donderdag 24 mei 2012

Het Laatste Avondmaal

Goed, om terug te komen op fistfucken. Het Laatste Avondmaal, voor de vuist weg neergezet door de ploeg van Superstaar:


(Foto: Bram Bostyn)

dinsdag 22 mei 2012

Kijk eens in de oude doos: orgasme ahoy

Dinsdag P-dag. Met vandaag op pagina 27 een van onze favoriete Normans: Twister. En wat lees ik in gindse oude doos? Nog een interview, ons afgenomen door kunstbroeder Bandirah. De vragen werden beantwoord door mijzelf. Glenn zat gedurende het hele interview na te denken over de openingsvraag ‘Hoe gaat het?’.

Wie of wat heeft je het meest beïnvloed?
De driedubbele elpee Urbanus tien jaar live, Het mooie kotsende meisje, Married with children, de cartoons van Gummbah. In mijn herinnering is de eerste Gummbah-cartoon die ik zag, die waarin een man zijn krant zit te lezen terwijl zijn vrouw de penis van hun zoon stofzuigt en zegt: ‘Waarom zoek je toch niet een leuk vriendinnetje, jongen?’ Dat vond ik toch een interessantere gezinssituatie dan die van Kiekeboe.

Op wat in je carrière ben je tot nu toe het meest trots?
Op de pagina’s 13, 45, 77, 82 en 118 uit onze cartoonbundel Pijntje. Ik ben er zo trots op dat ik die paginanummers vanbuiten ken. Als het klaarkomen niet wil lukken laat ik in mijn gedachten die pagina’s passeren en dan is het binnen de kortste keren orgasme ahoy. Ik denk dat het geen toeval is dat onze bundel zo populair is onder tienermeisjes, getrouwde vrouwen en hoeren.

Wat was je grote doorbraak?
Verklappen we niet.

Wat heb je op moeten offeren voor je kunst?
Ik ben moeten afkicken van de Antabuse-pillen, maar gelukkig had ik daar drank voor.

Welk liedje beschouw je als de soundtrack van jouw leven?
Alle liedjes van de cd Gigant van Noordkaap.

Heb je de laatste tijd iets cultureels gedaan?
In Neerpelt heb ik onlangs tegen de gevel van cultureel centrum Dommelhof gepist.

Lijd jij voor je kunst?
Ik zal mij gaan haasten. Wel beleef ik af en toe leedvermaak met het werk van andere kunstenaars.

Wat is je favoriete gebouw?
Mijn huis. Als je eigen huis niet je favoriete gebouw is, dan moet je verhuizen.

Kan kunst de wereld veranderen?
Breek me de mond niet open. Als Hitler een getalenteerd kunstenaar was geweest, dan had de film Volle gas in Nederland niet Vet hard hoeven te heten. Stomme Hitler. Maar ja, met ‘als’ ga je de wereld ook niet veranderen. Als de joden kamelen waren, zouden ze waarschijnlijk de holocaust overleefd hebben. In het slechtste geval zouden ze teruggekeerd zijn als getraumatiseerde dromedarissen. Als Michaël Zeeman nog leefde zou hij een nieuw boekenprogramma gemaakt hebben. Er stond een coproductie op stapel tussen Canvas en de VPRO. Op Canvas zou het programma Zeeman met gas heten en op de VPRO Zeeman met vet.

Wat is je favoriete cartoon?
Van iemand anders: de Red Meat-cartoon van Max Cannon waarin Bug-Eyed Earl zegt: ‘Somebody should do something about everything.’ Waar hij nog aan toevoegt: ‘That’s my opinion.’ Van onszelf: die met de ouwe zak aan de toog die zegt: ‘Ik had boeken kunnen schrijven, Ivo, maar de gedachte dat mijn lezers hun vingertop nat zouden maken om de bladzijden om te draaien, deed mij kotsen.’

Wat is de grootste bedreiging voor het cartoonisme?
Het cartoonisme laat zich niet bedreigen. Ook niet door verschrikkelijke prenten als Barry Fantoni’s Scenes You Seldom See.

