zondag 5 november 2017

Voering

Sommige mensen lezen voorbestemmingen in de sterren; het samenkomen van mijn geliefde en mij stond in onze kleren geschreven. Toen mijn lief op een avond haar blouse van Just In Case uittrok, las ze uit de kraag een vraag aan me voor: ‘Are you the one that I’ve been waiting for?’ Ik trok mijn Scotch and Soda-broek uit en antwoordde met wat binnenin naast de knoopsluiting stond: ‘I was here.’
   In ‘Rozane’ zingt Wim De Craene twee van zijn mooiste regels: ‘Ik had best iets willen schrijven op de voering van je jas. Waar je me steeds kan vinden, als je zin hebt in een glas.’
   Het is een mooie gedachte dat er dingen in de sterren geschreven staan, maar één keer in je leven zou je op de voering van een jas moeten schrijven waar de drager ervan je kan vinden.

vrijdag 12 mei 2017

Met de deur en een groot stuk van de gevel

Inleiding bij de presentatie van het boek ‘Bella’ van Joost Vandecasteele en Jeroen Los, 9 mei @ The Joker in Antwerpen
 
Joost Vandecasteele, wie kent hem niet? Mijn buurvrouw Rita. 'Buurvrouw Rita,' vroeg ik haar laatst, 'wie is of wat weet je over Joost Vandecasteele?' Haar gezicht sprak boekdelen want door een fout in haar hersens denkt zij dat ze het oeuvre van Kristien Hemmerechts is, zodat ik van de paden die daar lagen wijselijk het hazenpad koos. Ik was vergeten hoe rap een haas kan lopen en met steken in mijn zij hield ik halt bij het slot van deze alinea.
Als de vorige alinea verwarrend overkwam, dan zou dat gerust kunnen liggen aan de hier aanwezige Joost Vandecasteele, een man die verwarring zaait zoals mijn grootvader Achilles ‘Temptation’ Foncke spermatozoïden zaaide. Ooit maakte mijn grootvader reclame voor de spermabank met de slogan ‘Al dertig jaar maak ik kinderen alsof ze voor mezelf zouden zijn’. Kun je nagaan.
De eerste keer dat Joost Vandecasteele met de deur en een groot stuk van de gevel binnenviel in de schertsvertoning die mijn leven was, moet een jaar of twaalf geleden geweest zijn in Leuven, waar wij in de hoedanigheid van staande komiek optraden voor studenten. Met één optreden wist Joost zich voorgoed te installeren in mijn bovenkamer. De enige inheemse komieken die daar tot dan toe in waren geslaagd, waren Urbanus, Gunter Lamoot en mijn grootvader, die tijdens de begrafenis van mijn grootmoeder naar de kist keek, en zei: ‘De vreemdste plek waar ik ooit seks heb gehad, was die keer tussen jouw benen.’
Sinds die avond in Leuven ben ik blij en zelfs een beetje trots dat ik de man Joost Vandecasteele ken. Een man die in de voorbije twaalf jaar met veel gekomen is, en nu komt hij met een luidopboek, een term die allicht koren op de molen is van mensen die beweren dat Joost Vandecasteele niks te verkondigen heeft en dat daarom dan maar zo luid mogelijk doet. Dat is bullshit die uitgekraamd wordt door tv-presentatoren met het charisma van een gele briefkaart en door schrijvers die gefrustreerd zijn omdat hun boeken geen succes hebben, behalve bij mensen die die boeken in de stortbak van hun wc leggen om water te besparen of bij de leden van loopclub De Wijde Boog, die in een wijdere boog om kutboeken lopen dan om een emmer huidplooivocht van Luc Caals. De zes boeken die Joost tot nu toe geschreven heeft, bevatten zoveel geweldige ideeën dat minder getalenteerde schrijvers er zesentwintig boeken mee zouden vullen. En op de zakdoek die dit taalgebied is, bestaan véél minder getalenteerde schrijvers dan Joost. Van die zelfgenoegzame types die naar hun eigen boeken kijken, en zeggen: ‘Zie daar, mijn kinderen.’ Zulke auteurs zouden door een trechter in hun mond een pulp van hun eigen gewichtige oeuvre opgegoten moeten krijgen, om pas negen maanden later verlost te worden middels een schaar die hun dichtgenaaide aars openknipt. Het oeuvre van Joost Vandecasteele daarentegen barst van verzinsels die met de werkelijkheid gemeen hebben dat ze waanzinnig zijn en ongemakkelijk aanvoelen. In de glazen bol die Bella is, bestaan pillen om egoïsme op te wekken, badkamerbegrafenissen en een ironisch lettertype om te voorkomen dat Twitter ontploft na een verkeerd begrepen grap. En dankzij Joost z’n vorige roman Jungle kan ik nooit meer iemand horen claxonneren zonder te denken: ja ja, toeter maar om de penissen uit je kop te krijgen. Joost Vandecasteele is een zegen voor de vakgebieden waarop hij actief is omdat hij zichzelf beloofd heeft nooit meer saai te zijn en die belofte waarmaakt – behalve misschien die ene keer toen hij tijdens een optreden zijn baard blauw verfde met plakkaatverf en twintig minuten tegen een man op de eerste rij stond te schreeuwen: ‘Zie jij een plakkaat aan mijn gezicht hangen?!’ Al zou het ook kunnen dat ik dat zelf was. Hoe dan ook, Joost behoort tot de waarachtige artiesten. Hij is een schrijver die om te beginnen schrijft en niet op café zit te klagen in de trant van: ‘Volgens de cover is mijn laatste boek een Nederlandstalige roman, maar volgens de verkoopcijfers is het een dichtbundel uit Kirgizië, ach, had ik toch maar het escargotskraam van mijn vader overgenomen, waard, is er nog witte wijn?!’ Hij is een schrijver die al bij zijn debuut begrepen had dat spanning niet alleen in thrillers een essentieel element is, waardoor er dankzij het op dat debuut gebaseerde Generatie B eindelijk weer iets spannends op tv was, en niet omdat er een lijk gevonden werd in Denemarken. Joost zal nooit naar zijn boeken kijken en zonder ironie zeggen: ‘Wat zijn er toch mooie kinderen gekomen uit jouw kraantje, pappie!’ Want Joost wil geen mooie boeken maken; het liefst zou hij een vuil omslag zien om de urgente, ontregelende, genadeloos grappige pulpficties die uit zijn hersenpan eten en zich vanuit zijn buik een weg naar buiten vreten. Qua vuiligheid is het omslag van Bella mislukt, en de naam van tekenaar Jeroen Los had even groot op de cover mogen staan als de naam van de schrijver. Verder valt er op het omslag en op alles wat ertussen zit weinig of niks aan te merken, en de neiging is groot om uit deze wonderlijke roman in beelden zinnen te citeren en beelden, euh, uit te beelden, maar aangezien ik voor deze inleiding betaald word in gesigneerde foto’s van Arnon Grunberg, maak ik graag plaats voor de meesters zelve. Lof en dank, Jeroen Los, voor het beeld. Het woord is aan Joost Vandecasteele.

