Beste Jasmien Vandermeeren,
Vandaag kwam het woord ‘snackable’
in mijn leven. Het sprong mij in de facie toen ik op de Face je reactie las op
een column van Marc Didden omtrent de staking van scenaristen en acteurs in de
VS. Voor Diddens part mogen de makers van De buurtpolitie ook de blok erop
leggen. Jij bent een van die makers.
Jullie beseffen dat jullie
geen ‘high-end content’ maken maar iets ‘snackable’. In die snack willen jullie
niettemin spanning, vaart, romantiek, grappen én grollen stoppen.
Ik ken een bakker die in
een diepe depressie is gevallen omdat hij behalve rozijnen ook gedroogde
abrikozen, chocoladevlokken, kokosnootschilfers, confituuraccenten en
pistachetoetsen in zijn muffins wilde proppen. Met alleen maar rozijnen waren
zijn klanten nochtans een heel end content.
Waarmee ik niet wil zeggen
dat jullie het onmogelijke nastreven. Ik joeg er laatst in één nacht de acht
episodes van Frakke & Jempie door, acht keer tien minuten, en in die
tachtig minuten had ik tot mijn tevredenheid spanning, vaart, romantiek,
grappen en grollen gekregen.
Jij noemt jezelf als
scenarist van De buurtpolitie ‘een flik, een laborant en een forensisch
expert tegelijk’. Vooral het woord ‘expert’ is ongelukkig, omdat je het
duidelijk niet ironisch gebruikt.
De Nederlandse schrijver en
columnist Peter Buwalda werd ooit gevraagd om deel te nemen aan Maestro, een
tv-programma waarin bekende Nederlanders zich in een paar dagen en in
competitieverband moesten zien te ontwikkelen tot dirigent van een
symfonieorkest. Buwalda weigerde omdat hij, terecht, vond dat zo’n stoomcursus een
gotspe was, want een belediging voor echte dirigenten.
Als je over een hoerenloper
wilt schrijven, hoef je niet per se een bordeel te hebben bezocht. Maar als je
jezelf een hoerenloper noemt, dan moet je bij de hoeren zijn geweest.
Jij noemt jezelf een flik,
en je bent godverdomme nooit in een politiekantoor binnen geweest.
Jij noemt jezelf een
werkbij die niet met haar resultaten te koop loopt. Iemand zou je er toch een
keer op moeten wijzen dat de resultaten van jouw werk uitgezonden worden op tv.
In een poging tot sneer
naar Marc Didden schrijf je: ‘God forbid dat we zouden toegeven dat we ook weleens
programma’s bekijken die niet zielsverheffend zijn.’ Marc Didden geeft in zijn
column toe dat hij graag naar Blokken kijkt. Zou hij na een aflevering van
dat spelletje weleens naar Ben Crabbé bellen en roepen: ‘Ik dacht dat jij
godverdomme mijn ziel zou verheffen!’? Iemand die verslag uitbrengt van zijn
leven middels een boek dat Een redelijk leven heet, lijkt me geen moeilijke
ziel. Tegelijk kan ik redelijk veel cd’s uit mijn platenkast trekken die ik,
zonder er één noot van te hebben gehoord, gekocht heb nadat (md) er bezield
over had geschreven in Humo: Blood On The Tracks, Closing Time, Blue,
volledige lijst op aanvraag.
Het probleem met De
buurtpolitie is niet dat het niet zielsverheffend is. Te land, ter zee en in
de lucht is dat ook niet, maar de urenlange toewijding aan tekentafels en de
repetities die ik achter die wonderlijke vehikels zie, zijn exact wat ik niet
zie als ik het Andy Peelman-vehikel bekijk.
‘Niemand wil rotzooi
maken,’ zeg je.
Waarom wordt er dan zoveel
rotzooi gemaakt?
Te weinig tijd en te weinig
budget mogen nooit een excuus voor rotzooi zijn. Als je te weinig tijd en
budget hebt om iets degelijks te maken, dan moet je het niet maken.
Er wordt genoeg kwaliteit gemaakt,
ook voor jongeren die luchtigheid willen na een dag school. Wanneer ik
thuiskwam van school, keek ik op het prille VT4 naar Bottom en The Young
Ones. Ik begrijp dat programma’s van dat kaliber in Vlaanderen moeilijk te
maken vallen en ik begrijp dat ze niet in ieders smaak vallen. Maar ik spreek
over luchtigheid deluxe, luchtigheid op een hoogte waar de lucht ijl wordt. En
als je daartoe de mensen en de middelen niet hebt, dan zou de conclusie nooit De buurtpolitie mogen zijn.
Je zegt dat ze het format
van De buurtpolitie een niveau willen opkrikken. Tenzij dat niveau zo hoog
als de Tafelberg is, gaat De buurtpolitie één krik hoger niet ophouden een
belediging voor jongeren te zijn.
Zou de jonge Bart De Pauw
aan Buiten de zone begonnen zijn als hem te weinig tijd werd gegeven voor de
scenario’s? Zouden de makers van F*** you very very much niet exact dát
hebben gezegd als die reeks in zeven haasten had moeten gebeuren? Zou Luk Wyns
in dat geval Knokke Off hebben aangenomen?
Omdat veel mails begonnen
met ‘Love your work!’ en eindigden met ‘Kan het tegen morgenmiddag?’ ben ik
lang geleden al gestopt met televisiewerk. Daardoor heb ik veel geld laten
schieten, maar het heeft mij ook veel frustraties bespaard. Ik wil niet zitten
werken terwijl ik een klok hoor tikken. Ik wil niet dat Andy Peelman over mijn
schouder meekijkt naar wat ik aan het tikken ben. Ik wil tijdens het schrijven
op mijn schouder worden getikt door mijn idolen. De schoorsteen moet roken,
maar daartoe moet je de lat niet zodanig veel niveaus lager leggen dat ze in de
open haard komt te liggen.
TF
Posts tonen met het label Brieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brieven. Alle posts tonen
maandag 28 augustus 2023
Een lans die gebroken wordt voor 'De buurtpolitie' is een lans die naar het containerpark moet
dinsdag 25 juli 2023
Liefde hoefde het nooit te worden. Brief aan een kruimeldief
Beste Rudy,
L.H. Wiener heeft geschreven: ‘Uitgevers zijn als vijanden, je kunt niet zonder ze.’ Jij bent mijn vierde uitgever. Ik had het liever anders gezien, maar ik ben een enemy hopper.
2 augustus 2021 mailde redacteur M. mij: ‘Intussen hebben zowel Rudy als ik De wegwijzers mogen weg gelezen en we vinden het beiden behoorlijk geniaal.’ Volgde een dol getoeter met de loftrompet, eindigend met ‘inhoudelijk en structureel zit het vernuftig in elkaar’.
Kortom, uitgeverij Vrijdag wilde mijn roman graag uitgeven.
Bijna twee jaar later moet ik besluiten dat jullie mij en m’n ‘behoorlijk geniale’ boek voornamelijk geschoffeerd hebben.
Dat je als schrijver tegen een belediging moet kunnen, wist ik al langer. Gewoonlijk gaat aan de belediging evenwel geen lofzang vooraf.
Herman de Coninck heeft over Jeroen Brouwers geschreven dat die van zijn uitgever niks minder dan liefde verwachtte. De Coninck zelf verwachtte van zijn uitgever dat hij een kaft om zijn boek deed. Liefde krijg ik thuis al genoeg, maar het mag iets meer dan een kaft zijn.
Eerste schoffering. Het voorschot.
De wegwijzers zou aanvankelijk verschijnen bij Lebowski. Mijn redacteur daar, Roel van Diepen, had zich sedert de lente van 2020 met het manuscript beziggehouden. Een contract was er nog niet, een voorschot had ik dus ook nog niet gekregen. Na het plotselinge vertrek van uitgever Oscar van Gelderen vertrokken ook drijvende krachten Jasper Henderson en Roel van Diepen bij Lebowski, waarna ik besloot op zoek te gaan naar een Vlaamse uitgever. Toen ik voor het eerst aan jullie tafel zat, was er aan het ‘vernuftig in elkaar zittende’ manuscript niet heel veel werk meer. Daarom – en omdat jullie eigenlijk niet aan voorschotten deden maar voor mij bereid waren in de buidel te tasten – nam ik genoegen met een voorschot van 500, na belastingaftrek 462,5 euro. Met twee vingertoppen kun je ook in de buidel tasten, jullie tastten met precisie, zo kon ik toen nog meesmuilend denken.
Maar een paar maanden later dacht ik: jullie hadden dieper moeten tasten.
Alle stadia in het tot stand komen van een boek zijn plezierig, tot het stadium
der drukproeven aanbreekt, dan wordt het werken. Ik beschouw het als mijn taak om
alle proeven volledig door te nemen; er zijn schrijvers die dat vertikken en dan
schrikken als hun uitgever de vormgeving blindelings overgelaten heeft aan een aap met een schaar en een Prittstift, zie de rampzalige uitgaven van Borgerhoff en Lamberigts. In de eerste drukproef staan sowieso zetfouten. Correcties veroorzaken vaak nieuwe fouten. Zo kun je een tijdje bezig blijven. Als je voor de derde keer door dat hele kutboek gaat, moet je je kunnen optrekken aan de wetenschap dat er een mooi voorschot op je bankrekening staat. Je wilt niet zitten denken aan het loon dat de vormgever op dat ogenblik verdient en het kleingeld dat jij krijgt voor het corrigeren van zijn fouten.
Ook op de zetfouten in het leesfragment op de Vrijdag-site diende ik jullie te wijzen. De aanhef van mijn roman was daar zo nonchalant neergegooid, dat ik aan de betrokken medewerkster L. schreef: ‘Met al de foute insprongen die mensen in mijn teksten hebben toegelaten, zou ik voor de paralympische discipline mankstapspringen kunnen pleiten.’ Nee, een van mijn beste formuleringen was het niet, en ik excuseerde mij bij L., die het fragment aanpaste. Jij stuurde me nog een poging tot ironie als antwoord op mijn aanmerking. Zo’n leesfragment is een visitekaartje. Als een tegelzetter jou z’n kaartje geeft en dat oogt als een rommeltje, dan zul jij misschien denken: ach, het is maar een kaartje. Maar ik zou denken dat mijn muur eruit gaat zien als een still van het speelbord uit Blokken.
Tweede schoffering. Jouw inleiding op de boekpresentatie.
Nietszeggendheid, gelukkig in slechts vier, vijf zinnen. Een verplicht nummer van een stiefvader die betere dingen te doen heeft. Langs de kassa passeren en wegwezen.
Finale schoffering. De jaarafrekening.
Op de boekpresentatie, 17 maart 2022, werden net geen 70 stuks verkocht. Jij zat aan de kassa, want Standaard Boekhandel had geen zin om boeken te verkopen. Jij ontving aldus, afgerond, 1400 euro.
28 april ’22 mailde je mij: ‘Er zijn tot nu toe zowat 500 exemplaren verkocht and counting.’ Jouw cursivering; ik zag je met een scheve kop over de toonbank vliegende boeken tellen. Mooi beeld.
4 juni ’22 mailde je: ‘Er zijn nu 550 exemplaren verkocht.’
Daarna moet de verkoop stilgevallen zijn, want 10 november ’22 schreef je:
‘Verkoop nu zowat 550 à 570 exemplaren.’ Een tegenvaller, maar het is niet omdat je
gestopt bent met drinken dat je de champagne niet kunt laten knallen.
20 december ’22 meldde je dat ik in de loop van volgend voorjaar een overzicht
en betaling van de royalty’s van 2022 tegemoet kon zien. Overzicht én betaling.
1 juni jl. kondigde je aan dat de royaltystatements een week later dan
contractueel voorzien zouden worden afgehandeld, maar dat ‘de verkopen van De
wegwijzers mogen weg in 2022 het voorschot nog niet hebben ingelopen, dus zal er geen bijkomend bedrag te ontvangen zijn’.
Misschien heb je kort na het verzenden van die mail een vreemd geluid gehoord. Dat was het breken van mijn klomp.
Dat je mij schoffeerde met een voorschot om op te schieten, tot daaraan toe. Maar dat je dacht mij te kunnen wijsmaken dat dat miezerige voorschot nog niet is ingelopen, daar begon ik van te verhulken. Uit mijn scheurende hemdsmouwen groeiden groene boomstammen en zo zou ik op je afgekomen zijn als je in mijn buurt woonde.