Wat vind je het allergrootste kunstwerk?
Het verzameld werk van Leonard Cohen.

Wat is het beste advies dat iemand je ooit gegeven heeft?
Iemand zei me ooit dat vrouwen graag een onverwacht compliment krijgen, en inderdaad, sinds ik af en toe tegen een vrouw zeg: ‘Ik ben een fantastische beffer’, heb ik een veel rijker seksleven.

Wat is het ergste dat iemand ooit over je heeft gezegd?
In mijn binnenkort te verschijnen briefroman De geachten schrijf ik over mensen die mij een smeerlap noemen, en een psychopaat en een schizofreen. Maar dat vind ik niet erg. Schizofreen zou trouwens kunnen kloppen. Mijn grootvader was ook schizofreen. Soms was hij mijn grootmoeder.

Wat is je hoogtepunt, en wat is je dieptepunt?
Ik ben eenendertig jaar en mijn moeder wast nog altijd mijn vuile zakdoeken. Heb je nog veel vragen?

Hoe slaap jij?
(Glenn:) Goed.

donderdag 10 mei 2012

Verloren piraten op een zee van lichaamssappen. De triomfantelijke terugkeer van Norman

Volgende week dinsdag maakt Norman zijn comeback met een cartoon in het Vlaamse weekblad P-magazine. Which is nogal een beetje nice. Naar aanleiding hiervan een interview uit de oude doos, ons uit de neus gevraagd door Stripelmagazine. ‘Stripel’ verwijst naar strip en steeple. Het magazine is immers gehuisvest in een manege. Aldus wilden de oprichters interviews over koetjes en kalfjes vermijden. Na de eerste vraag liep het al mis.

Norman - dat zijn de Aalstenaars Tim Foncke en Glenn D'hondt - hebben hun eerste cartoonbundel uit bij de Nederlandse uitgever Xtra. Hun eersteling kreeg de naam Pijntje mee en telt zomaar eventjes 128 pagina's cartoons. Al een beetje oud nieuws maar wij lopen graag achter de feiten aan! De vragen hieronder werden beantwoord door Tim Foncke, schrijver van Norman. Glenn D’Hondt, tekenaar, zat gedurende het interview zwijgend over zijn eigen tepels te wrijven.

Heren, hoe komen jullie als relatief onbekenden bij een uitgeverij als Xtra terecht?
Per ongeluk, want we wilden eigenlijk bij het Davidsfonds terechtkomen. Maar Xtra heeft ook een mooi fonds. Callahan zit erin, en Bandirah. Die laatste had een paar van onze cartoons aan de uitgever laten zien en die heeft ons toen uitgenodigd om naar Amsterdam te komen. Dat was in januari. In april lag Pijntje al in de winkel. Die Hollanders laten er geen gras over groeien. Hun motto is: gras is voor de koeien. Vandaar ook dat de meeste spelers van Oranje eruitzien als kalvers.

Jullie maken met z'n tweeën als Norman cartoons: waarom met z'n tweeën? Hoe zijn jullie ooit op dit idee gekomen?
Glenn kan fantastisch tekenen maar hij kan niet schrijven. Er bestaan teksten van Glenn waarin hij ‘efnin’ schrijft, en ‘wijzegingen’. Ikzelf kan fantastisch schrijven maar ik kan niet tekenen. Er bestaan tekeningen van mij waarin ik de zon laat huilen. In december 2003 kreeg Glenn het idee om samen kerstcartoons te maken. Ik schreef vier cartoons, Glenn tekende ze: het was fantastisch. Jezus en Norman waren geboren. Jezus werd opgegeten door de os en de ezel maar Norman kreeg een website die we normanieren.be noemden, omdat norman.be al bestond en omdat normanieren klonk als tuinieren, wat ook een grappige bezigheid is.