vrijdag 16 september 2016

Het begint als een mop - deleted scene uit 'God is klein geschapen'

Twee joden komen een krantenwinkel binnen. Vraagt de ene aan de uitbater: 'Verkoopt u het maandblad Joods Actueel?' Waarop de uitbater ontkennend antwoordt. Verslagenheid is de joden hun deel. Schrijver Zaman Van Mansbrugge, die aan de toonbank een biertje zit te drinken, besluit de mannen een beetje op te peppen. Hij zegt: 'Ik las in de nieuwe Joods Actueel iets interessants over die zes miljoen homies van jullie in de holocaust. Zes miljoen was blijkbaar het aantal volgens de organisatoren. Volgens de politie waren het er slechts 400.000!' 'Heil Freilich!' roepen de joden verrukt. Ze danken Zaman hartelijk en lopen door het dolle heen naar buiten. Buiten worden ze overreden door een camion die helium vervoert.

Wanneer de dode joden afgevoerd zijn loopt de vrachtwagenchauffeur met Zaman en uitbater Fred mee de krantenwinkel binnen om een pint te drinken. Aan de politie had hij verklaard: 'Ze liepen voor mijn camion, ik remde, maar dat was typisch zo'n geval van vijgen na Pasen' en dat volstond voor de agenten qua verklaring. De ene agent kreeg diarree van vijgen en de andere had een trauma overgehouden aan Pasen. Vroeger, in zijn jeugd, ging zijn moeder op paaszondag met hem in bad en dan trok ze 't velletje van zijn piemel naar beneden en dan wreef ze met een enorme verbetenheid met het washandje over zijn piemel, want ze zei dat dat heel belangrijk was. En dan droogde ze hem af en dan trok ze 't velletje van zijn piemel naar beneden en dan wreef ze met een enorme verbetenheid met de handdoek over zijn piemel, want ze zei dat dat heel belangrijk was. En dan sloeg ze een kakkerlak dood en dan stak ze die kakkerlak onder het velletje van zijn piemel. Misschien dat dat ook heel belangrijk was maar dat wist hij niet, want dat zei ze niet. En als die kakkerlak dan onder het velletje van zijn piemel zat moest hij die kakkerlak daar laten zitten tot hij de volgende dag opnieuw in bad moest, want als die kakkerlak de volgende dag niet meer onder het velletje van zijn piemel zat sloeg zijn moeder een nieuwe kakkerlak dood en die duwde ze dan met een enorme verbetenheid in zijn anus. En soms, op paaszondag, sloeg zijn moeder naar een kakkerlak en dan was die kakkerlak maar halfdood want hij bewoog nog. En dan stak zijn moeder die halfdode kakkerlak onder het velletje van zijn piemel en dan moest hij 's avonds op de bank tussen zijn moeder en zijn vader tv-kijken en als hij dan aan zijn piemel durfde te krabben sloeg zijn vader met een enorme verbetenheid met zijn vuist in zijn kruis tot die halfdode kakkerlak onder het velletje van zijn piemel volledig dood was.
     Zijn vader kon geen dieren laten lijden.

De vrachtwagenchauffeur zet zijn derde lege bierblik op de toonbank, en zegt: 'Alle goeie dingen bestaan uit drie, dus die twee joden, dat was niet goed.'
     'Laat het achter je, kerel,' zegt Zaman terwijl hij nieuwe pinten uitdeelt.
     De chauffeur laat de raad van Zaman doordringen, en zegt dan: 'Het leukste aan helium vervoeren is het masturberen in de cabine van m'n camion.'
     'Heb jij vrouw en kind, Patrick?' vraagt Zaman.
     De chauffeur bekijkt hem. 'Hoe ken jij mijn naam en waarom noem je mij Patrick?'
     'Ik heb de nummerplaat in je cabine zien hangen.'
     'Staat er Patrick op die nummerplaat?'
     'Nee, er staat Patje op.'
     'Noem me dan Patje.'
     'Wat is er mis met Patrick? Heet de minnaar van je vrouw Patrick?'
     De chauffeur gaat op kopstootafstand voor Zaman staan. Fred wil vanachter zijn toonbank komen, maar Zaman doet hem teken dat hij daar mag blijven. 'Tot nu toe beviel je mij,' zegt de chauffeur, 'dus ik ga 't je vriendelijk zeggen: als je die naam nog één keer uitspreekt, sla ik je de kop in met een baksteen.'
     'Een baksteen?' informeert Zaman. 'Waar heb jij een baksteen zitten?'
     'In die muur achter je.'
     'Ha, ik dacht in je broek. Zou je naamgenoot een baksteen in zijn broek hebben of zou hij gewoon blij zijn je vrouw te zien?'
     De chauffeur blijft Zaman strak aankijken, zijn tanden knarsen, zijn neus raakt op een haar na die van Zaman. Dan schiet hij in de lach. Hij lacht met consumptie.
     'Godverdomme,' zegt hij tegen Zaman, die de lach uit zijn gezicht wrijft, 'je had je toot moeten zien, vent. Je was ermee weg, hè, je was ermee weg, hè?'
     'Ja,' geeft Zaman toe, 'ik was ermee weg.'
     'Ja, da's Patje. Met Patje ben je weg. Het ene moment vervoer ik gas, het volgende moment zou je denken dat ik een antisemiet ben.'
     Ze drinken van hun bier. 'Maar om op je vraag te antwoorden,' gaat de chauffeur door tegen Zaman. 'Ik heb vrouw en kind gehad. Een prachtige vrouw en een prachtig kind. Maar ik woonde liever achter de gesloten gordijnen in de cabine van m'n camion dan bij hen. Je mag nu een negatief oordeel over me uitspreken.'
     'Dat zal ik niet doen,' zegt Zaman. Hij kijkt de chauffeur in de ogen, en slikt een slok bier weg.  