Als jij op de boekpresentatie 1400 euro ontvangt, van welk bedrag niet de gebruikelijke 42% voor de boekhandel afgaat, dan zou het niet fair zijn als ik slechts 10% van dat bedrag kreeg. Fair zou zijn: 10% plus de helft van die 42%, dus ongeveer 430 euro, waarmee ik het voorschot die avond al bijna had terugverdiend. En dan moesten de andere exemplaren van die ‘550 à 570’ nog verkocht worden.
En het zou mij dunkt ook niet kloppen als van opbrengsten waar geen boekhandel aan te pas is gekomen de later door boekhandels geretourneerde exemplaren afgetrokken werden.
12 juni bereikten mij de uitzaaiingen van het kwaadaardige gezwel dat jij me meende te kunnen verkopen als een wiskundeknobbel. Waren volgens de afrekening in 2022 verkocht: 181 exemplaren.
Mijn klomp brak nu op zo’n manier dat hij op weg naar het containerpark verpulverde.
Drie keer geef je mij een 500+ en dan kom je aankakken met 181. Hoe, in the name of Shakespeare’s butthole, rijm je dat? Waar zijn die ‘550 à 570’ verkochte boeken gebleven? Waarom worden die 70 stuks van de presentatie niet apart vermeld en verrekend? En vind jij het normaal dat er belasting van mijn voorschot afgaat maar dat ik het brutovoorschot moet terugverdienen? Da’s dubbelop.
Nog die 12de juni zette ik m’n vragen bij de afrekening op mail. Kreeg ik een
automatisch antwoord: je was ’m tot de 25ste gesmeerd. Vind je ’t gek dat die timing mij geen toeval leek
Tien dagen later beliefde het jou verklaringen op mijn mouw te spelden.
Tussentijdse verkoopcijfers worden gemeld ‘met voorbehoud op definitieve juistheid, immers boeken kunnen dagelijks diverse trajecten van en naar allerhande afnemers kennen’.
Was dat ginds een vliegtuig? Was het een vogel? Verhip, het was mijn roman die klapwiekend door het zwerk scheerde tijdens een van zijn diverse dagelijkse trajecten!
Van de opbrengst van de boekpresentatie werd de vergoeding voor de interviewer afgetrokken, zo beweer jij. Maar ik hoorde van die goede man dat hij het op voorhand overeengekomen bedrag voor die avond nooit ontvangen heeft, en waarom zou hij daarover liegen?
Overigens mailde pers- en promoverantwoordelijke S. mij op 24 januari, dus vóór de presentatie, dat er voor de interviewer een budget van 250 euro beschikbaar was. Ongeacht wat de opbrengst zou zijn, was er budget voorzien. Waarom zou ik, de godverdomde interviewee, dan mee moeten betalen voor dat interview?
Ik heb het meeste werk in de boekpresentatie gestoken en wat krijg ik ervoor? Nog geen 140 euro. Er kwam 42% vrij maar jij vond het niet billijk om dat met mij te delen, want je benzine moest betaald worden en de 90 aanwezigen mochten op jouw kosten een glas drinken. Jouw kosten mijn reet.
Allicht hadden wij hier vóór de presentatie afspraken over moeten maken. Ik achtte dat niet nodig omdat ik aannam dat ik mijn deel – geen overdreven deel, lijkt me – wel zou krijgen. Dat was dus een vergissing van me.
Als ik van de opbrengst van de presentatie een fair stuk had gekregen (31%, 430 euro), dan was daarmee, zelfs als er in 2022 maar 181 boeken werden verkocht, wat ik dus vertik om te geloven, het voorschot terugverdiend en een royaltystroompje op gang gekomen.
In een brief aan uitgever en ‘ordinaire dief’ Mai Spijkers schreef Arnon
Grunberg: ‘Was u nog een gentleman-dief die van de rijken steelt om het onder de
armen – dat wil zeggen: zichzelf en zijn familie – te verdelen, ik had ermee kunnen
leven. Maar u steelt van armlastige auteurs die als beesten werken om zichzelf en hun
extended family te onderhouden. (…) Weet u hoevelen wachten op mijn brood?’
Jij en ik verhouden ons tot Spijkers en Grunberg zoals garnalen tot scampi’s –
ja, ik houd rekening met de onderscheiding die je hebt gekregen – maar jij bent ook een ordinaire dief, een kruimeldief, en ik heb ergens een pistolet zien liggen die ik zou willen kopen. Ik zal ’m aanschaffen van de gages die ik opnieuw aan het verdienen
ben als komiek. De comedy is gelukkig nog een sector waar men begrepen heeft dat
geld respect en vrijheid is.
Een jaar of zeven geleden, aan tafel bij mijn toenmalige schoonmoeder, zei de
zus van mijn lief tegen mij: ‘Je moet goed zot zijn om een boek te willen schrijven.’
Haar vriend Jos, een bouwvakker in wie ik twee keer paste, zei: ‘Ik hoor hem
nooit klagen over de opbrengst van zijn boeken, dus zo zot zal hij wel niet zijn.’
‘Ik klaag niet,’ beaamde ik.
‘Je gaat er dus nog een schrijven?’ vroeg hij.
‘Dat denk ik wel, Jos,’ antwoordde ik. ‘Maar het is ook mogelijk dat ik mijn
oude beroep weer kies, want eigenlijk ben ik een theepot.’
Een bouwvakker die lachte om een pointe van Gerard Reve, ook zo zot niet.
Maar genoeg gelachen. Ik zal wellicht nog een boek schrijven maar het logo van uitgeverij Vrijdag zal er niet op staan, al bood je mij een voorschot van 3000 euro. Met dat bedrag hoopte je ooit een schrijfster van korte verhalen binnen te halen. Zij vertelde mij dit op een terras nadat jij me 462,5 apennootjes had toegeworpen. ‘Wat was dat vreemd geluid?’ vroeg ze. ‘Geen idee,’ zei ik, mijn kapotte klomp wegmoffelend, ‘waarschijnlijk die Hollander daar.’
Ik verwachtte transparantie van jou. Je bent even transparant als de vleesverrassing van beenhouwerij Crazy Achmed.
Ga maar iets moois doen met mijn geld. Ik strompel met een nieuwe klomp naar een nieuwe vijand.
Dag Rudy. Liefde hoefde het nooit te worden. Gelukkig zit er een mooie kaft om mijn boek.
TF
vrijdag 13 november 2015
Brief aan gekuste vrouwen
Hey Annick en Anja,
Hopelijk zijn er leuke dingen gedaan met het geld dat ik voor Mag ik u kussen? aan mij heb laten voorbijgaan. En met het geld dat jullie voor mij hebben opgeëist bij organisatoren in die zes jaren dat ik stand-upcomedy deed en niet bij Sabam was aangesloten. Weten jullie dat er organisatoren gestopt zijn met comedyavonden organiseren omdat ze de bedragen die jullie ten onrechte van hen eisten niet meer konden betalen? Geld eisen voor artiesten die niet bij jullie aangesloten zijn valt mij dunkt onder fraude. Daarom sluit ik mij nu aan bij jullie. Omdat ik van God - niet te verwarren met Johan Verminnen - de opdracht heb gekregen om dwalende mensen uit de fraude te trekken. Het is een vuile job, maar iemand moet het doen.
Ik wens jullie een heel fijn weekend, en al die spelers die niks met jullie te maken willen hebben en gedwongen worden een Sabam-document te tekenen voor ze mogen spelen, wens ik een acuut geval van signer's block.
Tim Foncke
woensdag 4 december 2013
Beste Gunter,
Je zong gisteren in Stars for Life zo mooi dat ik eindelijk
nog eens een excuus had om een nachtegaal in de friteuse te smijten. De
nachtegaal had geen naam, want ik vind: dieren waarvan je weet dat je ze vroeg
of laat in de friteuse gaat smijten moet je geen naam geven. De friteuse heet
Mieke. Die naam had ze al toen ik haar uitkoos in het asiel voor gedumpte
toestellen. Miekes vorig baasje was een nachtegaal in het diepst van haar gedichten.
Als je haar frieten achterstevoren afbakte hoorde je satanische verzen. Hoe
rond kan een cirkel zijn?
Ik las wat je in Humo’s eindejaarsvragen zei over de unfaire exit van Patrick De Witte. Nu zijn we inderdaad nog meer omsingeld door idioten. Een tijdje geleden schreef Jean Blaute voor De Morgen een brief aan zijn overleden maat. Ik heb de voorbije jaren te veel aandacht en polemiek gewijd aan onbelangrijke mensen; voortaan ga ik de mensen die ertoe doen af en toe een brief schrijven terwijl ze nog leven. Niet dat ik vermoed dat jij binnenkort crèmepaté met een gouden lepeltje zult eten, maar deze is voor jou.
Zondag heb ik nog eens naar Superstaar gekeken. Toen je gisteren Aan het strand van Oostende van Louis Neefs zong, zag ik je vader in zijn zetel voor het raam zitten. Het was fijn die uitspraken in zijn mond te mogen leggen.
Overigens hoef jij niet Aan het strand van Oostende te zingen opdat ik je vader in zijn zetel zou zien zitten, ik zie hem ook weleens terwijl ik de afwas doe, of wanneer ik uit het raam sta te kijken. Dan denk ik: waar zou vader Lamoot nu naar kijken?
Ook om de Verrückte Idioten, E.R. Van de Walle, Roger, Fabrice, Hedwig en de mannen van crisisonthaal te zien, hoeft er niet per se een tv aan te staan. Ik zie ze wanneer ik aan de toog of aan de kassa sta, terwijl ik de vloer veeg of het weglopende badwater nakijk.
Thans ga ik naar Eigen kweek kijken en daarna schrijf ik verder aan mijn roman, waarvan de titel uit een lied van Louis Neefs komt. De wereld is niet echt klein, maar het is aangenaam om het gevoel te hebben dat hij klein is.
Tim
Ik las wat je in Humo’s eindejaarsvragen zei over de unfaire exit van Patrick De Witte. Nu zijn we inderdaad nog meer omsingeld door idioten. Een tijdje geleden schreef Jean Blaute voor De Morgen een brief aan zijn overleden maat. Ik heb de voorbije jaren te veel aandacht en polemiek gewijd aan onbelangrijke mensen; voortaan ga ik de mensen die ertoe doen af en toe een brief schrijven terwijl ze nog leven. Niet dat ik vermoed dat jij binnenkort crèmepaté met een gouden lepeltje zult eten, maar deze is voor jou.
Zondag heb ik nog eens naar Superstaar gekeken. Toen je gisteren Aan het strand van Oostende van Louis Neefs zong, zag ik je vader in zijn zetel voor het raam zitten. Het was fijn die uitspraken in zijn mond te mogen leggen.
Overigens hoef jij niet Aan het strand van Oostende te zingen opdat ik je vader in zijn zetel zou zien zitten, ik zie hem ook weleens terwijl ik de afwas doe, of wanneer ik uit het raam sta te kijken. Dan denk ik: waar zou vader Lamoot nu naar kijken?
Ook om de Verrückte Idioten, E.R. Van de Walle, Roger, Fabrice, Hedwig en de mannen van crisisonthaal te zien, hoeft er niet per se een tv aan te staan. Ik zie ze wanneer ik aan de toog of aan de kassa sta, terwijl ik de vloer veeg of het weglopende badwater nakijk.
Thans ga ik naar Eigen kweek kijken en daarna schrijf ik verder aan mijn roman, waarvan de titel uit een lied van Louis Neefs komt. De wereld is niet echt klein, maar het is aangenaam om het gevoel te hebben dat hij klein is.
Tim
maandag 11 november 2013
Het meisje in de tent
Lieve Elke,
Zoals beloofd bezorg ik je in bolletjesplastiek een gesigneerd exemplaar van mijn boek. Hopelijk is het boek leuker dan het plastiek.
Misschien ben je meer een bladeraar dan een lezer, maar ik verklap niet op welke bladzijden van De geachten jij voorkomt. Weet je ook eens hoe het voelt om naar jou uit te zien. Jij bent het meisje in de tent in Zuid-Frankrijk. Maar dat wist je al.
Ik heb ooit een romanmanuscript over die zomervakantie van 1994 geschreven, maar ik heb het verbrand. De vakantie was spannender dan de roman.
Heb jij eigenlijk ooit geweten dat onze kus in je tent mijn eerste tongzoen was? Ik dacht dat je het wel doorhad, omdat je tijdens de zoen een blazend geluid met je neus maakte. Het klonk alsof je mij een beetje uitlachte, maar misschien ademde je gewoon uit via je neus. Ikzelf heb denk ik niet geademd tijdens die zoen.
