De kerstboom was een initiatief van mijn vriendin. Zelf ben ik niet zo’n initiatiefnemer.
Alle kerstbomen op jouwboom.be hadden een naam en waren al versierd met ballen en slingers en lichtjes, het enige wat je nog hoefde te doen was de pakjes eronder leggen. Als je zelfs dat nog te veel moeite vond kon je kiezen voor een boom die Het mooiste meisje van de klas heette: in plaats van ballen hingen er cadeautjes aan, middels haakjes die zwetende pubers voorstelden.
Ik wees de Mission: Impossible aan, een boom die zichzelf vijf seconden na Kerstmis vernietigde, maar mijn vriendin koos voor De anorectische vriendin van het mooiste meisje van de klas. Tijdens de kerstdagen beleefde haar mededogen een piekperiode.
De boom zou aan huis worden geleverd. Tussen de bestelling en de levering pakte mijn vriendin haar biezen.
‘Dit is alweer een druppel in een emmer die allang overloopt,’ sprak ze terwijl ze haar kleren met hanger en al in een koffer propte.
‘Ik zal een nieuwe emmer onder de anorectische vriendin zetten,’ stelde ik voor.
Haar mededogen moest haar even in de steek hebben gelaten, want terwijl ik een slok nam sloeg ze met een houten hanger het flesje bier uit mijn hand.
Ik lag met een flesje bier op de sofa toen er aan de deur werd gebeld.
Na het vertrek van mijn vriendin had ik geprobeerd de bestelling te annuleren, maar de kerstbomen van jouwboom.be stonden boven de annulering.
Aan de boom hingen geen ballen, alleen slingers die de kleur van kots hadden. Hij ruifde.
‘Waar mag ik ’m zetten?’ vroeg de man, een spoor van naalden op de vloer achterlatend.
‘Waar je staat is goed,’ zei ik. Hij stond voor de tv.
‘Zo ga je geen tv meer kunnen kijken.’
‘Ik mag niet meer kijken van de dokter. Ik raakte te veel verslingerd aan Het mooiste meisje van de klas.’
De man zette de boom neer. Naalden vielen op zijn kop.
‘De boom ruift,’ merkte ik op.
‘Een boom die ruift is een boom die leeft.’ Hij wreef de naalden uit zijn haar.
‘Ik had liever een dode boom gehad,’ zei ik. ‘Leven is iets voor in andere huizen. In mijn huis pakt het leven de biezen.’ Ik nam een slok.
De man keek naar het flesje in mijn hand.
‘Wil je iets drinken?’ vroeg ik.
Hij wees naar het flesje.
Zwijgend en drinkend stonden we in de woonkamer. Onder de kerstboom lag een gifgroene plas.
‘Dat doet deugd,’ zei de man. ‘Zwijgend een pint drinken.’
‘Ja,’ zei ik.
Nu moest ik over een korting op de ruivende boom beginnen. Je moet de mensen pakken terwijl ze deugd hebben.
‘Mijn vrouw en ik hebben elkaar niks meer te zeggen,’ sprak de man, ‘maar ik ben de enige van ons twee die zijn mond houdt. Onze dochter is verongelukt met een kind in haar buik, maar wat moet je zeggen? Dat je kapotgaat? Als mijn vrouw zou zwijgen zou ze misschien voelen dat ik het ook voel; nu wordt ze kwaad omdat ik niks zeg.’ Hij nam een slok. ‘Zwijgen en voelen dat de ander het ook voelt, een blik wisselen en koffie zetten, zo zou ik graag eens de dag doorbrengen.’
Ik keek naar de boom die leefde in mijn huis.
Dit verhaal verscheen in Huisvlijt 17, winter 2010
donderdag 15 december 2011
woensdag 14 december 2011
Pastiche
De eerste die op Annick Vandorpes blog Van boeken en mensen raadt welke schrijver ik aldaar pasticheer, krijgt een gesigneerd exemplaar van de Norman-cartoonbundel Pijntje plús een comedy-dvd met optredens van Gunter Lamoot, Iwein Segers en Timotei Van Het Vonkje.Ik lijk godverdomme de kerstman wel. Met z’n dikke lul.
woensdag 16 november 2011
Waar ik mee bezig mag zijn
Loei hallelujah met een geleende hazenlip want de kogel is door de kerk: Gunter Lamoot neemt de piloot op van zijn allereerste tv-show voor 2BE: Kaas- en lijmavond.