En hoe moeten we die huidige samenwerking zien? Hoe ontstaat een cartoon bij jullie?
Soms maakt Glenn een tekening waar ik dan tekst bij verzin; soms schrijf ik een mop waar Glenn dan de tekening bij maakt. Wij zijn de Gaston & Leo van de cartoonwereld. Weinig mensen weten dit, maar Leo Martin was een begenadigd tekenaar. Ik ben ooit naar een expo van hem geweest. Geen enkele huilende zon. Wel een zon die lachte en een sigaret rookte. De titel van die tekening was
Huid- en longkanker op de Keyserlei.

Jullie cartoons moeten het niet hebben van de actualiteit; is dat een bewuste keuze?
Ja. Wij leven in een tijd waarin weinig dingen het moeten hebben van de actualiteit.

Het begint een routinevraag te worden die we stellen als we een cartoonist interviewen maar waar ligt jullie grens van wat mag en niet mag? Zijn er zaken waar jullie principieel geen grap over maken?
De tekeningen zijn vaak expliciet; Glenn is nu eenmaal de zoon van een fietsenmaker. Maar de tekening moet niet verward worden met de cartoon. Als we er even de bundel bij nemen (neemt er even de bundel bij) dan zien we hier op pagina 53 een terminaal jongetje dat in zijn gat wordt geneukt door een cliniclown terwijl de ouders van het jongetje staan toe te kijken. Er zijn mensen die die tekening zien en zeggen dat die cartoon erover is. Het doet er voor hen dan niet meer toe dat de moeder van dat jongetje tegen die clown zegt: ‘Je had je tenminste kunnen afschminken.’

In wat onderscheiden jullie je van andere cartoonisten? Wat maakt jullie 'speciaal'?
’t Is goed dat je speciaal tussen aanhalingstekens zegt. Toen Pijntje verschenen was meenden wij dat die bundel een unieke combinatie was van platte seks en diepe pijnen, en ik zei dan ook tegen mijn moeder: ‘Moeder, Glenn en ik hebben een unicum gepresteerd.’ Waarop mijn moeder zei: ‘Da’s goed jongen, heb je mij een fles Ricard meegebracht?’ Ze dacht dat ik gezegd had: ‘Moeder, Glenn en ik zijn een Unic gepasseerd.’ Zo relatief is het allemaal.

Het boek ligt nu op de stripmarkt; mocht je dit met een cartoon moeten aankondigen, hoe zou dat er dan uitzien?
Op de achterkant van Pijntje zegt komiek Seppe Toremans: ‘Als deze bundel wonderbaarlijke cartoons al iets bewijst, is het misschien wel dat we allemaal verloren piraten zijn op een zee van lichaamssappen.’ Dat vind ik wel een mooi beeld. Daar hoeft geen tekening meer bij. Glenn is trouwens niet goed in het tekenen van lichaamssappen.

Jullie publiceren - als ik me goed geïnformeerd heb - nergens op papier (krant, tijdschrift?). Is dat een streven?
Je hebt je goed geïnformeerd. Een streven zou ik het niet noemen - bij het woord ‘streven’ moet ik altijd denken aan een bermudabroek - maar we hebben wel een paar cartoons die goed zouden passen in het maandblad Joods Actueel. Andere bladen mogen ons ook altijd mailen. Wij zijn terugmailers pur sang.

Zijn er eigenlijk ooit teksten of tekeningen die jullie afbreken van elkaar? Die niet worden gepubliceerd omdat één van jullie niet tevreden is?
Ik breek weleens een lichaamssap van Glenn af; voor de rest komen we goed overeen. Wij zijn de Kim Gevaert en Tia Hellebaut van de cartoonwereld. Soms maken we een cartoon en dan lopen we met een Belgische vlag over een atletiekpiste.

Jullie krijgen één kans om eventuele toekomstige kopers te overhalen om Pijntje aan te schaffen; wat willen jullie die mensen nog zeggen?
Goh. Euh… Glenn, zeg jij nu ook eens iets.
(Glenn kijkt op) Kunnen we afronden? Ik moet nog moedermelk tekenen.

Met dank voor deze zeer interessante antwoorden!