Pas later zou ik begrijpen dat het een afscheidskus was. Na de kus gaf je me een brief die ik met kloppend hart langs de slapende tenten en caravans droeg en een paar keer las in het licht van een wc-hokje. De brief was geschreven in potlood; op de gele envelop stond mijn naam in rode inkt. Ik begreep dat die zoen een afscheid was toen het tot me doordrong dat in de envelop aanvankelijk een in rood geschreven brief had gezeten. Je had de envelop gehouden maar de brief weggegooid. Tussen het rood en het potlood was Jan gekomen. Jan, mijn vriend, van wie ik ooit een condoom kreeg toen ik hem had verteld over een meisje dat ik leuk vond. ’s Nachts lag ik naast hem op een luchtmatras die ik iedere avond moest oppompen omdat er gaten in zaten. Zodra ik hoorde dat Jan sliep, kwam ik uit mijn slaapzak en sloop ik over de camping naar jouw tent. De nacht waarin we kusten lag je broertje naast ons te slapen; meestal sliep hij bij je ouders in de caravan. Als Jan wakker werd wanneer ik terug in onze tent kwam, zei ik dat ik naar de wc was geweest. Als hij al wakker was wanneer ik binnenkwam voegde ik eraan toe: ‘Ik denk dat ik verstopt zit. Het zal voor morgen zijn.’ Dat gaf me ruimte voor de volgende nacht.
Je brief eindigde met een mooie zin die ik altijd ben blijven onthouden. ‘Het meisje dat jou verdient is een engel, want dat ben jij ook voor mij.’
De engel is gekomen, maar soms denk ik dat ze beter verdient.
Heb jij die poëziebundel nog die ik voor je schreef? De titel was Poëzie met een omweg naar de clou. Ik herinner mij één gedicht: ‘De kat zegt miauw / Ik zeg / ik hou van jiauw.’ Die omweg in de titel sloeg waarschijnlijk op het woord ‘jiauw’.
Negentien jaar later doe ik niet meer aan poëzie en omwegen. Ik kom sneller waar ik moet zijn en de mensen begrijpen me beter, want ze noemen me een smeerlap.
Toen ik je laatst in het cultureel centrum van Aalst samen met je ouders terugzag, had ik gedronken. Maar ook als ik nuchter ben vind ik je nog altijd mooi.
Tim
vrijdag 1 november 2013
Sinterklaas
Beste B.,
Ik begrijp dat jij en je vrouw graag zouden hebben dat het zin heeft om mee te doen aan het sinterklaasfeest. Maar een zinvol sinterklaasfeest is zoals een zinvol tv-programma met het woord ‘junior’ in de titel. Het bestaat niet.
Volledig aan
die man ontsnappen kun je inderdaad niet. Ik raad je aan met je zoon naar een
sinterklaastreffen te gaan en te zeggen: ‘Zoon, klim op die man zijn schoot, trek zachtjes
aan zijn baard en als hij vraagt wat jij wil van Sinterklaas, antwoord dan:
“Dat Sinterklaas een maîtresse neemt.”’Ik begrijp dat jij en je vrouw graag zouden hebben dat het zin heeft om mee te doen aan het sinterklaasfeest. Maar een zinvol sinterklaasfeest is zoals een zinvol tv-programma met het woord ‘junior’ in de titel. Het bestaat niet.
TF
zondag 27 oktober 2013
Gevoelens
Beste
E.,
Bedankt
voor je mail. De lengte en het onderwerp ‘Gevoelens’ deden me denken: o nee,
niet weer een groupie. Maar het onderwerp bleek je beroep te zijn.
Je schrijft: ‘Gevoelens hebben elkaar nodig om te
kunnen bestaan. Als je aan een elektricien vraagt, wat is nu de beste pool? Pos
of neg? Zal hij antwoorden: geen van beide; ik heb ze allebei nodig om het
licht te maken. Zo hebben wij de beide polen nodig om het leven te maken.’
Aan
een elektricien heb ik nog nooit iets gevraagd. Licht is nodig, maar ik
voel mij meer op mijn gemak in duisternis. En het is niet omdat je naar
duisternis reikhalst, dat even later de strop klaar hangt. Duisternis kan
aangenaam zijn omdat je erin kunt verdwijnen. Het leven is goed als je niet
deelneemt gaat daar ook over. Even helemaal weg, zoals Center Parcs maar
dan echt. Daarom ga ik ’s nachts graag wandelen langs de velden achter het
gebouw waarin ik dit schrijf, het liefst als er mist over de velden hangt.
Daarom ook komen vijf vrienden op tijd en stond samen op wat we Meelekes-avond
noemen. Vijf mannen die zich Fong Betong en de Meelekes noemen – we zijn van
Aalst – waarbij Fong Betong de zesde man is, die er nooit bij kan zijn,
voornamelijk omdat hij niet bestaat. Maar hij klinkt goed in combinatie met de
Meelekes. Op zulke avonden kunnen wij oeverloos bullshitten en ernstige
gesprekken over leven en werk en gevoelens voeren en weer bullshitten. Die
avonden dragen bij om opnieuw de best mogelijke man, vader, werker,
deelnemer aan het leven te kunnen zijn. Sinds we onszelf de Meelekes
hebben genoemd zijn wij nog hechtere vrienden geworden. Elke mens zou zijn
Meelekes moeten hebben.
In de
volgende alinea schrijf je: ‘Het ene gevoel verlangt naar het andere en
omgekeerd. Als alles goed gaat in je leven, dan verlang je naar spanning,
problemen (kruiswoordraadsels), projecten, uitdaging. En omgekeerd.’
Als
alles goed gaat in mijn leven – het is weleens gebeurd, het was op een donderdag –
dan verlang ik niet per se naar kruiswoordraadsels. Omgekeerd zeg jij dat
als je kruiswoordraadsels hebt, je verlangt dat alles goed gaat in je leven. Je
weet dat er puzzelhandboeken bestaan?
Sluiten
spanning, projecten en uitdaging trouwens een goed leven uit?
'Het
toppunt van ontspanning, is mogen gespannen zijn.
Het
toppunt van geluk, is mogen ongelukkig zijn.En ga zo maar verder…’
Bedankt dat ik zo mag verdergaan, maar ik heb mijn eigen ideeën van toppunten.
‘Als iets moeilijk is hebben we de neiging om te verkrampen met onze ademhaling, om onze ademhaling in te houden terwijl we koortsachtig op zoek gaan naar oplossingen om dan, als alles ok is, te ontspannen en uit te ademen, ahhhh... Terwijl het juist de kunst is om, wanneer het moeilijk is, naar de volheid van je ademhaling te gaan, maar toch ontspannen te blijven. Dit is een simpele techniek die aan bod komt in de workshop. Ontspannen ademhalen, alsof je aan een bloem ruikt.’
Ik hoop voor jou dat er een publiek bestaat dat er baat bij heeft, maar het beeld van mensen die in workshopverband ademhalen alsof ze aan een bloem ruiken, ontspant mij zoals een splinter onder mijn vingernagel. Philippe Geubels heeft een periode rondgelopen met een elastiekje rond zijn pols. Op momenten van zenuwen of angst liet hij dat elastiekje tegen zijn polsader schieten. Hij zei me dat dat hielp. Ik weet niet of er een verband is tussen dat elastiekje en het feit dat hij volgend jaar in een ongetwijfeld vol Carré optreedt, maar misschien is een doosje elastiekjes een idee voor als de workshop niet aanslaat?
TF
zondag 29 september 2013
De geur van dobbelstenen
Beste Maggie De Block,
Tijdens een korte middagslaap droomde ik dat ik via het programma 1000 zonnen een driedaagse wandeltocht door uw schaamhaar had gewonnen. Ik kreeg de tickets omdat ik als eerste in de stoel zat met een bazooka. Ik mocht iemand meenemen, maar iedereen weigerde het ticket. Dus ik alleen het bos in. Het rook er naar van die dingen die sommige mensen aan hun achteruitkijkspiegel hangen. Dobbelstenen. Ik begon te wandelen en via via kwam ik een man tegen die stilletjes zat te treuren onder een boom. Omdat ik zijn naam niet kende, zei ik: ‘Dag man.’ Hij schrok op, stond op en stak zijn handen op. Hij zag eruit als een man die het Nederlands beheerste maar op was. ‘Ik ben ongewapend,’ sprak de man. ‘Dan kunnen we samen een club oprichten,’ antwoordde ik, ‘want ik ben ook ongewapend.’ Nog steeds met zijn handen omhoog wees de man naar mijn schouder. Ik keek naar mijn schouder en daarop rustte mijn bazooka. Ik wierp het wapen weg, gaf de man een hand en zei: ‘Kom, we gaan iets drinken.’ ‘Liever niet,’ wierp de man tegen, ‘de enige herberg in dit bos is een witverliesbar.’ Ik keek in zijn droeve ogen en deze herbergden inderdaad geen wit maar bloed. ‘Dan gaan we naar café Vredeplein in Aalst,’ zei ik. Samen liepen we uw schaamhaar uit en algauw zaten wij lachend boven een witte van Hoegaarden. Ons bloed zat waar het moest zitten.
TF
donderdag 26 september 2013
Fictie
Beste Frans Vancoppenolle,
Uw onderlip zag er pijnlijk uit
gisteren in Reyers Laat. Is zij
geschonden omdat u er al zeven jaar op bijt?
U wilt dat de VRT zich verontschuldigt voor het woord ‘hoer’ in de
fictieserie Albert II. Het woord
‘hoer’ slaat op uw echtgenote Iris, een adembenemende vrouw die ooit in één adem met prins Laurent werd genoemd.
Zoals veel mensen heb ik uw echtgenote leren kennen in een tv-programma
waarin zij middels haar lichaam hoofden op hol bracht. Ik was niet bij de
opnames aanwezig, dus ik kan niet zeggen dat uw echtgenote werkelijk haar broek
afstak. Laten we zeggen dat zij fictief haar broek afstak.
De VRT moet zich verontschuldigen voor Albert II, dat klopt. Niet vanwege het woord ‘hoer’,
wel vanwege het woord ‘prestigieus’ in de omschrijving van de serie.
Is het u werkelijk om verontschuldigingen te doen? Bent u niet gewoon
een pooier die wanhopig op zoek is naar schijnwerpers voor een iris die al heel
lang geen licht heeft gezien?
Ik wens u een spoedig herstel van uw onderlip.
TF
zondag 14 oktober 2012
Bijzitter
Geachte R. Van Malderen,
Het is de eerste keer dat ik mij tot een vrederechter moet richten en ik ken mensen, zij hebben ook brieven van mij in hun bezit, die u driftig zouden kunnen verzekeren dat het niet de laatste keer zal zijn.
U schrijft mij: ‘Hierbij heb ik de eer U mede te delen dat U in aanmerking komt als bijzitter van een stemopnemingsbureau bij voormelde verkiezingen.’
Ik zie niet direct het verband tussen eer en bijzitter van een stemopnemingsbureau. Maar goed, ik zie ook niet direct het verband tussen walging en de jaren tachtig.
Wat moet zo’n bijzitter precies doen? Valt er iets te drinken in dat stemopnemingsbureau? De laatste keer dat ik moest gaan stemmen – ik had een kater, mijn haar rook naar overgeefsel – moest ik naar het Klaproosje, de kleuterschool op de Oude Gentbaan. Vroeger dronk ik in de kleuterschool Inex-melk uit blauwe plastieken potjes. Die potjes hadden charme, maar van charme word ik niet dronken.
Als u dus kunt zorgen voor een bak Hoegaarden onder mijn tafel en, nu ik u toch heb, een mooi meisje aan mijn zijde dat bereid is mij onder tafel af te trekken tegen de stress van de stemopneming, dan ben ik uw man. Als u dit niet voor me kunt regelen vrees ik dat ik het snel op mijn zenuwen zal krijgen en dan ga ik mij zelf moeten aftrekken en dan weet ik niet of ik alle stemmen ga kunnen opnemen.
Hoe besluit u eigenlijk dat iemand in aanmerking komt als bijzitter?
Tim Foncke
De geachten, pag. 61
Het is de eerste keer dat ik mij tot een vrederechter moet richten en ik ken mensen, zij hebben ook brieven van mij in hun bezit, die u driftig zouden kunnen verzekeren dat het niet de laatste keer zal zijn.
U schrijft mij: ‘Hierbij heb ik de eer U mede te delen dat U in aanmerking komt als bijzitter van een stemopnemingsbureau bij voormelde verkiezingen.’
Ik zie niet direct het verband tussen eer en bijzitter van een stemopnemingsbureau. Maar goed, ik zie ook niet direct het verband tussen walging en de jaren tachtig.