Een avond als vleesgeworden lebmaag der onzin met de aanstekelijkste reflux dezer côté van het halfrond.
Waar Hitler een hobby heeft, Clouseau dEUS is & Eduard Van De Walle geniaal.
Zo een avond dus, dat en nog veel minder.
Wij liggen alvast in een deuk, dus poets jullie tandjes en kom er gezellig bijliggen!
Info & tickets (5,00 euro):
http://www.scalaplatform.be/programma.php?vs_id=255
Of telefonisch via het nummer: 09/228.87.20
De link hierboven zou het duidelijk moeten maken, maar de opname vindt dus plaats op 5 december, vanaf 20u in zaal Scala, Dendermondsesteenweg 163-165 in Gent.
woensdag 9 november 2011
Re:
----- Original Message -----
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 7:04 PM
Subject: Re:
Ok, fair enough. Ik kon mij niet inbeelden dat iemand dat blogje ernstig zou nemen maar ik twijfel er niet aan dat je oprecht bent. Ik ga het nog eens lezen.
Al vind ik niet dat onbescheidenheid het exclusieve recht van de groten der aarde is, noch dat ik mezelf overdreven au sérieux neem.
Maar goed, ik snap geloof ik wel wat je bedoelt. Tot de volgende,
Ivo Victoria.
Op 9 nov. 2011 om 18:36 heeft "Tim Foncke"het volgende geschreven:
Hey Ivo,
Ik acht je redelijk hoog, dus ik ging ervan uit dat je over al die vergelijkingen nagedacht hebt. Ik stoorde mij eraan. En dat ik de behoefte voelde onder meer dat op je site te verkondigen, komt door de onbescheidenheid van je bericht Heel goed. waar ik mij ook aan stoorde. Ik bezoek je site ongeveer dagelijks, meestal tot mijn tevredenheid, maar soms erger ik mij aan een onbescheidenheid die niet gepast is. Herman Brusselmans wordt vaak van arrogantie beschuldigd omdat hij zichzelf de beste schrijver van Vlaanderen noemt. Tegen Luk Alloo zei hij daarover gevat: 'Wat moet ik zeggen? Dat ik de derde beste schrijver van Vlaanderen ben?' Over Eddy Merckx zei Brusselmans: 'Iedereen weet dat Merckx de beste wielrenner aller tijden is, maar o wee als Eddy dat zelf zou zeggen.' Mensen als Brusselmans en Merckx mogen met hun hand op tafel slaan als 't over hun prestaties gaat. Jij mag dan wel een tafel aan gort signeren, de manier waarop je daarover schrijft doet mijn tenen krullen. En dan klik ik op reacties.
T.
----- Original Message -----
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 3:50 PM
Subject: Re:
Ha Tim,
als ik een probleem had gehad met uw bijdrage op mijn site, dan had ik hem niet geplaatst of getwitterd. Ik ben niet zo voor democratie op mijn eigen website, maar gelukkig valt het zelden voor dat ik die vorm van censuur moet toepassen en ook in jouw geval zag ik er geen enkele reden toe. Afzeiken leek mij de correcte omschrijving van je comment.
Ik vond het wel opmerkelijk (en ook wel geestig geschreven, dat oor, inderdaad, wat een vondst).
Zelf heb ik nog nooit de behoefte gevoeld een collega mijn mening over zijn werk te geven, tenzij er mij om gevraagd wordt en dan nog doe ik het liever niet, laat staan in het openbaar. Ik weet namelijk wat ik zelf aan dat soort meningen heb: niks. Ik schrijf vanuit mezelf, en ik zou het niet kunnen veranderen al zou ik het willen. Daarom heb ik ook niks aan recensies. Ik ben blij met die goeie recensies, en die twitter en facebook ik ook, in de hoop dat de mensen zich zullen laten verleiden tot het lezen van mijn boek. Maar inhoudelijk kan er ik niks mee, net zomin als met de slechte. Ik heb iets voor ogen en dat probeer ik te realiseren - het waardeoordeel van anderen helpt mij niet verder.
Jij weet zelf wat het is om een roman te schrijven, en ik neem aan dat elk woord en elke zin in De geachten weloverwogen is. Vervolgens komt het uit en gaan er allemaal mensen doen alsof jij er niet over nagedacht hebt, alsof je zelf niet gezien hebt waar je twee jaar lang zo intens mee bent bezig geweest.