Stripelmagazine, 3 september 2008

dinsdag 1 mei 2012

'Zo zijn'

Naar aanleiding van een reportage over de genetica-revolutie in een oude Humo had ik in discussie kunnen gaan met een moeder die tegenover mij aan tafel zat. Maar iemand serveerde croque-monsieurs en ik had meer zin in een croque-monsieur dan in een discussie.
     De moeder zei: ‘Als je weet dat je kind geboren zal worden met het syndroom van Down en je laat het doodmaken, nee, dat mag niet.’
     Ik slikte, want er zat rode wijn in mijn mond.
     De moeder zou er zeer veel moeite mee hebben als haar gezonde, prachtige dochter thuiskwam met het bericht: ‘Mama, ik ben lesbisch.’
     Moeder is immers opgegroeid in een tijd dat ‘zo zijn’ als een zonde werd beschouwd. Dat werd haar allicht ingeprent door mannen met één hand in de bijbel en de andere hand God weet waar.
     Een gezonde, prachtige dochter verwekken die een jaar of achttien later lesbisch blijkt te zijn verhoudt zich tot het bewust op de wereld zetten van een mongool zoals een gezond, prachtig meisje zich verhoudt tot zwakzinnigheid met voorbedachten rade.
     Niet dat ik iets heb tegen mongolen. Het enige verschil tussen mongolen en andere mensen is dat andere mensen hun tong binnenhouden. Wel heb ik iets tegen halsstarrige principes waarmee je een – let’s face it – mislukt kind op de wereld zet en opvattingen uit de tijd dat een blote vrouwenschouder als obsceen werd beschouwd.
     Dus, beste moeders in dit brave vlakke land, als je dochter straks thuiskomt met het L-woord op haar trillende onderlip, sluit haar dan in je armen en fluister haar toe: ‘Nodig je vriendin een keer uit om te komen eten. Wat eet ze graag?’

zondag 15 april 2012

Brief aan Ben Crabbé

Al jarenlang beledigt Ben Crabbé zijn kandidaten, en het ergste is dat ze zich blijkbaar niet beledigd voelen.