Wat moet zo’n bijzitter precies doen? Valt er iets te drinken in dat stemopnemingsbureau? De laatste keer dat ik moest gaan stemmen – ik had een kater, mijn haar rook naar overgeefsel – moest ik naar het Klaproosje, de kleuterschool op de Oude Gentbaan. Vroeger dronk ik in de kleuterschool Inex-melk uit blauwe plastieken potjes. Die potjes hadden charme, maar van charme word ik niet dronken.
Als u dus kunt zorgen voor een bak Hoegaarden onder mijn tafel en, nu ik u toch heb, een mooi meisje aan mijn zijde dat bereid is mij onder tafel af te trekken tegen de stress van de stemopneming, dan ben ik uw man. Als u dit niet voor me kunt regelen vrees ik dat ik het snel op mijn zenuwen zal krijgen en dan ga ik mij zelf moeten aftrekken en dan weet ik niet of ik alle stemmen ga kunnen opnemen.
Hoe besluit u eigenlijk dat iemand in aanmerking komt als bijzitter?
Tim Foncke
De geachten, pag. 61
maandag 2 juli 2012
Workshop humor
Geachte Ingrid Lieten,
U heeft gelijk als u zegt dat de telefoongrap met Jelle Cleymans over de schreef was. De schreef begint waar de goeie grap ophoudt. En de grap met Jelle Cleymans was geen goeie grap.
Een volwassen man die eruitziet als een schooljongen met een vroegtijdige baard. Dat is het beeld van Jelle Cleymans dat voor iedereen voor het grijpen ligt. Een radiomaker die dat beeld aangrijpt om er een flauwe grap over te maken, is een gemakzuchtige radiomaker.
Cleymans had tegen Gunther D moeten zeggen: ‘Mijn klasgenootjes en ik gaan ons deze vakantie vooral toeleggen op onze hobby passief dansen. Vannacht komen we je halen en dan mag jij naakt en ingesmeerd met Colgate Blue Minty Gel limbodansen voor ons.’
Een radiomaker die niet verder kijkt dan het uiterlijk van een soapacteur die geen repliek vindt. Niet meteen een geestig beeld van de openbare omroep.
Daarom vind ik het idee van de VRT om een workshop humor te organiseren een prachtig plan.
Ik heb begrepen dat er nog niemand aangesteld is om de workshop te leiden. It’s a dirty job, maar iemand moet de boodschap overbrengen. Ik heb zes jaar comedy in parochiezalen, jeugdhuizen en chirotenten overleefd – ik was die ludieke act tussen het hoofdgerecht en het dessert – en ik heb aan mensen brieven geschreven die aankwamen, met alle denkbare gevolgen van dien. Ik ben de boodschapper op wie geschoten is.
Daarom wil ik mij aanbieden als workshopleider. Ik wil mijn lessen in humor delen met de programmamakers van de VRT, want als ik hetgeen ik geleerd heb voor mijzelf houd ga ik vast naar de hel, waar klonen van Piet Huysentruyt onophoudelijk hun arm over je schouder slaan.
Gunter Lamoot heeft ons met Superstaar geleerd dat je een fulminerende Hitler niet per se een mop over de joden in de mond moet leggen. Integendeel.
Het tegendeel moet het streefdoel van de workshop humor worden. Voor de mensen die bang zijn van het tegendeel heeft de VRT F.C. De Kampioenen in endless repeat gezet. En dat is goed. De apen worden bananen toegeworpen. En voor de apen die nadien nog een hongertje hebben, is er de dvd-box van de beste van het land.
Voor de anderen moet de VRT qua humor opnieuw het huis van wantrouwen worden. De openbare omroep weet wat goeie humor is, ze heeft ’m zelf uitgezonden. Dus daar ligt het probleem niet. De problemen beginnen waar het relativeringsvermogen van de mensen ophoudt. Margriet Hermans moest onbedaarlijk lachen toen Mark Uytterhoeven en Wouter Vandenhaute opwipten toen zij zich in de sofa van Het huis van wantrouwen neerzette. Nu schiet Margriet Hermans zo gemakkelijk in de lach dat ze waarschijnlijk ook gebulderd zou hebben als de tv-makers haar gewicht in marsepeinen weegschalen over haar hadden uitgestort, maar haar lach klonk oprecht.
Opwippen als een zwaarlijvige vrouw naast je plaatsneemt zou ik op papier een gemakkelijke grap vinden, maar ze werkte door het uitgestreken gezicht van Wouter Vandenhaute. Vandenhaute wás een van de grappen van dat programma, een man die het charisma uitstraalde van een gele briefkaart. Ook Urbanus durfde zich er belachelijk te maken; met zijn kop geschminkt als bloempot zat hij in het decor in een dressoir.
Diezelfde Van Anus zat in de swinging eighties in een talkshow van Carl Huybrechts. Samen met onder andere Kamagurka bood hij een deskundige inzake humor het hoofd. Aan het geboden hoofd kwam haarspray te pas. De deskundige wist niet wat hem overkwam.
Tijdens de eerste optredens van Kamagurka en Herr Seele was de enige opdracht van Herr Seele: rood worden. Kama vertelde beschamende verhalen over Seele en het lijdend voorwerp stond er beschaamd bij. Ik was te jong toen, maar mijn moeder heeft een van die optredens meegemaakt. De tranen sprongen uit haar ogen van het lachen.
Zou Jelle Cleymans gelachen hebben als de mop van Gunther D beter was geweest?
Tot zover de workshop.
Tim Foncke
U heeft gelijk als u zegt dat de telefoongrap met Jelle Cleymans over de schreef was. De schreef begint waar de goeie grap ophoudt. En de grap met Jelle Cleymans was geen goeie grap.
Een volwassen man die eruitziet als een schooljongen met een vroegtijdige baard. Dat is het beeld van Jelle Cleymans dat voor iedereen voor het grijpen ligt. Een radiomaker die dat beeld aangrijpt om er een flauwe grap over te maken, is een gemakzuchtige radiomaker.
Cleymans had tegen Gunther D moeten zeggen: ‘Mijn klasgenootjes en ik gaan ons deze vakantie vooral toeleggen op onze hobby passief dansen. Vannacht komen we je halen en dan mag jij naakt en ingesmeerd met Colgate Blue Minty Gel limbodansen voor ons.’
Een radiomaker die niet verder kijkt dan het uiterlijk van een soapacteur die geen repliek vindt. Niet meteen een geestig beeld van de openbare omroep.
Daarom vind ik het idee van de VRT om een workshop humor te organiseren een prachtig plan.
Ik heb begrepen dat er nog niemand aangesteld is om de workshop te leiden. It’s a dirty job, maar iemand moet de boodschap overbrengen. Ik heb zes jaar comedy in parochiezalen, jeugdhuizen en chirotenten overleefd – ik was die ludieke act tussen het hoofdgerecht en het dessert – en ik heb aan mensen brieven geschreven die aankwamen, met alle denkbare gevolgen van dien. Ik ben de boodschapper op wie geschoten is.
Daarom wil ik mij aanbieden als workshopleider. Ik wil mijn lessen in humor delen met de programmamakers van de VRT, want als ik hetgeen ik geleerd heb voor mijzelf houd ga ik vast naar de hel, waar klonen van Piet Huysentruyt onophoudelijk hun arm over je schouder slaan.
Gunter Lamoot heeft ons met Superstaar geleerd dat je een fulminerende Hitler niet per se een mop over de joden in de mond moet leggen. Integendeel.
Het tegendeel moet het streefdoel van de workshop humor worden. Voor de mensen die bang zijn van het tegendeel heeft de VRT F.C. De Kampioenen in endless repeat gezet. En dat is goed. De apen worden bananen toegeworpen. En voor de apen die nadien nog een hongertje hebben, is er de dvd-box van de beste van het land.
Voor de anderen moet de VRT qua humor opnieuw het huis van wantrouwen worden. De openbare omroep weet wat goeie humor is, ze heeft ’m zelf uitgezonden. Dus daar ligt het probleem niet. De problemen beginnen waar het relativeringsvermogen van de mensen ophoudt. Margriet Hermans moest onbedaarlijk lachen toen Mark Uytterhoeven en Wouter Vandenhaute opwipten toen zij zich in de sofa van Het huis van wantrouwen neerzette. Nu schiet Margriet Hermans zo gemakkelijk in de lach dat ze waarschijnlijk ook gebulderd zou hebben als de tv-makers haar gewicht in marsepeinen weegschalen over haar hadden uitgestort, maar haar lach klonk oprecht.
Opwippen als een zwaarlijvige vrouw naast je plaatsneemt zou ik op papier een gemakkelijke grap vinden, maar ze werkte door het uitgestreken gezicht van Wouter Vandenhaute. Vandenhaute wás een van de grappen van dat programma, een man die het charisma uitstraalde van een gele briefkaart. Ook Urbanus durfde zich er belachelijk te maken; met zijn kop geschminkt als bloempot zat hij in het decor in een dressoir.
Diezelfde Van Anus zat in de swinging eighties in een talkshow van Carl Huybrechts. Samen met onder andere Kamagurka bood hij een deskundige inzake humor het hoofd. Aan het geboden hoofd kwam haarspray te pas. De deskundige wist niet wat hem overkwam.
Tijdens de eerste optredens van Kamagurka en Herr Seele was de enige opdracht van Herr Seele: rood worden. Kama vertelde beschamende verhalen over Seele en het lijdend voorwerp stond er beschaamd bij. Ik was te jong toen, maar mijn moeder heeft een van die optredens meegemaakt. De tranen sprongen uit haar ogen van het lachen.
Zou Jelle Cleymans gelachen hebben als de mop van Gunther D beter was geweest?
Tot zover de workshop.
Tim Foncke
woensdag 6 juni 2012
Onder de mat
Naar aanleiding van de Humo-reeks ‘30 jaar popgeschiedenis opnieuw beluisterd’ zou ik uw aandacht willen vragen voor een prachtige, ondergeschoffelde plaat.
Now it’s closing time, the music’s fading out. – Tom Waits
Vrijdag 9 oktober 2009
Beste Tom,
Je overburen hadden mij verteld dat jij na de sluiting van je platenwinkel in café Windsor was gaan werken, maar toen ik daar vanmiddag aan een tafel ging zitten en eerst om een glas bier en vervolgens naar jou vroeg, bleek de cafébazin niet te weten wie je was. Ze had het café nog niet lang geleden overgenomen. Jij was blijkbaar niet mee overgenomen.
Ik vraag me af hoe ik het zou hebben gevonden om jou in café Windsor achter de toog te zien staan. Er hingen elektrische gitaren en foto’s van bluesmuzikanten aan de muur en ik was de enige klant: veel verschil met vroeger zou er niet geweest zijn.
Het jaar was 2001. Ik liep de Center binnen en jij zei: ‘Tim, ik heb iets dat je moet horen.’
Je gaf me een cd met op de cover het bleke gezicht van een man, de naam Matthew Ryan, de titel Concussion en onder de titel de songtitels. Het is meestal een goed teken als de songtitels op de cover staan.
Ik ging op een kruk zitten, zette een koptelefoon op en stak de cd in een cd-speler. Ik drukte op play.
Een akoestische gitaar werd aangeslagen, en dan de stem die kraakte. Hittin’ it hard, hittin’ it long. Up all night, tryin’ to write this song.
Ik wist toen al dat ik de cd ging kopen, maar ik bleef zitten. Jij had het muziekmagazine Heaven voor me opengelegd, in een kader stond een bespreking van de cd waar ik naar luisterde. De recensent schreef: ‘Hier moet ik over schrijven.’
Matthew Ryan heeft er zelf ook over geschreven in het cd-boekje: ‘We started recording on June 25th. Summer hadn’t really broke yet. For the first time since childhood I was disappointed about this. You see, these songs had a humidity about them; a kind of determined slowness, not unlike summer itself.’
Later kocht ik zijn cd’s May Day en Happiness. Goeie platen, maar Concussion is De Plaat.
De Center was de laatste winkel in Aalst waar je dit soort platen kon kopen. Jaren geleden al, ik zat nog op het college, moesten de Pop Shop en Solbemol hun deuren sluiten. Nu is er nog de Free Record Shop, maar dat noem ik geen platenwinkel.
Toen ik na mijn bezoek aan café Windsor door de stad fietste, keek ik naar de gevels waartegen ik vroeger graag mijn fiets parkeerde en waarachter nu swingcafés en kantoren huizen.
We gaan door, dacht ik met het vooruitzicht op een glas bier in mijn keuken.