Wat moet ik nu zeggen? 'Goh Tim, veel vergelijkingen? Echt? Is mij to-taal niet opgevallen.'
Ik snap dan ook niks van schrijvers die boekenrecensies schrijven, maar dat is weer een ander verhaal.
Kortom. We verschillen van mening. No hard feelings.
Veel groeten uit Amsterdam!
Ivo Victoria.
(deze mag je ook op je blog zetten als je daar een meerwaarde in ziet)
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 7:04 PM
Subject: Re:
Ok, fair enough. Ik kon mij niet inbeelden dat iemand dat blogje ernstig zou nemen maar ik twijfel er niet aan dat je oprecht bent. Ik ga het nog eens lezen.
Al vind ik niet dat onbescheidenheid het exclusieve recht van de groten der aarde is, noch dat ik mezelf overdreven au sérieux neem.
Maar goed, ik snap geloof ik wel wat je bedoelt. Tot de volgende,
Ivo Victoria.
Op 9 nov. 2011 om 18:36 heeft "Tim Foncke"
Hey Ivo,
Ik acht je redelijk hoog, dus ik ging ervan uit dat je over al die vergelijkingen nagedacht hebt. Ik stoorde mij eraan. En dat ik de behoefte voelde onder meer dat op je site te verkondigen, komt door de onbescheidenheid van je bericht Heel goed. waar ik mij ook aan stoorde. Ik bezoek je site ongeveer dagelijks, meestal tot mijn tevredenheid, maar soms erger ik mij aan een onbescheidenheid die niet gepast is. Herman Brusselmans wordt vaak van arrogantie beschuldigd omdat hij zichzelf de beste schrijver van Vlaanderen noemt. Tegen Luk Alloo zei hij daarover gevat: 'Wat moet ik zeggen? Dat ik de derde beste schrijver van Vlaanderen ben?' Over Eddy Merckx zei Brusselmans: 'Iedereen weet dat Merckx de beste wielrenner aller tijden is, maar o wee als Eddy dat zelf zou zeggen.' Mensen als Brusselmans en Merckx mogen met hun hand op tafel slaan als 't over hun prestaties gaat. Jij mag dan wel een tafel aan gort signeren, de manier waarop je daarover schrijft doet mijn tenen krullen. En dan klik ik op reacties.
T.
----- Original Message -----
From: Ivo Victoria
To: Tim Foncke
Sent: Wednesday, November 09, 2011 3:50 PM
Subject: Re:
Ha Tim,
als ik een probleem had gehad met uw bijdrage op mijn site, dan had ik hem niet geplaatst of getwitterd. Ik ben niet zo voor democratie op mijn eigen website, maar gelukkig valt het zelden voor dat ik die vorm van censuur moet toepassen en ook in jouw geval zag ik er geen enkele reden toe. Afzeiken leek mij de correcte omschrijving van je comment.
Ik vond het wel opmerkelijk (en ook wel geestig geschreven, dat oor, inderdaad, wat een vondst).
Zelf heb ik nog nooit de behoefte gevoeld een collega mijn mening over zijn werk te geven, tenzij er mij om gevraagd wordt en dan nog doe ik het liever niet, laat staan in het openbaar. Ik weet namelijk wat ik zelf aan dat soort meningen heb: niks. Ik schrijf vanuit mezelf, en ik zou het niet kunnen veranderen al zou ik het willen. Daarom heb ik ook niks aan recensies. Ik ben blij met die goeie recensies, en die twitter en facebook ik ook, in de hoop dat de mensen zich zullen laten verleiden tot het lezen van mijn boek. Maar inhoudelijk kan er ik niks mee, net zomin als met de slechte. Ik heb iets voor ogen en dat probeer ik te realiseren - het waardeoordeel van anderen helpt mij niet verder.
Jij weet zelf wat het is om een roman te schrijven, en ik neem aan dat elk woord en elke zin in De geachten weloverwogen is. Vervolgens komt het uit en gaan er allemaal mensen doen alsof jij er niet over nagedacht hebt, alsof je zelf niet gezien hebt waar je twee jaar lang zo intens mee bent bezig geweest.
Wat moet ik nu zeggen? 'Goh Tim, veel vergelijkingen? Echt? Is mij to-taal niet opgevallen.'
Ik snap dan ook niks van schrijvers die boekenrecensies schrijven, maar dat is weer een ander verhaal.