Zaterdag 20 februari 2010

Beste Ben Crabbé,
     U hebt nu bijna 3.500 afleveringen van Blokken gepresenteerd, u zult ondertussen wel een vakman zijn. Het mooie aan u is dat u uw vakmanschap na al die seizoenen niet per se wilt etaleren. Tijdens de inleiding struikelt u weleens over uw woorden of u loopt zich vast in warrigheid. Soms zegt u na zo’n inleiding tegen de eerste kandidaat: ‘Tja, wat moet je na al die jaren nog zeggen?’ Waarop de kandidaat eens glimlacht. De kandidaat interesseert zich niet voor uw jaren, de kandidaat zit daar voor zijn eigen vijftien minuten en met een vraag als ‘Wat moet je na al die jaren nog zeggen?’ moet u bij hem niet aankomen, die vraag kan hij zich thuis zelf stellen.
     De quizvragen in Blokken zijn over het algemeen gemakkelijk te beantwoorden. Dat moet ook, anders blijven de blokken doelloos in de lucht hangen.
     Af en toe zit er een moeilijker vraag tussen, voor de mensen thuis, waar alle vragen naar het schijnt gemakkelijker zijn. Na een dag van hard werken voor hun baas lucht het de mensen op als ze vanuit hun zetel tegen een quizkandidaat kunnen roepen: ‘Hoe kun je zo stom zijn?’ Of: ‘Je hebt een lijn laten liggen, kalf.’ Mensen zien graag andere mensen sukkelen, dan vergeten ze even hun eigen gesukkel. Zelf heb ik sinds vrijdag 26 september 2003 niet meer voor een baas gewerkt, maar de laatste tijd zet ik ook almaar vaker om half zeven de televisie aan. Als ik vijf werkdagen na elkaar naar uw programma heb gekeken, weet ik dat ik opnieuw in een depressie zit.
     Gisterenavond zat ik al om zes uur voor de tv. Ook het journaal en De rode loper laten zich goed bekijken als je depressief bent. Het is een dunne lijn tussen rode loper en gesukkel.
     Het was in de tweede ronde dat u gisteren vroeg: ‘Hoe lees je het woord “goot” achterstevoren?’
     Het woord ‘goot’.
     In de tweede ronde moeten de beide kandidaten elk apart dezelfde vijf vragen beantwoorden. ‘Toog,’ sprak een man die in zijn vrije tijd voetbalde. Waarop u zei: ‘Ha ja, toog, dat zal wel dat een voetballer dat weet.’ De man lachte. Dit waren zijn vijftien minuten en hij was een voetballer die in een handomdraai een goot omdraaide.
     De andere kandidaat die ‘Toog’ moest zeggen, stond er evenmin beledigd bij.
     Eergisteren zag ik een fragment van uw programma terwijl ik geschminkt werd voor een opname van Mag ik u kussen?. Dit wordt gemaakt door het productiehuis dat ook Blokken maakt. Als die mensen mij niet kenden zou ik mij inschrijven als kandidaat voor uw programma. Ooit moet het toch een keer gebeuren dat u een vraag stelt, in de trant van ‘Welk dier zit verborgen in het woord “paal”?’, en dat een kandidaat u bekijkt en vraagt: ‘Meen je dat nu?’ Waarna hij beledigd de studio verlaat.
     Zo’n aflevering zou natuurlijk nooit het scherm halen. Nochtans zou het interessante televisie zijn. Er bestaan naar het schijnt nog altijd mensen die nog nooit op tv zijn geweest en als die dan iemand verontwaardigd uit beeld zien lopen vanwege een aal in een paal, dan zullen zij daar misschien uit besluiten dat het op dat scherm niet veel beter is dan thuis, waar de beledigingen tenminste vertrouwd klinken.
     Hoe voelt u zich als u aan volwassen mensen gootvragen moet stellen? Natuurlijk moet een spelprogramma na 3.500 afleveringen kandidaten blijven aantrekken, maar als de drempel daartoe zo laag is dat men het woord ‘goot’ maar achterstevoren hoeft te kunnen zeggen, denkt u dan niet: misschien is het genoeg geweest? Zou het kunnen dat u in de inleiding almaar vaker over uw woorden struikelt omdat u vreest dat er weer een aal in een paal verborgen zal zitten?
     Toen ik rekken vulde in de GB had ik een collega die dikwijls droomde dat ze de koekjes aan het aanvullen was. Dan lag ze in haar slaap met haar armen te zwaaien en zo sloeg ze dan haar man wakker.
     Maakt u uw vrouw weleens wakker met de vraag ‘Welk rund zit verborgen in het woord “koek”’?
     U gaat met De Kreuners een nieuwe cd uitbrengen, las ik. Ik zou liegen als ik zei dat ik mijn hart vasthoud. Ik houd mijn hart niet eens vast voor mijzelf, wat zou ik het gaan vasthouden voor iemand die in 1990 een goeie plaat maakte maar daarna niet kon stoppen voor de goot omgedraaid moest worden?

TF

dinsdag 10 april 2012

Ipnames

Maandag 16 april wordt op 2BE de eerste Superstaar losgelaten. De eerste vier afleveringen zijn al opgenomen. Of zoals de West-Vlamingen zeggen: ipgenomen. Nog vier te gaan:

Scala Platform, Dendermondsesteenweg 163-165, Gent
16 april, 20u: vertoning aflevering 1 op groot scherm + opname aflevering 5.
23 april, 20u: vertoning afl. 2 + opname afl. 6.
7 mei, 20u: vertoning afl. 4 + opname afl. 7.
14 mei, 20u: vertoning afl. 5 + opname afl. 8.
Klik hier om te reserveren.

donderdag 29 maart 2012

Verrückte Idioten

Superstaar nadert. Bekijk hier alvast de veiling van Adolf zijn cd-collectie.