Tim
Now it’s closing time, the music’s fading out. – Tom Waits
Vrijdag 9 oktober 2009
Beste Tom,
Je overburen hadden mij verteld dat jij na de sluiting van je platenwinkel in café Windsor was gaan werken, maar toen ik daar vanmiddag aan een tafel ging zitten en eerst om een glas bier en vervolgens naar jou vroeg, bleek de cafébazin niet te weten wie je was. Ze had het café nog niet lang geleden overgenomen. Jij was blijkbaar niet mee overgenomen.
Ik vraag me af hoe ik het zou hebben gevonden om jou in café Windsor achter de toog te zien staan. Er hingen elektrische gitaren en foto’s van bluesmuzikanten aan de muur en ik was de enige klant: veel verschil met vroeger zou er niet geweest zijn.
Het jaar was 2001. Ik liep de Center binnen en jij zei: ‘Tim, ik heb iets dat je moet horen.’
Je gaf me een cd met op de cover het bleke gezicht van een man, de naam Matthew Ryan, de titel Concussion en onder de titel de songtitels. Het is meestal een goed teken als de songtitels op de cover staan.
Ik ging op een kruk zitten, zette een koptelefoon op en stak de cd in een cd-speler. Ik drukte op play.
Een akoestische gitaar werd aangeslagen, en dan de stem die kraakte. Hittin’ it hard, hittin’ it long. Up all night, tryin’ to write this song.
Ik wist toen al dat ik de cd ging kopen, maar ik bleef zitten. Jij had het muziekmagazine Heaven voor me opengelegd, in een kader stond een bespreking van de cd waar ik naar luisterde. De recensent schreef: ‘Hier moet ik over schrijven.’
Matthew Ryan heeft er zelf ook over geschreven in het cd-boekje: ‘We started recording on June 25th. Summer hadn’t really broke yet. For the first time since childhood I was disappointed about this. You see, these songs had a humidity about them; a kind of determined slowness, not unlike summer itself.’
Later kocht ik zijn cd’s May Day en Happiness. Goeie platen, maar Concussion is De Plaat.
De Center was de laatste winkel in Aalst waar je dit soort platen kon kopen. Jaren geleden al, ik zat nog op het college, moesten de Pop Shop en Solbemol hun deuren sluiten. Nu is er nog de Free Record Shop, maar dat noem ik geen platenwinkel.
Toen ik na mijn bezoek aan café Windsor door de stad fietste, keek ik naar de gevels waartegen ik vroeger graag mijn fiets parkeerde en waarachter nu swingcafés en kantoren huizen.
We gaan door, dacht ik met het vooruitzicht op een glas bier in mijn keuken.
Tim
woensdag 9 november 2011
Re:
----- Original Message -----
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 7:04 PM
Subject: Re:
Ok, fair enough. Ik kon mij niet inbeelden dat iemand dat blogje ernstig zou nemen maar ik twijfel er niet aan dat je oprecht bent. Ik ga het nog eens lezen.
Al vind ik niet dat onbescheidenheid het exclusieve recht van de groten der aarde is, noch dat ik mezelf overdreven au sérieux neem.
Maar goed, ik snap geloof ik wel wat je bedoelt. Tot de volgende,
Ivo Victoria.
Op 9 nov. 2011 om 18:36 heeft "Tim Foncke"het volgende geschreven:
Hey Ivo,
Ik acht je redelijk hoog, dus ik ging ervan uit dat je over al die vergelijkingen nagedacht hebt. Ik stoorde mij eraan. En dat ik de behoefte voelde onder meer dat op je site te verkondigen, komt door de onbescheidenheid van je bericht Heel goed. waar ik mij ook aan stoorde. Ik bezoek je site ongeveer dagelijks, meestal tot mijn tevredenheid, maar soms erger ik mij aan een onbescheidenheid die niet gepast is. Herman Brusselmans wordt vaak van arrogantie beschuldigd omdat hij zichzelf de beste schrijver van Vlaanderen noemt. Tegen Luk Alloo zei hij daarover gevat: 'Wat moet ik zeggen? Dat ik de derde beste schrijver van Vlaanderen ben?' Over Eddy Merckx zei Brusselmans: 'Iedereen weet dat Merckx de beste wielrenner aller tijden is, maar o wee als Eddy dat zelf zou zeggen.' Mensen als Brusselmans en Merckx mogen met hun hand op tafel slaan als 't over hun prestaties gaat. Jij mag dan wel een tafel aan gort signeren, de manier waarop je daarover schrijft doet mijn tenen krullen. En dan klik ik op reacties.
T.
----- Original Message -----
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 3:50 PM
Subject: Re:
Ha Tim,
als ik een probleem had gehad met uw bijdrage op mijn site, dan had ik hem niet geplaatst of getwitterd. Ik ben niet zo voor democratie op mijn eigen website, maar gelukkig valt het zelden voor dat ik die vorm van censuur moet toepassen en ook in jouw geval zag ik er geen enkele reden toe. Afzeiken leek mij de correcte omschrijving van je comment.
Ik vond het wel opmerkelijk (en ook wel geestig geschreven, dat oor, inderdaad, wat een vondst).
Zelf heb ik nog nooit de behoefte gevoeld een collega mijn mening over zijn werk te geven, tenzij er mij om gevraagd wordt en dan nog doe ik het liever niet, laat staan in het openbaar. Ik weet namelijk wat ik zelf aan dat soort meningen heb: niks. Ik schrijf vanuit mezelf, en ik zou het niet kunnen veranderen al zou ik het willen. Daarom heb ik ook niks aan recensies. Ik ben blij met die goeie recensies, en die twitter en facebook ik ook, in de hoop dat de mensen zich zullen laten verleiden tot het lezen van mijn boek. Maar inhoudelijk kan er ik niks mee, net zomin als met de slechte. Ik heb iets voor ogen en dat probeer ik te realiseren - het waardeoordeel van anderen helpt mij niet verder.
Jij weet zelf wat het is om een roman te schrijven, en ik neem aan dat elk woord en elke zin in De geachten weloverwogen is. Vervolgens komt het uit en gaan er allemaal mensen doen alsof jij er niet over nagedacht hebt, alsof je zelf niet gezien hebt waar je twee jaar lang zo intens mee bent bezig geweest.
Wat moet ik nu zeggen? 'Goh Tim, veel vergelijkingen? Echt? Is mij to-taal niet opgevallen.'
Ik snap dan ook niks van schrijvers die boekenrecensies schrijven, maar dat is weer een ander verhaal.
Kortom. We verschillen van mening. No hard feelings.
Veel groeten uit Amsterdam!
Ivo Victoria.
(deze mag je ook op je blog zetten als je daar een meerwaarde in ziet)
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 7:04 PM
Subject: Re:
Ok, fair enough. Ik kon mij niet inbeelden dat iemand dat blogje ernstig zou nemen maar ik twijfel er niet aan dat je oprecht bent. Ik ga het nog eens lezen.
Al vind ik niet dat onbescheidenheid het exclusieve recht van de groten der aarde is, noch dat ik mezelf overdreven au sérieux neem.
Maar goed, ik snap geloof ik wel wat je bedoelt. Tot de volgende,
Ivo Victoria.
Op 9 nov. 2011 om 18:36 heeft "Tim Foncke"
Hey Ivo,
Ik acht je redelijk hoog, dus ik ging ervan uit dat je over al die vergelijkingen nagedacht hebt. Ik stoorde mij eraan. En dat ik de behoefte voelde onder meer dat op je site te verkondigen, komt door de onbescheidenheid van je bericht Heel goed. waar ik mij ook aan stoorde. Ik bezoek je site ongeveer dagelijks, meestal tot mijn tevredenheid, maar soms erger ik mij aan een onbescheidenheid die niet gepast is. Herman Brusselmans wordt vaak van arrogantie beschuldigd omdat hij zichzelf de beste schrijver van Vlaanderen noemt. Tegen Luk Alloo zei hij daarover gevat: 'Wat moet ik zeggen? Dat ik de derde beste schrijver van Vlaanderen ben?' Over Eddy Merckx zei Brusselmans: 'Iedereen weet dat Merckx de beste wielrenner aller tijden is, maar o wee als Eddy dat zelf zou zeggen.' Mensen als Brusselmans en Merckx mogen met hun hand op tafel slaan als 't over hun prestaties gaat. Jij mag dan wel een tafel aan gort signeren, de manier waarop je daarover schrijft doet mijn tenen krullen. En dan klik ik op reacties.
T.
----- Original Message -----
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 3:50 PM
Subject: Re:
Ha Tim,
als ik een probleem had gehad met uw bijdrage op mijn site, dan had ik hem niet geplaatst of getwitterd. Ik ben niet zo voor democratie op mijn eigen website, maar gelukkig valt het zelden voor dat ik die vorm van censuur moet toepassen en ook in jouw geval zag ik er geen enkele reden toe. Afzeiken leek mij de correcte omschrijving van je comment.
Ik vond het wel opmerkelijk (en ook wel geestig geschreven, dat oor, inderdaad, wat een vondst).
Zelf heb ik nog nooit de behoefte gevoeld een collega mijn mening over zijn werk te geven, tenzij er mij om gevraagd wordt en dan nog doe ik het liever niet, laat staan in het openbaar. Ik weet namelijk wat ik zelf aan dat soort meningen heb: niks. Ik schrijf vanuit mezelf, en ik zou het niet kunnen veranderen al zou ik het willen. Daarom heb ik ook niks aan recensies. Ik ben blij met die goeie recensies, en die twitter en facebook ik ook, in de hoop dat de mensen zich zullen laten verleiden tot het lezen van mijn boek. Maar inhoudelijk kan er ik niks mee, net zomin als met de slechte. Ik heb iets voor ogen en dat probeer ik te realiseren - het waardeoordeel van anderen helpt mij niet verder.
Jij weet zelf wat het is om een roman te schrijven, en ik neem aan dat elk woord en elke zin in De geachten weloverwogen is. Vervolgens komt het uit en gaan er allemaal mensen doen alsof jij er niet over nagedacht hebt, alsof je zelf niet gezien hebt waar je twee jaar lang zo intens mee bent bezig geweest.
Wat moet ik nu zeggen? 'Goh Tim, veel vergelijkingen? Echt? Is mij to-taal niet opgevallen.'
Ik snap dan ook niks van schrijvers die boekenrecensies schrijven, maar dat is weer een ander verhaal.
Kortom. We verschillen van mening. No hard feelings.
Veel groeten uit Amsterdam!
Ivo Victoria.
(deze mag je ook op je blog zetten als je daar een meerwaarde in ziet)
Brief aan Ivo Victoria
Beste Ivo,
Je twittert dat je op je site afgezeken wordt door collega’s. Ik ben een van die collega’s.
Ik ben zo’n half sociaal aangepaste mens die wel de tweets van anderen leest, maar zelf niet op twitter zit. Hetzelfde met facebook. Al post ik soms een link naar mijn blog op een fanpagina omdat de oprichtster van die pagina, een vriendin van mijn vriendin, aan het beheren al snel de brui gaf.
Momenteel heb ik op facebook 159 fans. Ik zou aan het beheren ook wel de brui willen geven, maar ja, dan staan 159 mensen in de kou.
De reactie van die – dé? – David Nolens onder je bericht Heel goed. (2) is inderdaad zuur gezeik en zou ik in jouw plaats aan mijn gat laten roesten. Het zou ook kunnen dat ‘schrijver van niks…’ een soort van nickname is waarmee hij al zijn commentaren afsluit; ik heb van David Nolens nog niks gelezen.
Ik vind mijn commentaar beter. Die oorarts: je moet er maar op komen. In Visser van Rob van Essen vlogen de als-vergelijkingen mij ook om de oren, maar de plot van deze roman sleepte mij in tegenstelling tot die van Gelukkig zijn we machteloos wel mee. Ik vind stijl belangrijker dan plot, maar het is niet omdat je ’r een karrenvracht vergelijkingen tegenaan gooit dat je meteen een goeie stilist bent. Mijn oeuvre bestaat voorlopig uit een cartoonbundel, een handvol moppen en een briefroman, dus ik ga hier geen workshop geven. (Als je nog eens een poging tot sarcasme doet: zo doe je dat dus.) Die blauwe maandag dat ik in Sint-Lukas een filmopleiding volgde, zei Marc Didden tegen mij iets dat ik altijd ben blijven onthouden, hetgeen wel vaker gebeurt als Marc Didden iets zegt. Naar aanleiding van een scène die we voor hem moesten schrijven en die in mijn geval bulkte van de oneliners, merkte hij op dat als je op café twee, drie spitse oneliners op een avond in de kring gooit, je meer indruk maakt dan wanneer je ’r twee per minuut op tafel smijt. Zo denk ik ook over vergelijkingen.
