbeurs, van 15:30 tot 17:30 op de Lannoo-stand (315).

dinsdag 25 oktober 2011

Programma

Mijn biograaf verveelt zich te pletter. Gisteren belde hij met het bericht dat ze bij de redactie van het Guinness Book of Records iemand zoeken, en of dat niks voor mij zou zijn. ‘Nou,’ zei ik, ‘ik zou aan dat boek kunnen bijdragen door het wereldrecord grafliggen te verbreken.’ Mijn biograaf zuchtte dat het kletterde. Ik stelde hem gerust door te vertellen over lezingen in Brussel en Amsterdam die eraan komen, en over de pilootaflevering van het nog geheime tv-programma waaraan ik meeschrijf. Dit programma zorgt er mede voor dat het in mijn brein zodanig stormt dat het een rustgevend effect zou hebben als ik mijn kop in een ventilator stak. Hoe zal dit aflopen? We zien het na de reclame.

dinsdag 6 september 2011

De gulden middenweg is een tolweg

Dit lijkt me een goeie openingszin, beter dan ‘Ik ga ’t kort houden want er staat een kookwas op het vuur’. Dit zijn de tijden waarin de woordspeling regeert. Je moet eens tegen een willekeurige parochiaan zeggen: ‘Iedere zondag scheer ik mij want zondag is de dag des scheren.’ Ik heb hier een blaadje waarop ik je geef: lachen! Wat dan weer wél hinniken is alsof de klontjes suiker in de aanbieding zijn: als iemand, bijvoorbeeld een man, op café over zijn penis praat en dan zijn broek openknoopt en roept: ‘Wie a zegt moet ook capella zeggen!’ Je moet alleen zien dat je niet zodanig bezopen bent dat je tijdens het openknopen van je broek niet meer op het woord ‘capella’ kunt komen. Zo sloeg ik laatst een modderfiguur terwijl ik mijn roede op tafel legde met de mededeling ‘Wie a zegt moet ook cupunctuur zeggen’. Als ik mijzelf zo eens bezig lees zou je denken dat ik momenteel in een manisch buitje ben, doch dient de berg niet slechts ter camouflage van het dal? Eigenlijk stuiter ik al heel mijn leven heen en weer tussen een hoogte en een laagte, een beweging die in de bewegingsleer bekendstaat als ‘niet de leukste beweging’. Eens je woonachtig bent in een springkasteel schud je die achtig er nog maar moeilijk af. Als duizelingwekkend mooie meisjes informeren naar mijn woning kan het ijs, hoe gebroken ook, aan hun kont roesten. En ondertussen maar duizelingen wekken met hun wegwandelende jeans. Als ik de daad zou voegen bij het woord dat de stem in mijn hoofd fluistert, ik zou achter tralies te boek staan als dader. Daarom schrijf ik het woord op en hou me verder gedeisd. Aldus ben ik begonnen aan mijn derde boek, getiteld Stoelgaand haalde Rita de tram. Het handelt over een vrouw die geen keuze kan maken.