Kortom. We verschillen van mening. No hard feelings.
Veel groeten uit Amsterdam!
Ivo Victoria.
(deze mag je ook op je blog zetten als je daar een meerwaarde in ziet)
Brief aan Ivo Victoria
Beste Ivo,
Je twittert dat je op je site afgezeken wordt door collega’s. Ik ben een van die collega’s.
Ik ben zo’n half sociaal aangepaste mens die wel de tweets van anderen leest, maar zelf niet op twitter zit. Hetzelfde met facebook. Al post ik soms een link naar mijn blog op een fanpagina omdat de oprichtster van die pagina, een vriendin van mijn vriendin, aan het beheren al snel de brui gaf.
Momenteel heb ik op facebook 159 fans. Ik zou aan het beheren ook wel de brui willen geven, maar ja, dan staan 159 mensen in de kou.
De reactie van die – dé? – David Nolens onder je bericht Heel goed. (2) is inderdaad zuur gezeik en zou ik in jouw plaats aan mijn gat laten roesten. Het zou ook kunnen dat ‘schrijver van niks…’ een soort van nickname is waarmee hij al zijn commentaren afsluit; ik heb van David Nolens nog niks gelezen.
Ik vind mijn commentaar beter. Die oorarts: je moet er maar op komen. In Visser van Rob van Essen vlogen de als-vergelijkingen mij ook om de oren, maar de plot van deze roman sleepte mij in tegenstelling tot die van Gelukkig zijn we machteloos wel mee. Ik vind stijl belangrijker dan plot, maar het is niet omdat je ’r een karrenvracht vergelijkingen tegenaan gooit dat je meteen een goeie stilist bent. Mijn oeuvre bestaat voorlopig uit een cartoonbundel, een handvol moppen en een briefroman, dus ik ga hier geen workshop geven. (Als je nog eens een poging tot sarcasme doet: zo doe je dat dus.) Die blauwe maandag dat ik in Sint-Lukas een filmopleiding volgde, zei Marc Didden tegen mij iets dat ik altijd ben blijven onthouden, hetgeen wel vaker gebeurt als Marc Didden iets zegt. Naar aanleiding van een scène die we voor hem moesten schrijven en die in mijn geval bulkte van de oneliners, merkte hij op dat als je op café twee, drie spitse oneliners op een avond in de kring gooit, je meer indruk maakt dan wanneer je ’r twee per minuut op tafel smijt. Zo denk ik ook over vergelijkingen.
Ik vraag me af of je Gelukkig zijn we machteloos zou hebben geschreven als je geen kinderen had. Ik bedoel dat je dus misschien niet enkel een angst van de mensen hebt beschreven, maar ook een persoonlijke angst. Van vrienden, vaders, weet ik dat ze op een gegeven moment bijna kapot gingen toen ze The road van Cormac McCarthy lazen. Zelf heb ik geen kinderen maar The road greep ook mij aan.
Je weet dat ik je eerste boek bijzonder vond, je tweede niet, ik zou de mensen die erom malen gerust de kost willen geven. Ik kijk uit naar je derde boek.
Hartelijks,
Tim
Je twittert dat je op je site afgezeken wordt door collega’s. Ik ben een van die collega’s.
Ik ben zo’n half sociaal aangepaste mens die wel de tweets van anderen leest, maar zelf niet op twitter zit. Hetzelfde met facebook. Al post ik soms een link naar mijn blog op een fanpagina omdat de oprichtster van die pagina, een vriendin van mijn vriendin, aan het beheren al snel de brui gaf.
Momenteel heb ik op facebook 159 fans. Ik zou aan het beheren ook wel de brui willen geven, maar ja, dan staan 159 mensen in de kou.
De reactie van die – dé? – David Nolens onder je bericht Heel goed. (2) is inderdaad zuur gezeik en zou ik in jouw plaats aan mijn gat laten roesten. Het zou ook kunnen dat ‘schrijver van niks…’ een soort van nickname is waarmee hij al zijn commentaren afsluit; ik heb van David Nolens nog niks gelezen.