Ik vraag me af of je Gelukkig zijn we machteloos zou hebben geschreven als je geen kinderen had. Ik bedoel dat je dus misschien niet enkel een angst van de mensen hebt beschreven, maar ook een persoonlijke angst. Van vrienden, vaders, weet ik dat ze op een gegeven moment bijna kapot gingen toen ze The road van Cormac McCarthy lazen. Zelf heb ik geen kinderen maar The road greep ook mij aan.
Je weet dat ik je eerste boek bijzonder vond, je tweede niet, ik zou de mensen die erom malen gerust de kost willen geven. Ik kijk uit naar je derde boek.
Hartelijks,
Tim
Je twittert dat je op je site afgezeken wordt door collega’s. Ik ben een van die collega’s.
Ik ben zo’n half sociaal aangepaste mens die wel de tweets van anderen leest, maar zelf niet op twitter zit. Hetzelfde met facebook. Al post ik soms een link naar mijn blog op een fanpagina omdat de oprichtster van die pagina, een vriendin van mijn vriendin, aan het beheren al snel de brui gaf.
Momenteel heb ik op facebook 159 fans. Ik zou aan het beheren ook wel de brui willen geven, maar ja, dan staan 159 mensen in de kou.
De reactie van die – dé? – David Nolens onder je bericht Heel goed. (2) is inderdaad zuur gezeik en zou ik in jouw plaats aan mijn gat laten roesten. Het zou ook kunnen dat ‘schrijver van niks…’ een soort van nickname is waarmee hij al zijn commentaren afsluit; ik heb van David Nolens nog niks gelezen.
Ik vind mijn commentaar beter. Die oorarts: je moet er maar op komen. In Visser van Rob van Essen vlogen de als-vergelijkingen mij ook om de oren, maar de plot van deze roman sleepte mij in tegenstelling tot die van Gelukkig zijn we machteloos wel mee. Ik vind stijl belangrijker dan plot, maar het is niet omdat je ’r een karrenvracht vergelijkingen tegenaan gooit dat je meteen een goeie stilist bent. Mijn oeuvre bestaat voorlopig uit een cartoonbundel, een handvol moppen en een briefroman, dus ik ga hier geen workshop geven. (Als je nog eens een poging tot sarcasme doet: zo doe je dat dus.) Die blauwe maandag dat ik in Sint-Lukas een filmopleiding volgde, zei Marc Didden tegen mij iets dat ik altijd ben blijven onthouden, hetgeen wel vaker gebeurt als Marc Didden iets zegt. Naar aanleiding van een scène die we voor hem moesten schrijven en die in mijn geval bulkte van de oneliners, merkte hij op dat als je op café twee, drie spitse oneliners op een avond in de kring gooit, je meer indruk maakt dan wanneer je ’r twee per minuut op tafel smijt. Zo denk ik ook over vergelijkingen.
Ik vraag me af of je Gelukkig zijn we machteloos zou hebben geschreven als je geen kinderen had. Ik bedoel dat je dus misschien niet enkel een angst van de mensen hebt beschreven, maar ook een persoonlijke angst. Van vrienden, vaders, weet ik dat ze op een gegeven moment bijna kapot gingen toen ze The road van Cormac McCarthy lazen. Zelf heb ik geen kinderen maar The road greep ook mij aan.
Je weet dat ik je eerste boek bijzonder vond, je tweede niet, ik zou de mensen die erom malen gerust de kost willen geven. Ik kijk uit naar je derde boek.
Hartelijks,
Tim
vrijdag 9 september 2011
Beste Hiskia,
Ondanks de herinneringen en een telefoon van de boekhouder heeft mijn agent nog steeds geen vergoeding van je ontvangen voor de moppen die ik op 25 maart schreef voor jullie tv-programma De kazakkendraaiers. 150 euro is voor jou misschien een te verwaarlozen bedrag, maar ikzelf kan er toch een keer of zes eten en drinken mee kopen in de GB.
Ik zou dus graag hebben dat je me betaalt, of dat je me zes keer uitnodigt voor een etentje à volonté. Met à volonté bedoel ik dat Bart De Pauw ook aanwezig mag zijn; zelf ben ik een gematigd eter. In willekeurige volgorde verkies ik deze gerechten: witloof met hesp en kaassaus, steak champignon, mosselen met frieten, bloemkool met kaassaus en braadworst, balletjes in tomatensaus met puree, en paella. Alles vers, natuurlijk. Qua drank: bier en wijn. Voorgerechten en desserts hoeven niet. Aperitiefhapjes sla ik niet af.
Je ziet, ik ben een eenvoudige jongen die niet veel vraagt.
En jij?
T.F.
Ik zou dus graag hebben dat je me betaalt, of dat je me zes keer uitnodigt voor een etentje à volonté. Met à volonté bedoel ik dat Bart De Pauw ook aanwezig mag zijn; zelf ben ik een gematigd eter. In willekeurige volgorde verkies ik deze gerechten: witloof met hesp en kaassaus, steak champignon, mosselen met frieten, bloemkool met kaassaus en braadworst, balletjes in tomatensaus met puree, en paella. Alles vers, natuurlijk. Qua drank: bier en wijn. Voorgerechten en desserts hoeven niet. Aperitiefhapjes sla ik niet af.
Je ziet, ik ben een eenvoudige jongen die niet veel vraagt.
En jij?
T.F.
dinsdag 1 maart 2011
It's Humo, Jim
Beste Sam De Graeve,
Drie dinsdagen geleden belde ik jou vanop een bank in de zon omdat ik benieuwd was wat jij als hoofdredacteur nu zelf van de Humo-cartoon Dát zie je nu zelden vond. Ik kon je antwoord raden, maar ik wilde je horen zeggen dat je die cartoonreeks goed vindt om het te kunnen geloven.
Iedere week komt die zeer lelijke en ongrappige prent mij voor als piraterij van een studentenkrantje. Ik stel mij studenten voor die lachen in een vuist vanwege spasmen in hun vingers.
Ik had ook je mening over Kamagurka willen horen, maar ik kwam net van het rusthuis waar mijn grootmoeder woont en ik had geen zin om het opnieuw over dementie te hebben. Iedere onbekende cartoonist die met Kama’s tekeningen van de laatste jaren op de redactie zou komen aanzetten, zou weggelachen worden. Ik zeg dit met spijt, want vroeger hingen zijn cartoons boven mijn bed.
De stukken van Mark Schaevers over 75 jaar Humo zijn, zoals alle stukken van Schaevers, mooi en grondig – al had ik wel meer over Marc Mijlemans willen lezen – maar de huidige Humo zetten ze niet in de bloemetjes. Ze lezen als een in memoriam. De laatste keer dat ik bij bloemetjes aan een rouwkrans moest denken was toen ik mijn ex tegenkwam met een mimespeler aan haar zijde en een collier van margrietjes om haar hals.
De honderd covers in de Humo van twee weken geleden maakten duidelijk dat je blad onder het vel van de eenheidsworst is gegleden. Efficiënte covers met één foto, zoals die waarop Guy Mortier met een bivakmuts en een kepie poseert boven de alleszeggende woorden DE BENDE, of een fantastische tekening van Ever Meulen of Joost Swarte zijn ingeruild voor saaie photoshopetalages. Een kader met HERMAN BRUSSELMANS TREURT en daaronder een foto van de schrijver en het citaat ‘MIJN VROUW WOONT APART NU’ kan zo op de Dag Allemaal.
De cover n.a.v. de 75ste verjaardag had een klein kunstwerk moeten zijn, maar wat staat erop? Een taart. Nou, gefeliciteerd.
Kwaliteiten waarmee Humo vroeger het verschil maakte en de eeuwigheid in kon – het weekblad leek boven de week te staan – zijn weggesmeten om zeven dagen mee te kunnen met de moderne tijd. Als de mode roze voorschrijft, ga jij dan een tutu dragen? Het is natuurlijk ook een manier om je ballen te laten zien.
Wie heeft Rudy Vandendaeles rubriek De internationale nozem weggesmeten? Was rv, zoals Brusselmans vermoedt, het beu om parels aan de zwijnen te voeren? Dan kan hij beter helemaal stoppen met schrijven en hamburgers gaan keren in de Quick.
Kijk omhoog, Sam, en trek voor je covers en je rubrieken de schuif open waarin Ever Meulen en Gummbah en rv liggen. Of liggen zij niet meer in de bovenste schuif?
tf, ah bah ja, abonnee
Drie dinsdagen geleden belde ik jou vanop een bank in de zon omdat ik benieuwd was wat jij als hoofdredacteur nu zelf van de Humo-cartoon Dát zie je nu zelden vond. Ik kon je antwoord raden, maar ik wilde je horen zeggen dat je die cartoonreeks goed vindt om het te kunnen geloven.
Iedere week komt die zeer lelijke en ongrappige prent mij voor als piraterij van een studentenkrantje. Ik stel mij studenten voor die lachen in een vuist vanwege spasmen in hun vingers.
Ik had ook je mening over Kamagurka willen horen, maar ik kwam net van het rusthuis waar mijn grootmoeder woont en ik had geen zin om het opnieuw over dementie te hebben. Iedere onbekende cartoonist die met Kama’s tekeningen van de laatste jaren op de redactie zou komen aanzetten, zou weggelachen worden. Ik zeg dit met spijt, want vroeger hingen zijn cartoons boven mijn bed.
De stukken van Mark Schaevers over 75 jaar Humo zijn, zoals alle stukken van Schaevers, mooi en grondig – al had ik wel meer over Marc Mijlemans willen lezen – maar de huidige Humo zetten ze niet in de bloemetjes. Ze lezen als een in memoriam. De laatste keer dat ik bij bloemetjes aan een rouwkrans moest denken was toen ik mijn ex tegenkwam met een mimespeler aan haar zijde en een collier van margrietjes om haar hals.
De honderd covers in de Humo van twee weken geleden maakten duidelijk dat je blad onder het vel van de eenheidsworst is gegleden. Efficiënte covers met één foto, zoals die waarop Guy Mortier met een bivakmuts en een kepie poseert boven de alleszeggende woorden DE BENDE, of een fantastische tekening van Ever Meulen of Joost Swarte zijn ingeruild voor saaie photoshopetalages. Een kader met HERMAN BRUSSELMANS TREURT en daaronder een foto van de schrijver en het citaat ‘MIJN VROUW WOONT APART NU’ kan zo op de Dag Allemaal.
De cover n.a.v. de 75ste verjaardag had een klein kunstwerk moeten zijn, maar wat staat erop? Een taart. Nou, gefeliciteerd.
Kwaliteiten waarmee Humo vroeger het verschil maakte en de eeuwigheid in kon – het weekblad leek boven de week te staan – zijn weggesmeten om zeven dagen mee te kunnen met de moderne tijd. Als de mode roze voorschrijft, ga jij dan een tutu dragen? Het is natuurlijk ook een manier om je ballen te laten zien.
Wie heeft Rudy Vandendaeles rubriek De internationale nozem weggesmeten? Was rv, zoals Brusselmans vermoedt, het beu om parels aan de zwijnen te voeren? Dan kan hij beter helemaal stoppen met schrijven en hamburgers gaan keren in de Quick.
Kijk omhoog, Sam, en trek voor je covers en je rubrieken de schuif open waarin Ever Meulen en Gummbah en rv liggen. Of liggen zij niet meer in de bovenste schuif?
tf, ah bah ja, abonnee
woensdag 2 februari 2011
Profiel
Je staat in voor een ordelijke winkel en de verkoop van ons assortiment.
Verwacht: Ben je klantvriendelijk, stipt, flexibel en kan je zowel zelfstandig als in teamverband werken dan is deze uitdaging beslist iets voor jou!!
Vereiste studies: Geen specifieke studievereisten
Werkervaring: minstens 2 jaar ervaring
Geachte mevrouw S.,
Op de VDAB-website las ik uw vacature voor een deeltijdse winkelbediende in uw Boekenvoordeel-filiaal in Aalst. Graag wil ik mij voor deze functie aanmelden.
Oktober 2009 verscheen mijn debuutroman De geachten (uitgeverij Thomas Rap); momenteel werk ik aan mijn tweede roman. Omdat het te combineren valt met mijn schrijfwerk en ik over de nodige affiniteit met boeken meen te beschikken, ambieer ik deze baan in uw winkel.
In 2001 heb ik een VDAB-opleiding voor verkoper gevolgd en daarna heb ik tweeënhalf jaar als winkelbediende in een supermarkt gewerkt.
Ik hoop van harte mijn sollicitatie nader met u te kunnen bespreken.