dinsdag 12 april 2016

In het postkantoor

'Dag meneer.'
     'Dag mevrouw. Eén postzegel graag.'
     'Het is goedkoper als u ze per tien koopt.'
     'Tien postzegels zijn goedkoper dan één zegel?'
     'Dat niet, maar als u een velletje van tien koopt, krijgt u korting. En zo bent u ook een eventuele prijsstijging voor.'
     'Ik heb er maar één nodig.'
     'Ja, maar je zult er later toch ook nog eens nodig hebben?'
     'Heeft u een man, mevrouw?'
     'Ja...'
     'Stel dat een hoer tegen uw man zegt: "Je krijgt korting als je mijn negen vriendinnen erbij neemt." Wat moet uw man met tien hoeren? Eén hoer vindt hij prima.'
     'Meneer, ik -'
     'De meneer wil graag één postzegel. Dit is een postkantoor. Als ik waanzinnig was zou ik een postzegel vragen bij de slager.'
     'Oké. Alsjeblieft. Da's 79 cent.'
     '79 cent?! Da's godverdomme enorm duur. Kan ik geen korting krijgen?'
     'Meneer, ik zeg net dat u -'
     'Chillen, bitch, ik gekscheerde maar wat. Je moet mij niet leren gekscheren. Zo heb ik vanmorgen mijn borsthaar geschoren in de vorm van het Atomium. Vaak scheer ik het in de vorm van één bol, maar ik geef mezelf korting als ik die andere bollen erbij neem.'
     'Meneer, er staan wachtenden achter u, kunnen we afrekenen?'
     'Hier heb je 80 cent, fooi inbegrepen. Ik zal aan jou denken als ik aan deze zegel lik.'
     'Het is een zelfklevende.'
     'Dat bedoel ik.'

woensdag 6 april 2016

Het lid

‘Wandelclub “De vierkante meter”, dienst lidgelden.’
     ‘Met Sjaak Van Deun. Ik had graag mijn lidgeld teruggekregen.’
     ‘Sinds wanneer bent u lid, meneer Van Deun?’
     ‘Sinds eergisteren.’
     ‘Dan kunt u 75% van uw lidgeld integraal recupereren. Wat is uw lidnummer?’
     ‘Dat weet ik niet.’
     ‘Het staat op uw lidkaart.’
     ‘Ik heb mijn lidkaart opgegeten.’
     ‘Waarom heeft u dat gedaan?’
     ‘Als ik gefrustreerd ben eet ik het eerste op wat ik te pakken kan krijgen. Nu was dat dus mijn lidkaart.’
     ‘Waarom bent u gefrustreerd, als ik vragen mag?’
     ‘Vanwege de wandeling met de wandelclub gisteren.’
     ‘Wat was er frustrerend aan die wandeling, meneer Van Deun?’
     ‘Vooral de afstand.’
     ‘Wandelt u misschien niet graag?’
     ‘Jawel, juist wel.’
     ‘U bedoelt dat u de wandeling te kort vond?’
     ‘Het was een vierkante meter.’
     ‘De wandelclub heet dan ook “De vierkante meter”, meneer Van Deun.’
     ‘Ik dacht dat die naam gewoon grappig bedoeld was.’
     ‘Vond u het een grappige naam dan?’
     ‘Tot voor de wandeling wel nog.’
     ‘Wandelen is niet grappig, meneer Van Deun. Als wandelen grappig was, dan zouden er meer kangoeroes in de bossen zitten.’
      ‘Hoezo?’
      ‘Kangoeroes zijn enorm grappige dieren. Met die buidel. Bijna zo grappig als een buidelrat, maar ja, die leven niet in de bossen.’
     ‘Volgens mij heeft een buidelrat geen buidel.’
     ‘Meneer Van Deun toch. Straks gaat u nog beweren dat een zwaardwalvis geen zwaard heeft.’
     ‘Ik zou dat eigenlijk liever nu meteen beweren. Maar nu u over bossen begint…’
     ‘Ik begin nu niet over bossen, ik begon daarstraks over bossen.’
     ‘Nu u daarstraks over bossen begon, ik had gehoopt dat de wandeling plaats zou vinden in een bos, of toch in een natuurrijke omgeving.’
     ‘Er waren toch natuurelementen aanwezig?’
     ‘Nou ja, natuurelementen. Het was in een bloemenwinkel.’
     ‘Precies. En de vierkante meter was afgebakend met luchtverfrissende dennenboompjes, dat geeft toch ook een soort boslucht.’
     ‘Ik rook eerlijk gezegd vooral de lucht van de uitbater van de bloemenwinkel, die ook meewandelde.’
     ‘Ja, Roger is ook lid van de wandelclub. Hij is het stichtend lid van de club. Hij wilde een club oprichten voor mensen die weinig tijd hebben voor het clubgebeuren, en zijn winkel leek hem de beste locatie.’
     ‘Maar hij heeft toch wel tijd om meer dan één vierkante meter af te stappen? De wandeling vond plaats na sluitingstijd.’
     ‘Natuurlijk, anders wandelen zijn klanten in de weg. Bovendien beheren wij zijn agenda niet, we weten niet hoeveel tijd hij heeft.’
     ‘Hij leek me niet gehaast.’
     ‘Het blijft wel wandelen natuurlijk, het is geen hardlopen. Daar heeft Roger trouwens de conditie niet meer voor. Zelfs wandelen begint al moeilijk te worden. Hij overweegt dan ook om zijn lidmaatschap op te zeggen.’
     ‘Dan kunt u meteen die hele club opdoeken me dunkt: hij en ik waren de enige twee wandelaars.’
     ‘Ja, er zijn tegenwoordig weinig mensen die weinig tijd hebben voor het clubgebeuren. De crisis, hè. Er is wel nog een ander lid, mevrouw Van De Peereboom, maar die heeft nog maar één wandeling meegedaan.’
     ‘Hoe zou dat komen?’
     ‘Zij is van het snelwandeltype en bij de eerste bocht vloog ze uit die bocht, met ernstig letsel tot gevolg. Maar goed, meneer Van Deun, ik heb ondertussen uw lidnummer opgezocht in de computer. Uw lidnummer is 3.’
     ‘En mijn lidgeld wordt nu gewoon teruggestort op mijn bankreke–’
     ‘Kunt u één ogenblikje wachten, meneer Van Deun? Ik heb een oproep op lijn 2.’