Ik vind mijn commentaar beter. Die oorarts: je moet er maar op komen. In Visser van Rob van Essen vlogen de als-vergelijkingen mij ook om de oren, maar de plot van deze roman sleepte mij in tegenstelling tot die van Gelukkig zijn we machteloos wel mee. Ik vind stijl belangrijker dan plot, maar het is niet omdat je ’r een karrenvracht vergelijkingen tegenaan gooit dat je meteen een goeie stilist bent. Mijn oeuvre bestaat voorlopig uit een cartoonbundel, een handvol moppen en een briefroman, dus ik ga hier geen workshop geven. (Als je nog eens een poging tot sarcasme doet: zo doe je dat dus.) Die blauwe maandag dat ik in Sint-Lukas een filmopleiding volgde, zei Marc Didden tegen mij iets dat ik altijd ben blijven onthouden, hetgeen wel vaker gebeurt als Marc Didden iets zegt. Naar aanleiding van een scène die we voor hem moesten schrijven en die in mijn geval bulkte van de oneliners, merkte hij op dat als je op café twee, drie spitse oneliners op een avond in de kring gooit, je meer indruk maakt dan wanneer je ’r twee per minuut op tafel smijt. Zo denk ik ook over vergelijkingen.
Ik vraag me af of je Gelukkig zijn we machteloos zou hebben geschreven als je geen kinderen had. Ik bedoel dat je dus misschien niet enkel een angst van de mensen hebt beschreven, maar ook een persoonlijke angst. Van vrienden, vaders, weet ik dat ze op een gegeven moment bijna kapot gingen toen ze The road van Cormac McCarthy lazen. Zelf heb ik geen kinderen maar The road greep ook mij aan.
Je weet dat ik je eerste boek bijzonder vond, je tweede niet, ik zou de mensen die erom malen gerust de kost willen geven. Ik kijk uit naar je derde boek.
Hartelijks,
Tim
woensdag 2 november 2011
Tips voor vruchtbare mensen
En toen waren we met 7.000.000.000.
'Een grappig voorleesboek voor stoute kinderen' meldt het achterplat van Meneertje Nee! van Eugene and Louise, de ouders van mijn petekind (1 jaar) en zijn broer (bijna 3), twee prachtige, normale jongens.
In een negatief geladen atmosfeer zit ik hier na te denken over een boek voor kleine en grote mensen die weg kunnen, verdorde kolven aan verdorde maïsstengels, gedoemde vruchten, ontsproten aan schoten waarop altijd een vloek en nooit een boek heeft gerust.
Ouweluitjes en spruitjes ook luidjes zou een luisterboek zijn voor kinderen die niet horen willen en ouders die liever een cd opzetten dan ongehoord naast een gezinslid te zitten.
In de hoofdrollen een jongen en een meisje die niet meer op een normaal volume kunnen praten en geen twee minuten hun mond kunnen houden. Die krijsen als varkens in de eerste fase van salami tot ze hun zin krijgen en dan schateren, tot hun weer iets wordt afgenomen.
In de hoofdrollen een jongen en een meisje die niet meer op een normaal volume kunnen praten en geen twee minuten hun mond kunnen houden. Die krijsen als varkens in de eerste fase van salami tot ze hun zin krijgen en dan schateren, tot hun weer iets wordt afgenomen.
In de bijrollen hun ouders, die denken dat ze goed bezig zijn omdat ze het woord 'opvoeding' een keer ingetikt hebben op Google en terechtkwamen op een foto van mensen die dezelfde buggy hadden als hen.
Eugene and Louise signeren Meneertje Nee! op donderdag 3 november op de Boekenbeurs, van 15:30 tot 17:30 op de Lannoo-stand (315).
Eugene and Louise signeren Meneertje Nee! op donderdag 3 november op de Boekenbeurs, van 15:30 tot 17:30 op de Lannoo-stand (315).
dinsdag 25 oktober 2011
Programma
Mijn biograaf verveelt zich te pletter. Gisteren belde hij met het bericht dat ze bij de redactie van het Guinness Book of Records iemand zoeken, en of dat niks voor mij zou zijn. ‘Nou,’ zei ik, ‘ik zou aan dat boek kunnen bijdragen door het wereldrecord grafliggen te verbreken.’ Mijn biograaf zuchtte dat het kletterde. Ik stelde hem gerust door te vertellen over lezingen in Brussel en Amsterdam die eraan komen, en over de pilootaflevering van het nog geheime tv-programma waaraan ik meeschrijf. Dit programma zorgt er mede voor dat het in mijn brein zodanig stormt dat het een rustgevend effect zou hebben als ik mijn kop in een ventilator stak. Hoe zal dit aflopen? We zien het na de reclame.
Abonneren op:
Berichten (Atom)