Met vriendelijke groet,
Tim Foncke
29 minuten later
Beste Tim,
Ik heb je brief doorgelezen. Tot mijn spijt moet ik je melden dat je profiel niet volledig overeenkomt met de vereisten voor onze vacature.
Ik wens je verder veel succes met het vinden van de geschikte baan.
Met vriendelijke groet,
S.S.
Beste S.S.,
Ik vind mijzelf voor weinig functies de geknipte mens, maar voor de functie van deeltijdse winkelbediende in een boekhandel acht ik me wel geschikt.
Mag ik vragen wat dan wel het goede profiel is?
T.F.
De volgende dag; geen antwoord meer gekregen
Hey S.S.,
Ik maakte maar een grapje. Ik ben een blond meisje van 22 wier enige affiniteit met boeken de Flair is.
Blond is mijn natuurlijke kleur.
Ik weet zeker dat u mijn profiel op het oog heeft. U heeft de initialen van iemand die blond verkiest.
T.F.
Tim,
Ik had gedacht om morgen uw brief nog eens grondig te bekijken en u dan een antwoord te geven, maar na deze mail, doe ik daar geen moeite meer voor.
S.S.
Ach mevrouw S.,
Ik weet niet hoe u eruitziet, maar u bent vast mooier als u alleen uit uw vagina zeikt.
Als u 29 minuten na mijn eerste mail antwoordt dat ik niet het goede profiel heb, dan weet ik het wel.
T.F.
Verwacht: Ben je klantvriendelijk, stipt, flexibel en kan je zowel zelfstandig als in teamverband werken dan is deze uitdaging beslist iets voor jou!!
Vereiste studies: Geen specifieke studievereisten
Werkervaring: minstens 2 jaar ervaring
Geachte mevrouw S.,
Op de VDAB-website las ik uw vacature voor een deeltijdse winkelbediende in uw Boekenvoordeel-filiaal in Aalst. Graag wil ik mij voor deze functie aanmelden.
Oktober 2009 verscheen mijn debuutroman De geachten (uitgeverij Thomas Rap); momenteel werk ik aan mijn tweede roman. Omdat het te combineren valt met mijn schrijfwerk en ik over de nodige affiniteit met boeken meen te beschikken, ambieer ik deze baan in uw winkel.
In 2001 heb ik een VDAB-opleiding voor verkoper gevolgd en daarna heb ik tweeënhalf jaar als winkelbediende in een supermarkt gewerkt.
Ik hoop van harte mijn sollicitatie nader met u te kunnen bespreken.
Met vriendelijke groet,
Tim Foncke
29 minuten later
Beste Tim,
Ik heb je brief doorgelezen. Tot mijn spijt moet ik je melden dat je profiel niet volledig overeenkomt met de vereisten voor onze vacature.
Ik wens je verder veel succes met het vinden van de geschikte baan.
Met vriendelijke groet,
S.S.
Beste S.S.,
Ik vind mijzelf voor weinig functies de geknipte mens, maar voor de functie van deeltijdse winkelbediende in een boekhandel acht ik me wel geschikt.
Mag ik vragen wat dan wel het goede profiel is?
T.F.
De volgende dag; geen antwoord meer gekregen
Hey S.S.,
Ik maakte maar een grapje. Ik ben een blond meisje van 22 wier enige affiniteit met boeken de Flair is.
Blond is mijn natuurlijke kleur.
Ik weet zeker dat u mijn profiel op het oog heeft. U heeft de initialen van iemand die blond verkiest.
T.F.
Tim,
Ik had gedacht om morgen uw brief nog eens grondig te bekijken en u dan een antwoord te geven, maar na deze mail, doe ik daar geen moeite meer voor.
S.S.
Ach mevrouw S.,
Ik weet niet hoe u eruitziet, maar u bent vast mooier als u alleen uit uw vagina zeikt.
Als u 29 minuten na mijn eerste mail antwoordt dat ik niet het goede profiel heb, dan weet ik het wel.
T.F.
vrijdag 28 januari 2011
Beste belastingcontroleur,
Mijn parlofoon is kapot, u drukte dus vruchteloos op de knop. Het klopt inderdaad dat ik schrijf. Zo bijvoorbeeld mailde een man mij deze week met de vraag of ik in zijn naam een Valentijnsgedicht voor zijn vrouw wilde schrijven. ‘Jazeker,’ antwoordde ik, ‘het enige wat ik daarvoor nodig heb is 1 euro per woord en een beknopte biografie van het onderwerp.’ Waarop de man terugmailde: ‘Mijn vrouw heet Elvire. Omwille van haar overgewicht wordt ze door haar collega’s Maalvire genoemd. Haar hobby’s zijn breien en voodoo. Het mag een kort gedicht zijn.’ Ik dronk van mijn glas, schreef een gedicht van 126 woorden en reeds de volgende dag stonden evenveel euro’s op mijn rekening. Vraag en aanbod als twee handen in één portemonnee. Verder ben ik op zoek naar een parttime job. Ik word al parttime ongezond als ik eraan denk, maar ’t is dat ik zonder statuut rondloop. Ik heb te weinig opdrachten om zelfstandig te worden en voor het kunstenaarsstatuut voel ik me te weinig kunstenaar. Officieel ben ik ook niet werkloos want ik heb in 2007 mijn uitkering opgezegd. Eigenlijk besta ik officieel niet. Wel relaxed op een manier. Als je ’n moslim van zijn fiets trekt: sorry mo, ’t zal de wind geweest zijn. O, kon ik maar gewoon als een bries door straten en over velden waaien, een zin in het zand schrijven, thuis zijn waar ik ga liggen, onder een zomerjurk rond meisjesdijen kringelen… (Zie foto.) Opnieuw een uitkering aanvragen kan ik ook niet omdat ik in 2007 niet meer ben ingegaan op een begeleidingsvoorstel van de VDAB en sindsdien met een sanctie in de computers sta. In een brief aan de VDAB en de RVA antwoordde ik op het begeleidingsvoorstel: ‘Ik wens geen uitkering meer te ontvangen: ik heb in café De Kring een weduwe ontmoet die in mij de zoon ziet die ze nooit heeft kunnen krijgen.’ Met zulke brieven kunnen ze bij de VDAB en de RVA niet lachen. Bovendien, als je af en toe als komiek optreedt maar voor de rest niet werkt en geen stempelgeld meer wilt, dan word je natuurlijk verdacht van zwartwerk. En terecht. Ik greep het zwart geld waar ik het maar grijpen kon: ik bracht leeggoed van AA-leden naar de supermarkt; ik ging wandelen met maltezers en poedels van oude vrouwen (zodra ze begonnen te keffen bond ik hun muil toe met een elastiek); ik werkte als dozenvouwer in een beschutte werkplaats, als er inspectie kwam liet ik mijn tong uit mijn mond hangen en riep: ‘Afrikaaa tot in Amerika!’ Mijn bedje was gespreid. Tot ik betrapt werd door een AA-lid zijn vrouw, die ermee dreigde een voodoopop van mij te maken en naalden in mijn lever te steken. ‘Ik geloof niet in voodoo,’ blufte ik. ‘Dan bel ik naar de politie,’ sprak de vrouw. Daar hield het op. Als die vrouw de politie belde zou ik in de gevangenis worden gegooid. Ik had lang haar en geen statuut, daar hoeft voor de blauwbloezen geen tekening meer bij. Het is mijn grootste angst om opgesloten te worden in de gevangenis. Met een uiterlijk als het mijne bloed je binnen de kortste keren uit je aahaars. Ik ben nu eenmaal zo knap omdat God miljarden keren geoefend had toen hij mij op 29 augustus 1978 naar zijn evenbeeld schiep. Die knakker gaat niet over één nacht ijs als het om zijn evenbeeld gaat. Ik keer mijn boot om en bid.
dinsdag 25 januari 2011
Brieven aan Sabam
Goed dat Neveneffecten in Basta hun pijlen richtten op Sabam, een auteursvereniging die ondanks alle negatieve berichten blijkbaar haar bedrieglijke gangetje kan blijven gaan. In de zomer van 2009 schreef ik deze brieven aan de woordvoerder en de directeur verkoop van Sabam:
Beste T.D.,
In het radioprogramma JOE’kes werden de voorbije weken fragmenten uitgezonden uit mijn optreden dat vorig jaar in Comedy Casino op Canvas te zien was. Zelf heb ik de uitzendingen niet gehoord, maar mijn moeder luistert naar JOE fm op de autoradio. Zowel van de auto als van de radio word ik ongemakkelijk, dus ik vind het mooi dat een moeder samen met haar zoon een ritje met de wagen kan maken terwijl de zoon thuisblijft met Neil Young in de cd-speler, of gewoon in zijn bed blijft liggen.
Onlangs las ik ergens: ‘If you’re not generating income while you’re sleeping, then you don’t have a business. You have a hobby.’
Omdat ik ook een keer het gevoel van een business wilde hebben, mailde ik naar JOE fm met de vraag of er iemand werd vergoed per keer dat ze mij uitzonden. Ikzelf heb geen vergoeding gezien. Sabam hopelijk ook niet, want ik ben geen lid van uw auteursvereniging.
Productiemanager A.C. mailde mij terug: ‘De Vlaamse Media Maatschappij heeft een globale overeenkomst met de relevante beheersvennootschappen zoals Sabam. Via deze overeenkomst gebeurt de verdeling van de auteursrechten van de werken die JOE fm uitzendt. Helaas waren we niet op de hoogte dat u geen lid bent van deze organisatie. We willen ons hiervoor verontschuldigen en zullen uiteraard geen fragmenten van u meer programmeren in ons programma JOE’kes.’
Waarop ik A.C. terugmailde: ‘Ik zou Sabam geen relevante beheersvennootschap noemen. Zij werkt zich omhoog over de ruggen van artiesten die niet tot haar beheer behoren. In het vervolg even informeren bij de komieken alvorens een grappig zendertje te willen zijn.’
Geld eisen namens mensen wier rechten u niet beheert, valt volgens mij onder fraude. Iemand vroeg mij waarom ik dan geen lid van u word. Omdat de kans klein is dat mijn materiaal gepikt wordt zonder dat het, in de zakdoeken die Vlaanderen en Holland groot zijn, opvalt. Omdat als iemand toch met mijn materiaal aan de haal gaat, ik het zelf wel zal terughalen. Omdat gepassioneerde organisatoren moeten stoppen met hun comedyavonden omdat u hen telkens weer in het verlies jaagt met rekeningen voor komieken die met u niks te maken willen hebben. Omdat ik gisteren in het journaal hoorde dat u niet eens de auteurs die wel bij u aangesloten zijn volledig uitbetaalt.
Wanneer mijn grootvader zijn brievenbus ging leegmaken zei hij weleens: ‘Wie weet zit er een cheque in. Er hoeft maar één gek rond te lopen met een cheque.’ U weet dat er veel gekken moeten rondlopen met een cheque.
Dikwijls vragen mensen mij waarom ik toch al die brieven schrijf.
Omdat ik voor mensen als u die ene gek wil zijn die rondloopt met een brief.
TF
-----
S.V.,
Hoe benarder het er voor de mensen uitziet, hoe bekakter ze zich uitdrukken. Dit dacht ik woensdag 22 juli toen ik uw woordvoerder T.D. in het middagjournaal bezig hoorde, en eergisteren opnieuw toen ik, net terug van Zuid-Frankrijk, uw mail van 20 augustus las.
In een soort ijltaal schrijft u: ‘In antwoord op uw mail van 23 juli jongstleden, informeer en bevestig ik u dat – in tegenstelling tot de kabeldoorgifte waarvoor de wetgever voorzien heeft in een stelsel van verplicht collectief beheer – de auteursrechten die door Sabam bij de omroeporganisaties worden geïnd enkel betrekking hebben op de exploitatie die door deze omroepen wordt gedaan van het Sabam-repertoire. Deze rechten worden vervolgens uitgekeerd aan de rechtmatige belanghebbenden op basis van de reële speellijsten die deze omroepen overmaken. Er worden bijgevolg bij JOE fm door Sabam geen rechten geïnd voor werken die niet tot haar repertoire behoren.’
Mensen die zo praten kunnen de waarheid niet spreken, maar het doet er niet toe wie hier liegt, Sabam of JOE fm: u bent allebei onbeduidend.
Organisatoren van comedyshows daarentegen acht ik wel hoog. (Er zitten ook idioten tussen, maar die geven mij nog altijd een gratis maaltijd.) Over hen en de frauduleuze facturen waarmee u ze na mijn optredens in de rode cijfers jaagt, zwijgt u echter.