vrijdag 25 maart 2016

Verbannen

In de Spar vroeg een man me: 'Jij bent een BV, hè? Jij hebt bij de Dinky Toys gespeeld.' Ik wist zeker dat ik geen bekende Vlaming was, maar wat ik wél was vond ik op dit moment in mijn leven moeilijk om uit te leggen. Er was een roman van me verschenen, maar ik had het gevoel dat die roman net zo goed niet verschenen kon zijn. Daarom zei ik ja tegen de man. Ik had er meteen spijt van, maar toen zei hij: 'Ik wist het. Geweldig, zeg, dat ik jou hier tegenkom.' Wat hebben mensen eraan het tegendeel te weten te komen als ze iets wisten? 'Tja,' zei ik, 'een BV heeft ook wc-papier nodig.' Voor zover ik weet was de enige bekende Vlaming die bij de Dinky Toys heeft gespeeld de zanger, een volwassen man die zichzelf Kid Coco noemde, en ook wel Coco jr. Het opvallendste verschil tussen Kid Coco en mezelf is dat Kid Coco kaal is. Ook heeft hij Geena Lisa geneukt en ik niet, maar dat zie je niet aan mij. Kid Coco was ook al kaal in de hoogdagen van de Dinky Toys, misschien had de zanger in de herinnering van de man lange haren gekregen, de hoogdagen van de Dinky Toys lagen ver achter ons. 'Ja, BV's moeten ook kakken,' beaamde de man, 'behalve natuurlijk vrouwelijke BV's.' De man lachte om z'n eigen grap. Even was ik bang dat hij zou vragen of Geena Lisa ooit moest kakken. Ik dacht: als ik hem niet aankijk vraagt hij niks meer. Ik keek in mijn winkelkar. Er lag bier en wc-papier in. Op dat ogenblik kon ik mij niet voorstellen ooit nog iets anders nodig te zullen hebben dan bier en wc-papier. Als ik morgen verbannen word naar een onbewoond eiland, zal ik eerst vragen of ik bier en wc-papier mag meenemen en pas daarna waarom ik precies verbannen word.    

dinsdag 9 februari 2016

Presentatie