Sabam bestaat sinds 1922. Dat zijn 87 jaren van onrechtmatig geld eisen voor auteurs die niet bij u zijn aangesloten. In het laatavondjournaal van 22 juli hoorde ik dat u een deel – volgens Wikipedia 70% – van de vergoedingen voor de auteurs die wel lidgeld aan u betalen, gebruikt voor uw interne werking. Misschien heeft u ondertussen geld genoeg om een Chef Terugbetalingen aan te stellen?
Zelf hoef ik niks van u – ik heb net weer geld aan Sabam verdiend met deze brief. Ik zal het uitsluitend gebruiken voor mijn interne werking.
TF
Beste T.D.,
In het radioprogramma JOE’kes werden de voorbije weken fragmenten uitgezonden uit mijn optreden dat vorig jaar in Comedy Casino op Canvas te zien was. Zelf heb ik de uitzendingen niet gehoord, maar mijn moeder luistert naar JOE fm op de autoradio. Zowel van de auto als van de radio word ik ongemakkelijk, dus ik vind het mooi dat een moeder samen met haar zoon een ritje met de wagen kan maken terwijl de zoon thuisblijft met Neil Young in de cd-speler, of gewoon in zijn bed blijft liggen.
Onlangs las ik ergens: ‘If you’re not generating income while you’re sleeping, then you don’t have a business. You have a hobby.’
Omdat ik ook een keer het gevoel van een business wilde hebben, mailde ik naar JOE fm met de vraag of er iemand werd vergoed per keer dat ze mij uitzonden. Ikzelf heb geen vergoeding gezien. Sabam hopelijk ook niet, want ik ben geen lid van uw auteursvereniging.
Productiemanager A.C. mailde mij terug: ‘De Vlaamse Media Maatschappij heeft een globale overeenkomst met de relevante beheersvennootschappen zoals Sabam. Via deze overeenkomst gebeurt de verdeling van de auteursrechten van de werken die JOE fm uitzendt. Helaas waren we niet op de hoogte dat u geen lid bent van deze organisatie. We willen ons hiervoor verontschuldigen en zullen uiteraard geen fragmenten van u meer programmeren in ons programma JOE’kes.’
Waarop ik A.C. terugmailde: ‘Ik zou Sabam geen relevante beheersvennootschap noemen. Zij werkt zich omhoog over de ruggen van artiesten die niet tot haar beheer behoren. In het vervolg even informeren bij de komieken alvorens een grappig zendertje te willen zijn.’
Geld eisen namens mensen wier rechten u niet beheert, valt volgens mij onder fraude. Iemand vroeg mij waarom ik dan geen lid van u word. Omdat de kans klein is dat mijn materiaal gepikt wordt zonder dat het, in de zakdoeken die Vlaanderen en Holland groot zijn, opvalt. Omdat als iemand toch met mijn materiaal aan de haal gaat, ik het zelf wel zal terughalen. Omdat gepassioneerde organisatoren moeten stoppen met hun comedyavonden omdat u hen telkens weer in het verlies jaagt met rekeningen voor komieken die met u niks te maken willen hebben. Omdat ik gisteren in het journaal hoorde dat u niet eens de auteurs die wel bij u aangesloten zijn volledig uitbetaalt.
Wanneer mijn grootvader zijn brievenbus ging leegmaken zei hij weleens: ‘Wie weet zit er een cheque in. Er hoeft maar één gek rond te lopen met een cheque.’ U weet dat er veel gekken moeten rondlopen met een cheque.
Dikwijls vragen mensen mij waarom ik toch al die brieven schrijf.
Omdat ik voor mensen als u die ene gek wil zijn die rondloopt met een brief.
TF
-----
S.V.,
Hoe benarder het er voor de mensen uitziet, hoe bekakter ze zich uitdrukken. Dit dacht ik woensdag 22 juli toen ik uw woordvoerder T.D. in het middagjournaal bezig hoorde, en eergisteren opnieuw toen ik, net terug van Zuid-Frankrijk, uw mail van 20 augustus las.
In een soort ijltaal schrijft u: ‘In antwoord op uw mail van 23 juli jongstleden, informeer en bevestig ik u dat – in tegenstelling tot de kabeldoorgifte waarvoor de wetgever voorzien heeft in een stelsel van verplicht collectief beheer – de auteursrechten die door Sabam bij de omroeporganisaties worden geïnd enkel betrekking hebben op de exploitatie die door deze omroepen wordt gedaan van het Sabam-repertoire. Deze rechten worden vervolgens uitgekeerd aan de rechtmatige belanghebbenden op basis van de reële speellijsten die deze omroepen overmaken. Er worden bijgevolg bij JOE fm door Sabam geen rechten geïnd voor werken die niet tot haar repertoire behoren.’
Mensen die zo praten kunnen de waarheid niet spreken, maar het doet er niet toe wie hier liegt, Sabam of JOE fm: u bent allebei onbeduidend.
Organisatoren van comedyshows daarentegen acht ik wel hoog. (Er zitten ook idioten tussen, maar die geven mij nog altijd een gratis maaltijd.) Over hen en de frauduleuze facturen waarmee u ze na mijn optredens in de rode cijfers jaagt, zwijgt u echter.
Sabam bestaat sinds 1922. Dat zijn 87 jaren van onrechtmatig geld eisen voor auteurs die niet bij u zijn aangesloten. In het laatavondjournaal van 22 juli hoorde ik dat u een deel – volgens Wikipedia 70% – van de vergoedingen voor de auteurs die wel lidgeld aan u betalen, gebruikt voor uw interne werking. Misschien heeft u ondertussen geld genoeg om een Chef Terugbetalingen aan te stellen?
Zelf hoef ik niks van u – ik heb net weer geld aan Sabam verdiend met deze brief. Ik zal het uitsluitend gebruiken voor mijn interne werking.
TF
zaterdag 15 januari 2011
Beste Kristien Hemmerechts,
In de Humo van deze week verklaar jij: ‘Wat de jongste generatie Vlaamse stand-upcomedians doet, maakt mij droevig.’ Zo droevig dat je je aansluit bij Geert Hoste. Da’s wel héél droevig, da’s godverdomme fucking depressief.
Je vertelt over een optreden van Gunter Lamoot, allang niet meer tot de jongste generatie komieken behorend, die ‘een verhaaltje vertelde over hoe hij zijn dochter in bed had gestopt, vervolgens een porno-dvd had opgezet en zich voor de tv was beginnen afrukken. Net toen hij ging klaarkomen, stond zijn dochtertje opeens naast hem: hij kon zich niet meer inhouden en spoot zijn sperma recht in de ogen van dat kind. De zaal lag plat, maar ik kon alleen denken: hoe kan je daar nu mee lachen? We hebben Dutroux gehad in dit land, en zoveel andere gevallen van kindermisbruik.’
Arme, droeve Kristien. We hebben inderdaad veel gevallen van kindermisbruik gehad in dit land. Eurosong for kids bijvoorbeeld.
Als je een komiek navertelt moet je niet parafraseren. Wat Gunter in dat ‘verhaaltje’ vertelt is dat hij zich aftrekt op een K3-dvd en dat zijn dochter ineens naast hem staat. Hij blijft zich aftrekken want als je aan iets begonnen bent kun je daar niet zo direct mee stoppen. Maar hij probeert wel aan zijn dochter te verklaren wat hij aan het doen is. ‘Ha, Lisa, papa is aan ’t dansen… Nee, papa is aan ’t wrijven over een magische fles. En als hij lang genoeg wrijft komt er een geest uit en dan mag je drie wensen doen. Maar als je zo dicht blijft staan, zal je eerste wens waarschijnlijk een handdoek zijn…’
Van een K3-dvd maak jij een pornofilm en van een handdoek maak je sperma recht in de ogen. Kan ik jou een keer inhuren voor een feestje in mijn kelder?
Over je studenten aan Herman Teirlinck zeg je: ‘Ze zijn allemaal grote fans van Hans Teeuwen, omdat die veel succes heeft.’
Dat is de domste zin die ik gelezen heb sinds mijn ex me sms'te: ‘Met de mimespeler kan ik tenminste praten.’ Jouw studenten zijn geen fans van Hans Teeuwen omdat hij succes heeft: het is omgekeerd. Je vernoemt zijn Beatrix-stuk: ‘Dat is blijkbaar het enige waar al die zogezegde vernieuwers mee kunnen lachen: pis, kak, neuken, afrukken, sperma…’ Als uit vijf briljante shows alleen dat soort materiaal bovendrijft, dan ben jij degene die zich moet laten nakijken.
Bovendien bestaat dat soort materiaal bij goeie komieken altijd uit meer dan de ingrediënten die jij noemt, en gaat het meestal over meer dan seks. Het K3-stuk is een uitvergroting die vertrekt vanuit de behoefte van een vader aan wat quality time voor zichzelf. De beste zin van het Beatrix-stuk komt na de seks, wanneer Teeuwen tegen de koningin zegt: ‘Hey Beatrix, ga eens bier halen.’ (Al is ‘Lik mijn bruine anjer’ ook een goeie.)
Over succes zeg je nog: ‘Mijn generatie was daar absoluut niet mee bezig. Wij wilden gewoon goeie dingen maken.’
Ik neem aan dat naakt poseren en je met een matig getalenteerde dichter laten fotograferen in een badkuip onder ‘absoluut niet met succes bezig zijn’ valt.
Ga nog maar wat lesgeven.
Je vertelt over een optreden van Gunter Lamoot, allang niet meer tot de jongste generatie komieken behorend, die ‘een verhaaltje vertelde over hoe hij zijn dochter in bed had gestopt, vervolgens een porno-dvd had opgezet en zich voor de tv was beginnen afrukken. Net toen hij ging klaarkomen, stond zijn dochtertje opeens naast hem: hij kon zich niet meer inhouden en spoot zijn sperma recht in de ogen van dat kind. De zaal lag plat, maar ik kon alleen denken: hoe kan je daar nu mee lachen? We hebben Dutroux gehad in dit land, en zoveel andere gevallen van kindermisbruik.’
Arme, droeve Kristien. We hebben inderdaad veel gevallen van kindermisbruik gehad in dit land. Eurosong for kids bijvoorbeeld.
Als je een komiek navertelt moet je niet parafraseren. Wat Gunter in dat ‘verhaaltje’ vertelt is dat hij zich aftrekt op een K3-dvd en dat zijn dochter ineens naast hem staat. Hij blijft zich aftrekken want als je aan iets begonnen bent kun je daar niet zo direct mee stoppen. Maar hij probeert wel aan zijn dochter te verklaren wat hij aan het doen is. ‘Ha, Lisa, papa is aan ’t dansen… Nee, papa is aan ’t wrijven over een magische fles. En als hij lang genoeg wrijft komt er een geest uit en dan mag je drie wensen doen. Maar als je zo dicht blijft staan, zal je eerste wens waarschijnlijk een handdoek zijn…’
Van een K3-dvd maak jij een pornofilm en van een handdoek maak je sperma recht in de ogen. Kan ik jou een keer inhuren voor een feestje in mijn kelder?
Over je studenten aan Herman Teirlinck zeg je: ‘Ze zijn allemaal grote fans van Hans Teeuwen, omdat die veel succes heeft.’
Dat is de domste zin die ik gelezen heb sinds mijn ex me sms'te: ‘Met de mimespeler kan ik tenminste praten.’ Jouw studenten zijn geen fans van Hans Teeuwen omdat hij succes heeft: het is omgekeerd. Je vernoemt zijn Beatrix-stuk: ‘Dat is blijkbaar het enige waar al die zogezegde vernieuwers mee kunnen lachen: pis, kak, neuken, afrukken, sperma…’ Als uit vijf briljante shows alleen dat soort materiaal bovendrijft, dan ben jij degene die zich moet laten nakijken.
Bovendien bestaat dat soort materiaal bij goeie komieken altijd uit meer dan de ingrediënten die jij noemt, en gaat het meestal over meer dan seks. Het K3-stuk is een uitvergroting die vertrekt vanuit de behoefte van een vader aan wat quality time voor zichzelf. De beste zin van het Beatrix-stuk komt na de seks, wanneer Teeuwen tegen de koningin zegt: ‘Hey Beatrix, ga eens bier halen.’ (Al is ‘Lik mijn bruine anjer’ ook een goeie.)
Over succes zeg je nog: ‘Mijn generatie was daar absoluut niet mee bezig. Wij wilden gewoon goeie dingen maken.’
Ik neem aan dat naakt poseren en je met een matig getalenteerde dichter laten fotograferen in een badkuip onder ‘absoluut niet met succes bezig zijn’ valt.
Ga nog maar wat lesgeven.
Abonneren op:
Posts (Atom)
